What do you think?


Maria Sibylla: Een ongebruikelijke passie
Maria Sibylla is een roman over de schilderes Maria Sibylla Merian, die op het eind van de zeventiende eeuw naar Suriname vertrekt vanwege haar bijzondere passie voor vlinders. Van haar leven zijn slechts een aantal feiten bekend. Waar Inez van Dullemen zich moet beroepen op haar verbeelding kruipt ze overtuigend in de huid van deze vrijgevochten vrouw die met opmerkelijke moed haar man verlaat, en een aantal jaren daarna met haar jongste dochter naar Suriname reist. Ze neemt de lezer mee op een adembenemende tocht door een land waar slavernij hoogtij viert. Maria Sibylla ontmoet de slavin Kwasiba op het moment dat deze haar zoontje begraaft. Vanaf dan zijn de levens van beide vrouwen onontkoombaar verbonden.
- GenresHistory
259 pages, Hardcover
First published January 1, 2001
Ratings & Reviews
Friends & Following
Create a free account to discover what your friends think of this book!
Community Reviews
Displaying 1 - 14 of 14 reviews
July 1, 2022
4,5 sterren - Nederlandse paperback
Quote Blz 11: De eeuw is in feite nog niet rijp voor een vrouwelijk schepsel dat het lef heeft om haar neus in de zaken van de schepper te steken, maar zij is nu eenmaal in het midden van de zeventiende eeuw geboren en behept met een onverzadigbare nieuwsgierigheid. Twee tegenstrijdige gegevens die het haar nog lastig gaan maken. Maar daar heeft ze vooralsnog geen weet van. Zij wenst eenvoudig die exotische bloem in bezit te krijgen.
Semper Augustus
Ouote blz 94, Dorothea, jongste dochter: 28 juli. Wat een geluk dat Columbus de nieuwe wereld heeft ontdekt en bewezen heeft dat de aarde rond is.
Quote blz 137: Toen de tentoonstelling waarmee Sibylla en Dorothea van Paramaribo naar Meerzorg waren gevaren aan de steiger aanmeerde, werd hun komst ogenblikkelijk aangekondigd door een slaaf die met een houten stok op de slavenbel sloeg.
Over het leven van Maria Sibylla Merian (1647-1717) is niet veel bekend. Sommigen zullen haar kennen van haar prachtig geïllustreerde boeken over rupsen, vlinders en hun voedselplanten. (Zie de link bij de site over Merian op Wikipedia). Anderen zullen wellicht over haar gehoord hebben via de Labadisten, een religieuze groepering die als een soort commune leefde in een slot in Friesland (Wieuwerd). Inez van Dullemen heeft de bekende feiten uit het leven van Maria Sibylla Merian gebruikt en deze met behulp van haar fantasie aangevuld tot een aansprekend verhaal over een bijzondere vrouw, met vooruitstrevende ideeën en doortastend gedrag. Een voorname rol in het verhaal is toebedeeld aan de verzonnen Kwasiba, haar Afrikaanse slavin die zij mee terug neemt naar Amsterdam.
Het boek bestaat uit 3 delen:
Deel 1: Maria Sybilla, waarin we lezen over haar jeugd, haar belangstelling voor de natuur, m.n. de metamorfose van de rupsen tot vlinders, haar tekentalent, haar huwelijk, haar intrede in de commune van de Labadisten, haar uittreding daar en uiteindelijk haar beslissing naar Suriname te vertrekken (met haar jongste dochter) om daar vlinders e.d. te tekenen en de natuur te beschrijven en tenslotte haar zeereis er naar toe.
Deel 2: Kwasiba, waarin we lezen hoe deze Afrikaanse vrouw leefde in haar land van oorsprong. En in welke angsten men daar leefde in de tijd van de rooftochten door slavenhandelaren. Over hoe ze trouwt, zwanger wordt. En daarna overmeesterd en per schip getransporteerd wordt naar Suriname. Haar leven is hard en ze houdt dat slechts vol door de hoop eens haar in Suriname geboren zoontje terug te kunnen brengen naar het land van zijn vader. Maar het kind sterft en bij het begraven ervan ontmoeten Sibylla en Kwasiba elkaar. Sibylla koopt het meisje van haar eigenaar en betrekt haar en nog twee slaven bij haar werk.
