Johan Rudolf Thorbecke is de geschiedenis in gegaan als auteur van de grondwet van 1848 en als de architect van het staatkundige Huis van Thorbecke en de parlementaire democratie. Een staatsman zoals Nederland er maar weinig gehad heeft.
Hij was een buitenstaander. Een halve Duitser, uit een berooide familie, lutheraan in een overwegend hervormd Nederland, filosoof in domineesland, hoogleraar in Gent tot de revolutie van 1830, compromisloos politicus met een dwingende wil. Hij ontleende zijn kracht juist aan zijn minderheidspositie. Zijn rijke, intellectuele liberalisme was zowel toen als nu on-Nederlands.
Ook voor zijn vrienden, zijn vrouw en kinderen was hij: Thorbecke. Maar onder zijn droge uiterlijk was hij een gepassioneerde man die alleen volledig leefde in zijn liefde, in muziek en in natuur.
Met de jaren is Thorbecke een wat mythische figuur geworden, een monument. In de eerste volledige biografie sinds jaren brengt Remieg Aerts deze intrigerende staatsman tot leven, in een breed panorama van de politiek, wetenschap en cultuur van de negentiende eeuw.
Remieg Aerts (1957) is hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en Politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit. Hij schreef eerder het viermaal bekroonde De letterheren (1997), boeken over Amsterdam in de negentiende eeuw (2006), en Het aanzien van de politiek (2009). Hij is coauteur van Omstreden democratie (2013), Land van kleine gebaren (2013) en In dit Huis. Twee eeuwen Tweede Kamer (2015).
Thorbecke is iemand met een heel bekende naam maar van wie je verder niets weet. Maar na het lezen van deze uitstekende, zeg maar gerust monumentale biografie van 760 bladzijden ken je hem beter dan hedendaagse politici. Ik las het boek ook om meer te weten te komen over de oorsprong van onze parlementaire democratie, in een tijd nog zonder politieke partijen, waarin volksvertegenwoordigers geen stemvee met fractiediscipline waren maar een individuele verantwoordelijkheid hadden. Dan begint het eigenlijk pas in hoofdstuk 5 op bladzijde 261. De eerste hoofdstukken gaan vooral over zijn jaren van studie en docentschap, en zijn contacten met exponenten van het filosofisch idealisme in Duitsland in die tijd, waar hij behoorlijk door beïnvloed blijkt te zijn. Als je niet in filosofie geinteresseerd bent kan dit nogal taaie kost zijn, maar het zou zonder veel verlies overgeslagen kunnen worden als je alleen in zijn politieke carriëre bent geïnteresseerd. Een mooie samenvatting van Thorbecke's politiek staat in het hoofdstuk 'Narede', onder het subkopje 'Narede'. Dit had ook als voorwoord kunnen dienen. In het huidige politieke landschap is hij lastig te plaatsen. Ik zou hem zelf sociaalconservatief-liberaal noemen, hoewel hij qua politieke hervormingen natuurlijk zeer progressief was.
Voor wie weinig voorkennis heeft is het aan te raden om vooraf wat te lezen (op wikipedia bijvoorbeeld) over de geschiedenis van de grondwetsherziening en over staatsrecht in het algemeen. De schrijver heeft een beetje de neiging allerlei termen en kwesties als bekend te veronderstellen.
Opvallend is dat Thorbecke meerendeels erg moderne ideeën had en zijn tijd vooruit was. Hij had uit het idealisme wel het idee van de natie als iets organisch in plaats van een mechanisme overgenomen maar niet het Hegeliaanse historicisme. Hij zag de toekomst juist als onvoorspelbaar en politiek als iets pragmatisch. Het scheppen van de juiste voorwaarden voor een bloeiende en initiatiefrijke samenleving. Wel zag hij zichzelf als een typisch Hegeliaanse figuur waarin de 'tijdgeest' van grote hervormingen zich samenbalde.
Ook omdat het vooral een persoonlijke en intellectuele biografie is met weinig 'couleur locale', is het verhaal vrij tijdloos, en doet niet zozeer historisch maar actueel aan. Het zijn vooral de citaten in verouderd Nederlands die je doen beseffen dat dit alles behoorlijk lang geleden is, in de tijd van paard en koets. De tijd van de romans van Dickens en Trollope. Waarschijnlijk heeft Thorbecke als kind Napoleon nog voorbij zien komen.
