Op zijn tweeëndertigste verhuist Joris van de Werff, een Amsterdamse docent maatschappijleer voor werk en wonen naar de Spoetnikstraat in het Brabantse Helmond-Noord. Daar stuit hij op weerzin en argwaan, want als Helmonders ergens een nog grotere hekel aan hebben dan aan Eindhovenaren, dan is het wel aan Amsterdammers. Als hij ook nog eens in zijn derde week in zijn eentje de straatprijs van de Postcode Loterij wint – de straat had jaren geleden afgesproken niet mee te doen om scheve gezichten te voorkomen – gaat het van kwaad tot erger en wordt het halflauwe bad waarin hij terechtkwam steeds kouder. Spoetnik is een roman over eenzaamheid en over groepsgedrag. Over nieuwe mensen in een omgeving die met vreemdelingen weinig op heeft. Een tragikomisch verhaal dat zich afspeelt in een tijd waarin de Gewone Man niet bang is zijn grote keel op te zetten en zich verzet tegen het juk van de grote steden en de hoge heertjes. Over De mensen die achterbleven: "Neggers krijgt bonuspunten voor de overgave waarmee hij Brabantse lulligheid omarmt.' – Katja de Bruin, VPRO Boeken "Voor sommige voetballers ga je naar het stadion, voor sommige schrijvers ga je naar de boekhandel. Voor Martijn Neggers bijvoorbeeld.' – Ronald Giphart "Dat Neggers uit die aardse drek een van de meest fonkelende romans van dit jaar wist te trekken, is een wereldprestatie.' – Nieuwe Revu
Martijn Neggers (Eindhoven, 1987) schrijft poëzie, kort proza en romans. In 2012 publiceerde hij bij Tilburgse Uitgeverij Geroosterde Hond de bundel Hoop in blije dagen. Daarna volgden bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar de romans De mensen die achterbleven (2016), Spoetnik (2018) en Leve de koning (2021). Met het schrijverscollectief Team Edgar schreef hij ook voor die uitgeverij de voetbalverhalenbundel Mindere Goden (2018) en samen met Bas Jongenelen maakte hij de eerste sonnettenkransenkrans in de geschiedenis van de wereldliteratuur: Een kruisweg van alledaags leed (2016).
Hij richtte het literaire tijdschrift De Titaan op, en schreef verder voor oa. Nieuwe Revu, Playboy en Vice, De Optimist en Tirade. Op Urk wilden ze Neggers na een reportage 'met boeken en al op de brandstapel gooien', in Tilburg noemen ze zijn columns een 'deprimerende tsunami aan alledaagse sores' en in Helmond is hij na Spoetnik überhaupt niet meer welkom.
Op dit moment legt hij de laatste hand aan zijn nieuwe roman "De tragische ondergang van Amsterdam Country", die in 2026 zal verschijnen. Op The StoryGraph is hij te vinden als @martijnneggers.
Het verhaal van Spoetnik is heerlijk: een naïeve, idealistische, Amsterdamse docent van een links vak komt in een volksbuurt van Helmond terecht, probeert daar iets van zijn leven te maken, gaat hierin kolossaal onderuit, en assimileert uiteindelijk tot het volk dat zijn leven vernietigd heeft.
Ook heerlijk: de uitwerking. De fase waarin echt alles verkeerd gaat, op school en in de Spoetnikstraat, is afzien zoals ik eerder vooral bij de pijnlijke passages van Thomas Rosenboom deed. Joris van de Werff, de eeuwige optimist, blijft proberen er iets van te maken, maar hij snapt niet dat de wereld hem echt helemaal niet moet. Als lezer kun je hem absoluut gaan haten vanwege zijn lethargie ('doe iets, gek!'), maar ik trok hem wel als eeuwig slachtoffer. Ook die mensen zijn er, hoe tragisch dat ook moge zijn.
Martijn Neggers schetst daarbij een prachtig beeld van volksbuurten, vol PVV- en Trump-adepten, keiharde porno, grof geweld, verloren illusies, zwart geld, oneindige hoeveelheden bier en totaal doorgeslagen kinderen. En mijn God, wat krijg je gaandeweg een teringhekel aan Helmond Sport.
In de Spoetnikstraat is Neggers op zijn best: de bewoners komen prachtig uit de verf en vervullen elk hun eigen, bizarre rol, inclusief de ultieme afbraak van Joris aan het einde van het boek, en de doorstart via zijn Helmondse equivalent.
De verhalen van de middelbare school waar hij doceert zijn vooral pijnlijk herkenbaar van mijn eigen puberteit. Als een docent geen controle kan houden, dan heb je dat als leerling direct door en exploiteer je dat maximaal. Bij Joris gebeurt precies dat, maar dan ook nog eens door jochies met shirts van Helmond Sport en een onverstaanbaar dialect.
Wat ook goed werkt, zijn de interviews tussendoor met de bijfiguren. Vooral het gesprek met Gaston 'aaaaaaaaahlekkerbakkiekoffie' Starreveld is te gek. Minder goed werkten bij mij de brieven die hij schrijft aan de vorige bewoner van het huis. Het voegt weinig toe en inhoudelijk is het vooral open deuren intrappen. Haal eruit, denk ik dan, je hebt die interviews met betrokkenen al ter variatie, maak keuzes. Maar dat is klein bier in het grote geheel der dingen.
Voor de goede orde: dit boek is geen highbrow literatuur. En gelukkig maar. Spoetnik is gewoon een zeer pijnlijk portret van een subcultuur in Brabant en de tragische persoonlijkheid die universeel bestaat. Neggers probeert het ook niet complexer of pretentieuzer te maken dan dat zoiets vraagt, waardoor het leestempo enorm hoog ligt. Soms maakt hij alles iets te expliciet, maar dat zij hem vergeven.