Ze besluit de binnenlanden in te trekken, waar zich een nog nederzetting moet bevinden van de Labadisten (Providentia) en waar ze de Morpho Achilles hoopt te vinden: een bijzondere en grote vlinder. De tocht is zwaar en wat ze vindt is een verwaarloosde bende, die weinig meer van doen heeft met de religieuze gemeenschap in Friesland. Machtsmisbruik, corruptie en hypocrisie vieren hoogtij. Toch ziet ze zich genoodzaakt een plekje in de buurt van het verwaarloosde huis te gebruiken voor het voltooien van haar werkzaamheden.
Deel 3: De Morpho Achilles. Tijdens een van haar tochten door het oerwoud slaat het noodlot toe: ze ziet de Morpho Achilles, wil hem vangen, maar valt en wordt gebeten door een slang. Haar bediende, een indiaan, probeert het gif te verwijderen, maar kan niet voorkomen dat ze ernstig ziek wordt.
Medicijnmannen, magische handelingen, koortsvisioenen: wekenlang zweeft ze op het randje van de dood. Als ze hersteld is, gaat ze terug naar Paramaribo en later naar Amsterdam. Ze neemt Kwasiba mee, als haar dienstbode, die echter niet erg in dit koude land kan aarden. Sibylla twijfelt of ze haar niet terug moet sturen naar Suriname. Als Sibylla tenslotte overlijdt, blijft Kwasiba hulpeloos achter en slijt haar leven in een souterrain in Amsterdam.
Maria Sibylla en Kwasiba worden met veel inlevingsvermogen neergezet. De verhouding tussen de beide vrouwen komt niet helemaal uit de verf. Maar in die periode was Sibylla ook een eenling met het bezien van "zwarten" en roodhuiden" als mensen. En dan is er ook nog het probleem van communicatie en totaal verschillende achtergrond en opvoeding. Daarnaast heeft Kwasiba het leven ook al totaal opgegeven na het verlies van haar Afrikaanse man en kind. Al kwam Kwasiba wel uit een gecultiveerde stad in afrika. Jammer dat deze vrouwen niet beter hebben communiceren. Ik denk dat ze zeker van elkaar hadden kunnen leren en zich nog beter kunnen aanpassen naar elkaars leven.
Het deel waarin het Suriname van de 17e eeuw een belangrijke rol speelt, en ook de werkelijke omstandigheden in die periode, was confronterend. In enkele raake bewoordingen wordt een grimmige werkelijkheid neergezet. Via de gedachten en ervaringen van Kwasiba worden we met de neus op de feiten gedrukt: wat het betekende voor Afrikaanse mensen om uit hun cultuur gerukt te worden en ver van hun familie erger dan beesten behandeld te
Het verhaal word opgehangen aan sfeer beschrijvingrn: de toestanden bij de Labadisten, de zeereis, de tocht door het oerwoud, de hallucinaties tijdens de ziekte, dat alles komt tot leven in een heldere stijl.
De ik- en de zij-vorm worden terloops afgewisseld, waardoor ik soms extra het verhaal werd ingezogen.
Nergens wordt de toon of het verhaal dramatisch, ondanks dat wat verteld wordt hier en daar redelijk heftig is. Maar juist daardoor ben je als lezer bereid deze gruwelijke feiten onder ogen te zien als een flinke smet op onze vaderlandse geschiedenis.
En dat terwijl het eigenlijk over de vlinders en tekeningen van Maria Sibylle Merian lijkt te gaan….. Knap gedaan!
Quote Blz 11: De eeuw is in feite nog niet rijp voor een vrouwelijk schepsel dat het lef heeft om haar neus in de zaken van de schepper te steken, maar zij is nu eenmaal in het midden van de zeventiende eeuw geboren en behept met een onverzadigbare nieuwsgierigheid. Twee tegenstrijdige gegevens die het haar nog lastig gaan maken. Maar daar heeft ze vooralsnog geen weet van. Zij wenst eenvoudig die exotische bloem in bezit te krijgen.
Semper Augustus
Ouote blz 94, Dorothea, jongste dochter: 28 juli. Wat een geluk dat Columbus de nieuwe wereld heeft ontdekt en bewezen heeft dat de aarde rond is.
Quote blz 137: Toen de tentoonstelling waarmee Sibylla en Dorothea van Paramaribo naar Meerzorg waren gevaren aan de steiger aanmeerde, werd hun komst ogenblikkelijk aangekondigd door een slaaf die met een houten stok op de slavenbel sloeg.