Merkwaardig is ook te lezen hoe in Nederland na 150 jaar een republiek te zijn geweest (weliswaar verworden tot een regentenoligarchie met een machtige stadhouder) en daarna nota bene door de Fransen met een monarchie opgescheept, in 1848 een Koning (met hoofdletter) van zijn macht ontdaan moest worden.
De balans die gevonden moest worden tussen de verschillende politieke instituties en hun macht en verantwoordelijkheden is iets waar Thorbecke en zijn collega's mee worstelden. Dit is erg interessant om te lezen. Een bonus is dat onder zijn premierschap ook begonnen werd met het aanleggen van de spoorwegen en het Noordzeekanaal en de Nieuwe Waterweg, want ook dat zijn erg interessante onderwerpen.
Thorbecke mag dan een monument zijn, maar Aerts kan er ook wat van. Wat een bijbel van eruditie en leesbaarheid. Een aanrader voor iedereen die de Nederlandse negentiende eeuw interessant vindt; vanuit de politiek-intellectuele biografie over Thorbecke zijn er uitstapjes naar alle andere gebieden.
Finished: 24.10.2018 Genre: biography Rating: A++++++ #LibrisLiteraturePrize 2018 shortlist Conclusion: IMO... absolutely magnificent example of scholarly writing! Here is why:
Zeer blij dit te hebben gelezen. Het begint interessant met een analyse van zijn loserige vader die van zijn zoon zijn enige project maakt (14 uur per dag studeren, 6 dagen in de week). De Thor wordt hoogleraar, eerst in Gent, en daarna in Leiden. De analyse van zijn wetenschappelijke publicaties en prestaties is wat stug. Echt op tempo komt het boek nadat hij de politiek in gaat, waarbij je vol bewondering kijkt naar de enorme drive van de man. Hij deed me denken aan Omtzigt in zijn bijna autistische focus op juridisch gelijk, in zijn populariteit in het oosten en het weigeren mee te doen met wat de heersende klasse als normaal beschouwt. Interessante bijrol voor zijn liefdesleven en zijn vrouw Adelheid ook.
Wie niet thuis is in het Duits historicisme en Romantiek van de 19e eeuw moet de eerste helft van de 700+ pagina's tellende biografie van Thorbecke, Nederlands grootste staatsman en grondlegger van de parlementaire democratie, even hard doorbijten. In zijn 'Duitse periode' wordt de intellectuele basis van Thorbecke gelegd.
Zijn tijd in Gent en Leiden als hoogleraar rechtsgeleerdheid zijn een opmaat voor een politieke carrière . Als drijvende kracht achter de grondwet van 1874 heeft de constitutionele monarchie verankerd, met als gevolg een voortdurende loopgravenoorlog met de autocraat Willem III.
Enorm lange reis geworden, het lezen van dit boek, niet omdat het een slecht boek is - in tegendeel - vooral door het wegvallen van mijn dagelijkse leestijd in de trein als gevolg van corona.
Erg fijne biografie, al vind ik de schrijfstijl soms wat taai. Desondanks is het een prettig boek. Thorbecke wordt niet alleen geschetst als politicus, maar juist ook als wetenschapper en persoon. Kortom, kijk door de soms taaie schrijfstijl heen en lees dit boek.
Wie politiek en bestuurlijk Nederland wil begrijpen, kan niet heen om Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872). De onbuigzame liberale staatsman uit Overijssel was de grondlegger van het Nederlandse staatsbestel van 1848, pionier van het bestuursrecht en, in de woorden van zijn biograaf Remieg Aerts, “de intellectuele drijfkracht achter de hervormingsbeweging” van het midden van de negentiende eeuw. Na het lezen van deze vuistdikke biografie is er geen twijfel mogelijk: Thorbecke heeft een onuitwisbare stempel gedrukt op de bestuurlijke inrichting en de parlementaire mores van Nederland. “‘Thorbecke wil het’. Dat werd met de jaren een herkenbare verzuchting van ieder die met hem te maken had,” aldus Aerts. “In de kwarteeuw na 1848 werd de wil van Thorbecke de diepe orgeltoon van de Nederlandse politiek.” (392-3)
Geboren in Zwolle en voortgedreven door zijn ambitieuze, maar berooide vader Frederick en zijn eigen ijver, eerzucht en intelligentie, werd hij in zijn jonge jaren gevormd door de Duitse academische wereld, die destijds ver op die van het bekrompen en kleinburgerlijke Koninkrijk der Nederlanden voorliep. Als zelfbewuste twintiger raakte hij er op zijn Bildungsreise persoonlijk bekend met vooraanstaande — en minder vooraanstaande — filosofen, geschiedwetenschappers en rechtsgeleerden aan de universiteiten van Göttingen, Giessen, Berlijn, Jena en Heidelberg. Wetenschappelijk stond hij zonder meer zijn mannetje, al wist hij geen duidelijke focus aan te brengen in zijn academische werk, en zijn talent viel op. Het was niettemin geenszins makkelijk voor Thorbecke om een plek als professor te bemachtigen in het jonge Koninkrijk der Nederlanden, waar zoveel afhankelijk was van contacten en de ‘gunfactor’ onder professoren en bestuurders bij wie zijn academische vorming in Duitsland hem vooral verdacht maakte. Het lukte hem uiteindelijk aan de slag te gaan als bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Gent, die kort daarvoor was opgericht.
