Matige selectie, maar je krijgt een beeld van de verbeelding en vertelkunst.
'Ja bekijk ze maar eens goed, slechte Ellert, slechte Brammert, elke bloeddruppel heeft zijn sporen in jullie handen nagelaten, zoals zorg en ellende mijn voorhoofd doen rimpelen. (Het meisje uit Orvelterveen)
Koning Jan van Arkel sprak 'het is niet de gewoonte van kippen om de vos aan te vallen.' (Graaf Jan)
Duivelbanner, heksenmeester – spokenjager met cirkels. (De advocatenbroers van Beetsterzwaag)
Een prinses die niet sterven kan zolang er op haar Terschellingereiland nog mensen wonen. Uit regen en wind komt ze aangestapt, om het volk te helpen.
De Roofridder van Hoensbroek voorviel de duivel als een aapje. 'Alleen Maria kan het venster van de hemel openen voor de Zondaars.' (De aap van Hoensbroek)
Basilisk verschool lang in de Utrechtse Kelders, tot een jonge knul voor de vuurogen een spiegel ophield.
Zoals oude heksen zich kunnen voordoen als o zulke goede medelijdende vrouwtjes wie niets te veel is om anderen te helpen en die zo graag eens de zieken komen bezoeken. Een waarzegster zag in de kaarten dat ze betoverd was, in de ogen wie het was, en door toverpoeder in haar kachel vuur te werpen liet ze het de aanwezigen zien. (De bultenaar van Buiksloot)
'Zal het pijn hebben, zo voor zijn dood?' 'Alle mensen zijn mijn vijanden… ik zal genieten als ik ze zie lijden.' (De bloeddorstige rechter)
Jouw geluk is afhankelijk van een ander, het mijne van mezelf. Recht hebben jullie, plicht hebben wij… zo denk jij. 'Wie weet wanneer in dit leven het uur van de dood komt? Kijk naar het spelende kind en hoor het lachen! Het sterft nog eerder dan de grijsaard die voorbij strompelt.' (de straatvlinder van Roggel)
'De snoek bezat een vreemde kracht.' (Het monster in het meer van Halen)
Heintje duivel: Ik wacht altijd het goede ogenblik af. De mensen aanvaarden mijn hulp pas als ze radeloos genoeg zijn. Dan kom ik in hun leven, … en en neem wat me toekomt. Wat ik te bieden heb, is veel, en wat ik vraag, is weinig, maar voor mij genoeg. (De macht van de liefde) Zijn contract teken je met bloed. 'Ik ben een goede vriend van de mensen, en ik sta altijd klaar om iedereen uit de penarie te halen.' Hij speelde het spel volgens de regels.' (Gorchem's Duivelsgracht) De heer was de man met de bokkenpoot. (De vreemde gast van Spekholzerheide)
Schaap vs wolf (het slimme schaap van Thorn)
Wat gebeuren moest, altijd kwam het uit. Wie hield de stroom van een rivier tegen? (Schimmel van Middelstum)
Laagheid lacht om laagheid. (De helderziende herbergier)
Een Amsterdams meisje verdedigde een pand 'steek je hoofd in het gat en ik neem het in mijn handen.' (Het huis met de zeven hoofden)
De Zwarte Bende van Breda → Zwartmaken en galgenveld // Bokkenrijders (kan je naasten zijn)
'Al zou ik tot in eeuwigheid door moeten varen, ik váár!' Hoogmoed tekende de vliegende Hollander.
De grens van Limburg en Braband kende een ingang naar de hel (de dolende Peelridder)
Bij diefstal, 'ik zal je nu deze drie poeder meegeven. Het eerste moet je vanacht in de Kloosterwiel gooien en dan moet je afwachten wat er plaatsvindt. Als de gespen niet terugkomen, dan moet je de volgende nacht het tweede poeder op het haardvuur verbranden. Wanneer er dan nog niets is gebeurd, neem dan in de derde nacht het derde en laatste poeder en begraaf dat onder een boom in de tuin. Dan móét er iets gebeuren. (de beul van den Bosch)