Over het leven van Maria Sibylla Merian (1647-1717) is niet veel bekend. Sommigen zullen haar kennen van haar prachtig geïllustreerde boeken over rupsen, vlinders en hun voedselplanten. (Zie de link bij de site over Merian op Wikipedia). Anderen zullen wellicht over haar gehoord hebben via de Labadisten, een religieuze groepering die als een soort commune leefde in een slot in Friesland (Wieuwerd). Inez van Dullemen heeft de bekende feiten uit het leven van Maria Sibylla Merian gebruikt en deze met behulp van haar fantasie aangevuld tot een aansprekend verhaal over een bijzondere vrouw, met vooruitstrevende ideeën en doortastend gedrag. Een voorname rol in het verhaal is toebedeeld aan de verzonnen Kwasiba, haar Afrikaanse slavin die zij mee terug neemt naar Amsterdam.
Het boek bestaat uit 3 delen:
Deel 1: Maria Sybilla, waarin we lezen over haar jeugd, haar belangstelling voor de natuur, m.n. de metamorfose van de rupsen tot vlinders, haar tekentalent, haar huwelijk, haar intrede in de commune van de Labadisten, haar uittreding daar en uiteindelijk haar beslissing naar Suriname te vertrekken (met haar jongste dochter) om daar vlinders e.d. te tekenen en de natuur te beschrijven en tenslotte haar zeereis er naar toe.
Deel 2: Kwasiba, waarin we lezen hoe deze Afrikaanse vrouw leefde in haar land van oorsprong. En in welke angsten men daar leefde in de tijd van de rooftochten door slavenhandelaren. Over hoe ze trouwt, zwanger wordt. En daarna overmeesterd en per schip getransporteerd wordt naar Suriname. Haar leven is hard en ze houdt dat slechts vol door de hoop eens haar in Suriname geboren zoontje terug te kunnen brengen naar het land van zijn vader. Maar het kind sterft en bij het begraven ervan ontmoeten Sibylla en Kwasiba elkaar. Sibylla koopt het meisje van haar eigenaar en betrekt haar en nog twee slaven bij haar werk.
Ze besluit de binnenlanden in te trekken, waar zich een nog nederzetting moet bevinden van de Labadisten (Providentia) en waar ze de Morpho Achilles hoopt te vinden: een bijzondere en grote vlinder. De tocht is zwaar en wat ze vindt is een verwaarloosde bende, die weinig meer van doen heeft met de religieuze gemeenschap in Friesland. Machtsmisbruik, corruptie en hypocrisie vieren hoogtij. Toch ziet ze zich genoodzaakt een plekje in de buurt van het verwaarloosde huis te gebruiken voor het voltooien van haar werkzaamheden.
Deel 3: De Morpho Achilles. Tijdens een van haar tochten door het oerwoud slaat het noodlot toe: ze ziet de Morpho Achilles, wil hem vangen, maar valt en wordt gebeten door een slang. Haar bediende, een indiaan, probeert het gif te verwijderen, maar kan niet voorkomen dat ze ernstig ziek wordt.
Medicijnmannen, magische handelingen, koortsvisioenen: wekenlang zweeft ze op het randje van de dood. Als ze hersteld is, gaat ze terug naar Paramaribo en later naar Amsterdam. Ze neemt Kwasiba mee, als haar dienstbode, die echter niet erg in dit koude land kan aarden. Sibylla twijfelt of ze haar niet terug moet sturen naar Suriname. Als Sibylla tenslotte overlijdt, blijft Kwasiba hulpeloos achter en slijt haar leven in een souterrain in Amsterdam.
Maria Sibylla en Kwasiba worden met veel inlevingsvermogen neergezet. De verhouding tussen de beide vrouwen komt niet helemaal uit de verf. Maar in die periode was Sibylla ook een eenling met het bezien van "zwarten" en roodhuiden" als mensen. En dan is er ook nog het probleem van communicatie en totaal verschillende achtergrond en opvoeding. Daarnaast heeft Kwasiba het leven ook al totaal opgegeven na het verlies van haar Afrikaanse man en kind. Al kwam Kwasiba wel uit een gecultiveerde stad in afrika. Jammer dat deze vrouwen niet beter hebben communiceren. Ik denk dat ze zeker van elkaar hadden kunnen leren en zich nog beter kunnen aanpassen naar elkaars leven.