De jonge Thorbecke werd in belangrijke mate gevormd door zijn studiejaren in Duitsland, waarop Aerts uitvoerig ingaat, en door zijn verblijf als professor in Gent (totdat de afscheiding van België in 1830 een langer verblijf aldaar onmogelijk maakte). Door deze achtergrond is hij zijn leven lang altijd een beetje een autonome buitenstaander gebleven in politiek en bestuurlijk Nederland, dat werd gedomineerd door gegoede families en de adel. Als student en professor onderscheidde zich door zijn scherpe geest, diepgaande kennis en ontzagwekkende arbeidsethos. Tegelijkertijd was hij een onverbeterlijke betweter die velen tegen de haren in streek maar vaak toch ook onweerstaanbaar was. “Thorbecke was er goed in vijanden te maken, zonder opzet, bijna terloops.” (339) Hij kon echter ook bogen op een indrukwekkend arsenaal aan kennis en een psychologisch overwicht, waartegen nauwelijks weerstand mogelijk was. “Geen reglement, verordening, belasting of heffing uit de Franse tijd of sinds 1814, of hij was er vertrouwd mee.” (342) Maar al te vaak had hij bovendien het gelijk aan zijn zijde. “In zijn aanwezigheid voelde men zich gauw ongemakkelijk, uit een knagend besef van tekortkoming.” (392)
Als professor in Leiden ontpopte hij zich al snel tot een prominent staatsrechtgeleerde en populair docent van talloze studenten, die zich gaandeweg steeds meer ging mengen in de nationale politiek. Nederland teerde in de jaren veertig vooral op de vergane glorie van de ‘gouden’ zeventiende eeuw. “Nederland was oud en zette met zijn kwaliteitsarme zelfgenoegzaamheid in een dynamische wereld zijn bestaansrecht op het spel,” zo verwoordt Aerts Thorbeckes kijk op zijn vaderland aan de vooravond van zijn komeetachtige politieke opkomst. (327) Het was een land waar de kleingeestige middelmaat de scepter zwaaide. Thorbecke stak met kop en schouders boven deze middelmaat uit. Hij kwam daardoor steeds dichterbij het hart van de Nederlandse politiek en werd in 1849, na de liberale revoluties van daaraan voorafgaande jaar, voor het eerst gevraagd een kabinet te leiden. Hij was overigens de eerste minister die het ‘Torentje’ op het Binnenhof tot zijn werkvertrek verkoos, dat tot die tijd nog de werkkamer was van de secretaris-generaal.
Thorbecke werd de voornaamste schepper van de gedecentraliseerde eenheidsstaat en constitutionele monarchie die Nederland nog steeds is. Op grond van de grondwet van 1848, die niet van zijn hand was maar waarvan hij niettemin de drijvende kracht was, ontwierp hij een reeks wetten die de bestuurlijke inrichting van Nederland tot op de dag van vandaag bepalen — het zogeheten ‘huis van Thorbecke’. (Zo werd ‘zijn’ gemeentewet pas in 1992 herzien.) Thorbecke was ook de man die, in zijn tweede kabinet, de Nieuwe Waterweg en het Noordzeekanaal door de Tweede Kamer joeg, waarna Rotterdam zich ontwikkelde tot een van de belangrijkste havens van Europa en Amsterdam een nieuwe bloei beleefde. Ook de spoorwegen kwamen onder zijn gezag tot stand, met inbegrip van het Centraal Station in Amsterdam. Tevens stond hij aan de wieg van het middelbaar onderwijs en de hogere burgerschool (HBS) en van het volksgezondheidstelsel. Een in Nederland ongeëvenaarde prestatie.