En omdat alleen God zonder fouten is, krijgt Spoetnik 5 sterren, vooral voor het sardonische plezier dat ik eraan beleefde.
Terwijl ik bezig was in ‘Spoetnik’ vroeg ik me af wat ik eigenlijk aan het lezen was. Was dit satire? Was dit juist een afspiegeling? Was dit eigenlijk gewoon een schrijnend verhaal over een man die zich maar niet thuis kan voelen in zijn nieuwe huis? Hoewel het verhaal soms komische elementen heeft, vond ik het vaak ook heel schrijnend en venijnig.
Vermakelijk boek over de ondergang van een Amsterdamse leraar in Brabant. Soms wat absurd met een hoog "Bonje met de buren" gehalte, maar vooral erg grappig. Makkelijk te lezen, fijne maar eenvoudige schrijfstijl.
De Spoetnikstraat is overal! Provinciesteden vormen een prima decor voor het vertellen van een hedendaags verhaal. Het Boek ont van Anton Valens was nadrukkelijk gesitueerd in Groningen, Vertrouwd voordelig van Peter Middendorp in Emmen. En Spoetnik van Martijn Neggers speelt zich af in Helmond. Hoofdpersoon is de Amsterdammer Joris van der Werff die op elfjarige leeftijd al heeft moeten ervaren dat geluk niet vanzelfsprekend is. Hoewel hij een moeilijke jeugd heeft in de hoofdstad en al vroeg volwassen wordt, wordt hij als een naïeve Amsterdammer gepositioneerd die nauwelijks opgewassen is tegen de Helmondse rauwheid. Het verhaal start als een reeks vervelende gebeurtenissen die doen denken aan Flodder en Maaskantje. Neggers houdt de lezers echter bij de les door drie verhaalstijlen toe te passen. De chronologische vertelling wordt regelmatig onderbroken door brieven aan een onbekende geadresseerde, en door interviews door een onbekend persoon met personen die een belangrijke rol spelen in het verhaal. Hierdoor ontaardt het boek niet in een melig verhaal, maar blijft de lezer benieuwd naar het vervolg. Het boek kan beschouwd worden als een onderzoek naar populistische waarden. Op de achtergrond domineren Donald Trump, Geert Wilders en zwarte piet op macroniveau het landelijke nieuws. Op de voorgrond leren we op microniveau de bewoners kennen van een kleine straat in Helmond-Noord. Die kennen van de Nederlandse wet vooral de rechten die ze er aan kunnen ontlenen, en ze hebben maling aan de verplichtingen die er uit voortvloeien. Ze passen een logica toe die consequent in hun voordeel uitpakt, en waarin het past dat een dramatische gebeurtenis geprojecteerd wordt op de buitenstaander, ook als dat overduidelijk niet klopt. Het boek is in Brabant met gemengde gevoelens ontvangen. Het Eindhovens Dagblad besteedde vooral aandacht aan de begrijpelijk verongelijkte reacties van de bewoners van de Spoetnikstraat die echt bestaat. Maar über-Brabander Guus Meeuwis wijst Spoetnik aan als zijn favoriete boek, en provinciegenoot Theo Maessen was er snel bij om de filmrechten van het boek te bemachtigen. Guus en Theo weten dat de Spoetnikstraat in heel veel plaatsen voorkomt. Zij kennen hun publiek.
Als 33-jarige maatschappijleerdocent uit de Randstad die blij is niet naar een volkswijk in Helmond te hoeven verhuizen, had ik veel zin in dit boek. Ik zou me in de hoofdpersoon in kunnen leven en er zouden vast veel slimme inzichten worden gegeven over links-progressieve vooroordelen tegenover de stem van het volk.
Helaas vielen beide verwachtingen nogal tegen. De hoofdpersoon bleek niet eens een anitheld, maar gewoon een antipersoon. Altijd en overal nogal een sukkel die amper een besluit durft te nemen te vertrekken als hij zo duidelijk ergens niet wordt gewaardeerd. Dan gaat hij maar drinken en niksen. Een halfslachtige en verder onnodige familiegeschiedenis verantwoordt dat onvoldoende.
De volkswijk zelf is ook een en al stereotype. Vrijwel niemand is goed, alles is PVV, behalve een meisje aan wie dan weer alles perfect is. Zo zwart-wit, of 'rood op rood', is het ook geschreven. Het weer, altijd regen en donkere wolken, en teksten van Marco Borsato moeten nog maar eens benadrukken hoe zwaar het allemaal is in Helmond.
Wat dit boek wel mee heeft: ondanks de nadelen leest het lekker door.
Fantastisch drama over de botsing tussen randstedelijk "goed volk" en de angstwekkende onderklasse die er een hele eigen logica op na houdt. Helmonds is ook echt een raar dialect, dus die arme Joris die niks snapt van nippeltjes snukken... Pardon?? Het zorgt voor hilarische dialogen, vooral toen Joris van der Werff een garagist opbelde vanwege een probleem met zijn auto. De ontknoping is een opluchtig, maar ook onrustwekkend: buurman vindt zijn plekje in de Spoetnikstraat na (onder zware druk) zijn eigen principes te hebben verloochend. Een waardige opvolger van Martijn Neggers' eerste roman.
cijfer: 7 vermakelijk boek over een Amsterdammer die naar Helmond verhuisd en er daar achter komt dat men niet zit te wachten op hem. Erg leuk geschreven.