Het deel waarin het Suriname van de 17e eeuw een belangrijke rol speelt, en ook de werkelijke omstandigheden in die periode, was confronterend. In enkele raake bewoordingen wordt een grimmige werkelijkheid neergezet. Via de gedachten en ervaringen van Kwasiba worden we met de neus op de feiten gedrukt: wat het betekende voor Afrikaanse mensen om uit hun cultuur gerukt te worden en ver van hun familie erger dan beesten behandeld te
Het verhaal word opgehangen aan sfeer beschrijvingrn: de toestanden bij de Labadisten, de zeereis, de tocht door het oerwoud, de hallucinaties tijdens de ziekte, dat alles komt tot leven in een heldere stijl.
De ik- en de zij-vorm worden terloops afgewisseld, waardoor ik soms extra het verhaal werd ingezogen.
Nergens wordt de toon of het verhaal dramatisch, ondanks dat wat verteld wordt hier en daar redelijk heftig is. Maar juist daardoor ben je als lezer bereid deze gruwelijke feiten onder ogen te zien als een flinke smet op onze vaderlandse geschiedenis.
En dat terwijl het eigenlijk over de vlinders en tekeningen van Maria Sibylle Merian lijkt te gaan….. Knap gedaan!
November 3, 2025
Inez van Dullemen heeft een prachtige, rijke schrijfstijl, met zeldzame woorden. Het past helemaal bij de geschiedenis van Maria Sibylla Merian. Ze is begin vijftig als ze besluit om naar Suriname af te reizen, om daar de mooie grote vlinders te zien, zoals de felblauwe Morpho Achilles. De bootreis duurt wekenlang en kent onstuimige periodes.
Het is zo spannend om te lezen en ontzettend mooi beschreven in die bloemrijke taal. De taal van Inez van Dullemen is van een hoger niveau. Ze heeft een prachtig oeuvre, wat meer gelezen mag worden!
Lees mijn hele bespreking op https://lalageleest.nl/2025/11/16/mar...
Het is zo spannend om te lezen en ontzettend mooi beschreven in die bloemrijke taal. De taal van Inez van Dullemen is van een hoger niveau. Ze heeft een prachtig oeuvre, wat meer gelezen mag worden!
Lees mijn hele bespreking op https://lalageleest.nl/2025/11/16/mar...
May 16, 2026
Beeldende en poëtische roman waarin van Dullemen het markante leven beschrijft van Maria Sibylla. Ze was een talentvolle schilderes van van planten insecten, maar vooral gebiologeerd door vlinders. Geboren in Neurenberg medio 17 e eeuw, onttrok ze zich met haar 2 dochters uit haar huwelijk. Ging naar een sekte van de labadisten in Friesland op uitnodiging van haar broer. Na enkele jaren begon ook dit eentonige leven te knellen en vertrok ze onder grove beledigingen van de sekteleider naar Amsterdam. Daar zette ze samen met haar dochters een welvarend atelier op van ingekleurde natuurprenten. Haar grote passie voor vlinders vooral van de Morpho Achilles bracht haar er toe om samen met één van haar dochters de gevaarlijke overtocht naar Suriname te maken. Waar ze enkele jaren in het oerwoud rupsen en vlinders verzamelde en natekende en inkleurde. Ze stierf in 1717 in Amsterdam.
February 22, 2024
Biografische fictie en was erg leerzaam over de tijd waarin het zich afspeelt, maar ik vond de schrijfstijl niet zo fijn lezen en kwam niet helemaal in het verhaal.
January 27, 2025
Ik leende een boek van mijn moeder over de 17e euwse schilderes: Maria Sibylla Merian. Het boek heet Maria Sibylla met alsndertitel Een ongebruikelijke passie. Geschreven door Inez van Dullemen.
Opgelet: dit is een absolute aanrader!!
Omdat de achterflap van het boek de plot al zo'n beetje verklapt, hoef ik me niet druk te maken om verklappers...
Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel maken we kennis met deleine Sibylla. Ze is als klein kind al zeer geïnteresseerd in 'de natuur' en dan met name in insecten. In die tijd werden insecten gezien als schepsels van de duivel, dus haar interesse was zeker verdacht. We volgen haar als ze trouwt met een vrouwengek, twee dochters krijgt en zich probeert te ontworstelen van haar huisvrouwenbestaan door een schooltje te beginnen om jonge dames te leren aquarelleren. Haar huwelijk loopt na ongeveer 20 (!) jaar op de klippen als ze besluit te vluchten naar Friesland, waar haar broer in ingetreden bij de labadisten (de volgelingen van Jean de Labadie, een sekte-achtige groep die door totale afzondering en volledige overgave aan God, het geluk trachtten te vinden). Ze neemt haar beide dochters mee.