Hoe moet Thorbecke als politicus en staatsman worden getypeerd? Volgens Aerts was hij, behalve jurist, vooral “een sterk resultaatgerichte politicus. … als een man met een missie haalde ook hij het uiterste uit de regels om zijn doel te bereiken. Hij vond bovendien dat constitutioneel recht levend recht was en ruimte moest bieden aan een zich ontwikkelende praktijk. In die zin is hij altijd meer ‘historicus’ dan jurist geweest.” (670) Hij was niet zozeer een man van regels als dat hij geloofde in “scheppende kracht, hervorming en organische ordening” en de ‘verdichting’ van historische tendensen in de persoonlijkheid van een staatsman. (675) Hij geloofde niet in een “lokalisering van de soevereiniteit” bij de monarchie of het volk, maar in samenwerkende kringen of organisatieniveaus en in het primaat van de platoonse idealen van waarheid, recht en rede: ”Is het alleen de vraag, wat het volk of de meerderheid wil, dan vervalt de vraag naar hetgeen regt, waar, goed en uitvoerbaar is.” (680) Hij beschouwde het ideaal als kompas voor elk bestuur: “niemand heeft het in de hand; doch waartoe stuurt hij, die het niet in het oog heeft?” (681) Ideologisch was Thorbecke niettemin niet makkelijk te plaatsen. “Hij is beschouwd als conservatief en als ultraliberaal, als liberaal geworden conservatief en als conservatief geworden liberaal,” aldus Aerts. Ook al was hij de grote voorman van het liberalisme, “zijn denken was veel meer romantisch dan verlicht.” (681)
De macht van Thorbecke beleefde zijn hoogtepunt tussen 1862 en 1866, toen hij zijn tweede kabinet leidde. Zijn gezag was in die periode ongekend en werd pas eind 1865 serieus bedreigd door de ‘Limburgse brievenaffaire’, die draaide om een voorgenomen accijnsverhoging op grond en bier ten koste van Limburgse belangen. Wie denkt dat de vervlechting van politiek en media en het moedwillig vervagen van beeld en werkelijkheid van deze tijd is, doet er goed aan het hoofdstuk hierover te lezen. (620-630). Ook al viel hem in deze affaire niets te verwijten (behalve de “nurkse hooghartigheid” waarmee hij de aantijgingen aan zijn adres terzijde schoof), de conservatieve oppositie slaagde in haar opzet het gezag van Thorbecke te ondermijnen door de beeldvorming naar haar hand te zetten. In verband hiermee onderstreept Aerts dat de affaire ook een gevolg was van “zijn heerszuchtig imago”: “Men kon zich gewoon niet voorstellen dat dingen ook buiten zijn medeweten konden plaatshebben.” (629)
Thorbecke had van meet af aan een zeer geprikkelde, antagonistische relatie met koning Willem III. De wispelturige Willem III, in veel opzichten een nietsnut, kon niet op tegen diens onverzettelijke persoonlijkheid en dat stoorde de koning mateloos. Telkens nadat hij ‘Thorbecke jamais’ had uitgeroepen, dwongen de politieke krachtsverhoudingen hem ertoe de liberale leider aan te stellen als regeringsleider. En zelfs vanuit de oppositie bleef ‘de Thor’ de loop der dingen bepalen. Een grappig weetje is dat het eerste regeerakkoord tot stand kwam op last van koning Willem III, een verzoek dat door Thorbecke als “blijk van wantrouwen” werd beschouwd.
