Neo-romantisch debuut van Arthur van Schendel. De met depressies worstelende edelman Drogon vat een onmogelijke liefde op voor zijn schoonzuster. Drogon zoekt kracht om vastberaden te blijven in de strijd tussen begeerte en deugdzaamheid. Dat valt niet mee, want Drogon is onder een kwaad gesternte geboren. Als zijn broeder Amalric op kruistocht gaat voltrekt zich het noodlot.
Lang niet makkelijk om te lezen, met al die van bepalingen bolstaande volzinnen, archaïsche grammaticale constructies en woorden die in 1896 al gedateerd waren. Maar op deze manier zet Van Schendel wel de mysterieuze geheimzinnige sfeer neer, die ook zijn latere werk zal karakteriseren. Ik heb genoten van de prachtige taal en het meeslepende, dramatische verhaal.