Grappig boekje en waarschijnlijk een goede inleiding op de evolutietheorie voor kinderen of mensen die er echt niets van weten, maar tijdens het lezen wilde ik toch een hoop voetnoten plaatsen. Het boek spreekt zichzelf hier en daar tegen, wat waarschijnlijk voorkomt uit het feit dat het boekje enerzijds accuraat wil zijn (en het dus wil hebben over evolutie op het niveau van genen) maar tegelijkertijd probeert simpel en leesbaar te zijn (en het dus toch vaak op een individueel dier betrekt).
Er worden talloze metaforen gebruikt om processen binnen de evolutie uit te leggen, maar sommige van deze metaforen zijn omslachtig en misleidend, vooral omdat ze regelmatig een zekere mate van intentie suggereren of de aanwezigheid van een entiteit die bepaalde keuzes maakt. Bijvoorbeeld, om uit te leggen waarom de wereld om ons heen er zo succesvol uitziet en toch ontstaan kan zijn door een (gedeeltelijk) willekeurig proces, wordt er het voorbeeld gebruikt van een speler die tegen de kampioen van een bepaald spelletje speelt op een heel aantal verschillende borden. Door elke keer willekeurige zetten te doen en alle verliezende borden snel weg te zetten, zal hij op een gegeven moment overblijven met een bord waarop hij het toch verdomd goed doet en lijken de zetten die hij gemaakt heeft intentioneel. Op zich een prima metafoor, maar tegelijkertijd wordt in dit metafoor wel uitgegaan van een entiteit met een einddoel, en dat terwijl Bas Haring in zijn boek de hele tijd probeert te onderstrepen dat we zo niet moeten denken. Hij zegt zelf ergens aan het begin van het boek dat het blijkbaar heel lastig is voor mensen om te denken over natuurlijke processen zonder over intentie en einddoelen na te denken en uit zijn metaforen blijkt keer op keer dat hij dat zelf ook niet kan.
Aan het einde van het boek worden dan nog een handjevol gegeneraliseerde conclusies over mannelijkheid en vrouwelijkheid getrokken, die vanuit een gesimplificeerde weergave van de evolutie inderdaad te begrijpen zijn, maar als je er wat langer over nadenkt toch niet goed in elkaar steken. Zo beweert Bas Haring dat als je mannen op straat vraagt of ze alle vrouwen waarmee ze seks zouden willen hebben kunnen aanwijzen, en vrouwen vraagt of ze de mannen aan willen wijzen, dat mannen er meer aan zouden wijzen. Dat zou dan logisch zijn, afgaande op de biologische drijfveer voor mannetjes om veel nageslacht te krijgen. Ik wil niet ontkennen dat er een biologische drijfveer bestaat, noch dat er biologische verschillen bestaan tussen mannen en vrouwen, maar dit lijkt me nu juist exact een van de voorbeelden waarbij aangeleerd gedrag en sociale constructies een veel belangrijkere rol spelen. Het is voor mannen veel geaccepteerder om over seks te praten, seks te willen en met veel verschillende partners seks te hebben. Als een vrouw dat doet, wordt ze door de samenleving afgeschilderd als een slet. Dat lijkt me de belangrijkste reden dat een vrouw minder mannen aan zou wijzen. Door puur en alleen de biologie te noemen in deze kwestie rechtvaardigt Haring (waarschijnlijk onbewust) de ongelijke behandeling van mannen en vrouwen die voortkomt uit genderstereotypen. Maar dat is maar een klein negatief puntje in dit boek, het speelt verder geen belangrijke rol.
Al met al zou ik zeggen, als je niets af weet van de evolutietheorie, of je bent zo iemand die gekscherend 'mijn grootvader was toch geen aap', roept, zou ik dit boekje aanschaffen, lezen, en daarna snel nog veel meer over evolutie opzoeken en lezen. ;)