Behalve door zijn binnenlands-politieke statuur wordt Thorbecke als staatsman gedefinieerd door zijn internationale oriëntatie, in het Nederland van die tijd geen gegeven. Hij had een scherpe kijk op wat er in het buitenland gebeurde en roerde zich in toenemende mate op het internationale toneel. Op bladzijde 708 e.v. beschrijft Aerts Thorbeckes kijk op de landsverdediging tegen de achtergrond van de oorlog tussen Pruisen en Frankrijk van 1870-1871, de eerste grote oorlog in Europa na de Napoleontische tijd. Daarin onderscheidde hij zich minder van zijn omgeving dan met zijn internationale oriëntatie. “Net als de meeste liberalen had hij altijd aangedrongen op uiterste zuinigheid als de begrotingen van oorlog en marine aan de orde waren. Ook hij associeerde defensie vooral met de reactionaire entourage rond het hof en met een onredelijk conservatisme dat altijd maar meer geld vroeg voor defensie zonder duidelijk idee van wat een goede landsverdediging moest zijn.” (709)
Thorbecke was in zijn leven niet een en al steile onbuigzaamheid. Zonder meer ontroerend is zijn volledige toewijding aan zijn aanzienlijk jongere Duitse vrouw Adelheid en aan zijn kinderen. De goedhartige, levendige Adelheid, die hij als 4-jarige kleuter tijdens zijn studiejaren had leren kennen (hij was bevriend met haar moeder), was het middelpunt van een harmonieus en liefdevol familieleven, dat overigens werd gedomineerd door de “grote ongenaakbare” Thorbecke. Aerts: “Hij overstelpte haar met zijn liefde. Na zijn strenge vrijgezellenjaren beschouwde hij haar als zijn bestemming, als de voltooiing van zijn leven en persoon, als de helft die hij altijd gemist had. […] Alles wat deze gereserveerde man aan tederheid en bedwongen hartstocht bezat, leek zich in zijn liefde voor haar samen te ballen.” (688) Samen verwerkten zij het immense verdriet over het verlies van de twee zonen die, afzonderlijk van elkaar, al jong het leven lieten tijdens hun verblijf in Azië. Dat Adelheid, die hij steevast zijn ‘Madonnaatje’ noemde, al op 53-jarige leeftijd aan een hartinfarct overleed was een mokerslag voor Thorbecke die Aerts met veel gevoel beschrijft. Alleen zijn plichtsbetrachting en zijn liefde voor zijn kinderen hield hem in die inktzwarte periode overeind. Thorbecke zelf stierf enkele jaren later in het harnas, als leider van zijn derde kabinet. “Het gros der menschen leeft en werkt voor eigen belang; eerst vereischte in de Staatsman is de zedelijke grootheid, die zich onderscheidt door de kracht om uitsluitend voor het geheel te leven en te werken,” aldus Thorbecke. (721)
Deze biografie is al met al prachtig leesvoer en een mooi eerbetoon aan een groot staatsman in de vaderlandse geschiedenis. Was het eerste deel nog droge kost, een beetje zoals Thorbecke zelf, zodra ‘de Thor’ zich begint te mengen in de nationale politiek begint het verhaal te lopen. Chapeau!
De grondlegger van zowel de Nederlandse grondwet van 1848 als het vaderlandse liberalisme, althans dat zijn twee fenomenen waar dit fenomeen voornamelijk mee verbonden is. Klopt dit en in hoeverre seipelen de ideeën van deze staatsman dood in de hedendaagse maatschappij? Met deze vragen ging ik dit gigantische boek in. De realiteit wist te verrassen.
Het boek begint bij een nauwkeurige persiflage van een jongen die tegen zijn stand in, als een project van zijn vader, groot wordt gebracht in een alom veranderde wereld. Met weinig middelen vormt een jongeman die zich al snel intelligenter waant dan zijn vader. Vanuit de Duitse romantiek vormt hierop de kern van Thorbeckes gedachtegoed: een land waarin het voor instituties mogelijk moet zijn als vrij organiek wezen te ontwikkelen. Wel degelijk anders dan het modern liberalisme aka individualisme, vormt dit gedachtegoed, tezamen met een afkeer van de regentencultuur van oud-Nederland, de baken die ontspringt in de nieuwe grondwet. Misschien nog wel belangrijker dan die grondwet zijn de prestaties als wetgever voor de bestuurlijke landsorganisatie aan de hand van een provincie-, gemeente en kieswet en de sociaal-economische landsorganisatie met belastinghervormingen, het aanleggen van openbaar vervoer en het herzien van zowel onderwijs als de gezondheidszorg. Prestaties genoeg, maar wie was de man?
Thorbecke zal niet de geschiedenis ingaan als vriendelijke man. De ijzeren tor had maar 1 wil, en er bestond dan ook maar 1 wet: zijn wet. Op momenten in zijn leven kan dan ook gezegd worden dat hij ontwikkeling eerder heeft tegengehouden dan bespoedigd. Toch moet men respect houden voor deze periferie-liefhebbende, huiselijke en ambitieuze man. Want Thorbecke wil het en het land is er niet slechter van geworden!
Thorbecke domineerde 20 jaar lang de Nederlandse politiek op een manier die nu niet meer kan. Hij was bepalend in de gigantische verandering van Nederland van de 18e eeuwse standenmaatschappij in een modern land met een robust democratisch bestel. Met de grondwet, waar iedereen hem van kent, had hij helemaal niet zoveel te maken! Maar wel met de lawine van wetten die er op volgden: die zorgden voor het huidige bestel van provincies en gemeentes. Het algemeen kiesrecht. De ministeriele verantwoordelijkheid. De organisatie van lager en middelbaar onderwijs. De spoorwegen. Het graven van de Nieuwe Waterweg en het Noordzeekanaal.
Een dominante persoonlijkheid met een extreem sterke persoonlijke visie die buiten alle bestaande groepen en standen viel.
Het boek is meer dan 700 paginas, maar lees gemakkelijk weg. Ook interessant om te lezen hoe de gegoede standen leefden in de 19e eeuw, hoe de politiek anders was dan nu (er was bv geen minister-president) maar ook weer hetzelfde.
Sterk aanbevolen voor de liefhebber van geschiedenis.
Dit is een boeiende biografie die de lezer meeneemt naar het Nederland van de 19e eeuw. Het boek schetst op levendige wijze de (internationale) context waarin Thorbecke leefde en werkte, en belicht helder zijn invloed op de Nederlandse politiek en samenleving.
Een bijzonder aspect van het boek is dat Aerts zijn eigen reflecties deelt, wat de biografie een persoonlijke touch geeft. Dit maakt het werk rijker dan een puur 'objectieve' beschrijving. Hoewel het een omvangrijk boek is, is het zeer de moeite waard. Voor geïnteresseerden in Nederlandse geschiedenis en politiek biedt "Thorbecke wil het" een waardevolle leeservaring.
Over Thorbecke is veel geschreven en Thorbecke wordt vaak aangehaald, soms compleet buiten de eigenlijke context. Gelukkig is er nu een uitgebreide biografie. Dit boek geeft een gedegen indruk van de man, zijn jeugd en vorming, de geest van de tijd waarin hij leefde, zijn werk als universitair docent en als politicus, zijn wonderlijke persoonlijkheid en de belangrijkste personen in zijn omgeving. En met Thorbecke wordt dus ook van een belangrijk deel van de parlementaire geschiedenis van de 19e eeuw beschreven.
Het is een omvangrijk boek, maar het leest zeer gemakkelijk weg.
Eén van de sterkste werken/biografieën die ik de voorbije jaren heb gelezen. Al ligt dit m.i. vooral aan de figuur en de ideeën van Thorbecke en minder aan de schrijfstijl en de interpretatie van de auteur.
Jammer van de vele (onvertaalde) citaten in het Duits in de eerste hoofdstukken, de “Duitse” periode uit het leven van de Thorbecke.
Naarmate het boek vordert wordt de inhoud sterker en werd mijn belangstelling groter. Om te concluderen met de recensenten dat dit een ‘prachtbiografie’ is.
Boeiende biografie van een man die ik uit mijn geschiedenislessen nauwelijks kende. Aerts weet op basis van vele brieven en andere bronnen zijn levensverhaal in verbazend detail te brengen. Ook kijkt hij kritisch naar wat Thorbecke geschreven en gedaan heeft. Dat is wat vreemd als zijn afstudeerscriptie besproken wordt, maar geeft verder broodnodige relativering bij een man die weinig tegenspraak duldde.
Het is een lijvig boek, 760 pagina’s. Ik heb de eerste helft gelezen tot aan de vaststelling van de grondwet. Ik vind het heel boeiend geschreven hoe Thorbecke zich heeft ontwikkeld. Ook de breed geschetste context is interessant. Hierdoor leest het niet snel. Misschien dat ik later de tweede helft nog ga lezen.
Een zeer informatieve biografie die fijn wegleest. Fijn is ook dat Thorbecke echt in zijn tijd wordt geplaatst en dat inzichtelijk wordt waar hij allemaal mee bezig is geweest. De biografie is wel lang en had op bepaalde punten wel echt korter gekund.
Een flinke pil (700+ pp), maar wat een fascinerend leven en tijdsbeeld beschrijft het boek. En dat die grondwet van 1848 nog best spannende momenten heeft gekend. Een mooie historische kijk achter de schermen!
Een uitstekende biografie van een groot staatsman, waarin duidelijk het aandeel van Thorbecke in de moderne Nederlandse politieke geschiedenis geweest is. Mijn enige commentaar zou zijn dat veel Franse en Duitse citaten niet vertaald worden, wat het lezen soms enigszins verstoort.
Wat een ongelofelijk gedetailleerd boek over deze grote staatsman. Thorbecke wordt door Aerts weer tot leven gebracht met zijn kracht, zijn nukken en zijn hang naar zijn gezin. Liberaal tot het einde ten dienste van Nederland.
Zeer uitgebreide biografie. Als u geïnteresseerd bent in de staatsman en/of de politiek filosofische geschiedenis van de 19e eeuw dan is dit boek zeer de moeite waard.
Het is een bijzonder makkelijk leesbare, overizichtelijke en systematische biografie. Alleen het gedeelte over de Duitse tijd en de filosofische vorming was, na zijn klassieke opleiding inclusief promotie in Nederland, in ieder geval voor mij, lastig te volgen. Wat is nu precies zijn filosofie geweest en later ging dat over in het romatische denken. Eerst sterk gericht op de waarheid als gevolg van de Verlichting en later kwam daar ook de bevindelijkheid bij. Dit was wel de basis van het denken van Thorbecke wat omschreven wordt als de organische ontwikkeling van de historie. Hij evolueerde naar een historische wetenschapper en deed historisch onderzoek. Interessant om te weten dat hij geen wetenschappelijke portefeuille opbouwde maar zich kennelijk liet leiden door de direkte behoefte om bv een bepaald college te gaan geven. Zoals Aerts zegt het ging Thorbecke uiteindelijk om besturen. Hij evolueerde van de geschiedenis naar rechten en staatsinrichting en werd daar hoogleraar eerst in Gent en na de afscheiding van Belgie in Leiden. Het kostte hem veel tijd en energie om als niet lid van de bevoorrechte bovenlaag zijn plaats te vinden en dit leidde ertoe dat hij zich er gedurende zijn hele leven ook tegen afzette. Hij moest alles zelf bevechten. Hij vond zijn doel via het staatsrecht en de grondwet en was eerst onderdeel van de commissie die de nieuwe grondwet samenstelde en vervolgens als minister van binnenlandse zaken vertaalde naar wetgeving over de bestuurlijke organisatie in Nederland. De koning werd onschendbaar en de verantwoordelijkheid kwam bij de ministers te liggen. Willen I trad af toen de nieuwe grondwet kwam en Thorbecke heeft veel weerstand van Willem II moeten overwinnen om de grondwet te vertalen in wetten. De angst dat in Nederland net als in Europa de revolutie in 1848 voet aan de gromd zou krijgen zette Willem II aan om toe te geven aan de eisen van Thorbecke. Thorbecke toonde zich erg principieel hierbij bv bij benoemingen en gaf niets toe aan de koning en de oude elite. Zo legde hij de basis voor de moderne staatsinrichting van Nederland met een duidelijke scheding van machten verantwoordelijkheden tussen staat, provincie en gemeente die daarvoor nog een samenraapsel van gewoontes waren. Qua persoonlijkheid was hij onbuigzaam, zijn wil moest doorgevoerd worden en hij wilde geen compromis accepteren. Voor de staatsinrichting van Nederland is deze onbuigzaamheid denk ik erg goed geweest. Zo is het in het leven belangrijk wanneer je niet en wanneer je wel compromis bereid moet zijn. Dat is voor mij een goede les.
What a fantastic book to read, although also really a tough read. A great overview of the period in which this man lived and how he would become one of the great politicians ever of the Netherlands. Stunned by all his achievements and also surprised that his grave is near my house. I will visit him soon and thank him.
Voorbeeldig werk. Veel droge stof, toch leesbaar opgeschreven, maar wel stylistisch bescheiden, zonder fratsen. Inhoudelijk erg interessant. Ik dacht vooral bij de eerste helft steeds: Mark Rutte, lees dit nou eens en leer ervan. Ook al is een van de conclusies van de auteur dat een man als Thorbecke het in onze tijd niet zou redden in de politiek.