Prachtig is beschreven hoe ze zichzelf dreigt kwijt te raken, de inkapseling en hersenspoeling van zo'n sekte gaf me de rillingen. Na een aantal jaren beseft ze dat ze alwEEr de touwtjes van haar leven uit handen heeft gegeven, dit keer niet aan een echtgenoot, maar aan een sekteleider. Ze besluit met haar dochters Friesland te verlaten en zich in Amsterdam te vestigen. Daar begint ze wederom een schilderschool. Toch blijft de roep van met name de exotische vlinders haar lokken. Aan het eind van deel 1 scheept ze in om naar Suriname te varen, met haar jongste dochter Dorothea.
Deel 2 is een vervlechting van het verhaal van Sibylla en dat van Kwasiba. Kwasiba is een meisje uit Afrika, gekaapt door de slavenhandelaren en verscheept naar Suriname, waar ze op een suikerplantage te werk wordt gesteld. We volgen de net zwangere Kwasiba op haar tocht dwars door Afrika, de zeereis in het ruim van het slavenschip, en het leven op de plantage. Ondertussen is Sibylla aangekomen in Paramaribo, maar daar vindt ze niet de vlinder waarvoor ze speciaal kwam. Ze besluit dan ook het binnenland in te gaan en komt terecht op de plantage waar Kwasiba net haar zoontje ter wereld heeft gebracht. Terwijl Sibylla zich aan de vlinders en andere insecten
wijdt, sterft het zoontje van Kwasiba. Sibylla helpt het begraven. Als Kwasiba de zin van het leven zonder haar enige link met Afrika (haar zoontje) niet meer inziet en zelfmoord probeert te plegen, wordt ze door haar eigenaar streng gestraft. Sibylla koopt haar en neemt haar mee nog verder de jungle in, steeds maar op zoek naar die éne vlinder.
Over deel drie vertel ik hier niets, dat zou het verhaal bederven.
Ik vond het een geweldig boek. Allereerst trok het plaatje op de voorkant (een bananenbloem, een schilderij van Maria Sibylla Merian) me enorm aan, als bioloog zie ik dat ze veel oog heeft gehad voor de juiste details van deze plant... ook de rupsen en vlinders die in het boek zo'n belangrijke rol spelen, staan op het plaatje. Het verhaal werd om en om vanuit de verschillende karakters beschouwd, en een alwetende verteller reeg het geheel aan elkaar.
Met name Sibylla is goed uitgewerkt als personage, maar ook Kwasiba en de jongste dochter van Sibylla, Dorothea komen voldoende aan bod. De tegenstelling tussen de levens van de steeds wereldvreemder wordende Sibylla, haar dochter Dorothea maar vooral ook het in een hondenleven veranderende bestaan van Kwasiba is prachtig beschreven. Sibylla wordt eigenlijk een beetje beschreven als een rups die een vlinder wordt, maar helaas wel een naar beessie.
Schrijnend is dat Sibylla de vrijheid die ze haar dochters toestaat, niet van toepassing verklaart op Kwasiba, terwijl ze voor haar toch voor mijn gevoel wel genegenheid voelde. Kennelijk was de gedachte aan een zwart, vrij mens voor haar te ongewoon.
Jammer vond ik dat er een epiloog aan het boek toegevoegd is, waarin uit de doeken wordt gedaan hoe het de verschillende personen vergaan is. Dat plaatst alles wel in het juiste perspectief, maar staat dromen over 'hoe ging het verder' niet toe.
Nou ja, eigenlijk moeten je het zelf maar lezen, dit is immers 'maar een mening'.
Opgelet: dit is een absolute aanrader!!
Omdat de achterflap van het boek de plot al zo'n beetje verklapt, hoef ik me niet druk te maken om verklappers...
Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel maken we kennis met deleine Sibylla. Ze is als klein kind al zeer geïnteresseerd in 'de natuur' en dan met name in insecten. In die tijd werden insecten gezien als schepsels van de duivel, dus haar interesse was zeker verdacht. We volgen haar als ze trouwt met een vrouwengek, twee dochters krijgt en zich probeert te ontworstelen van haar huisvrouwenbestaan door een schooltje te beginnen om jonge dames te leren aquarelleren. Haar huwelijk loopt na ongeveer 20 (!) jaar op de klippen als ze besluit te vluchten naar Friesland, waar haar broer in ingetreden bij de labadisten (de volgelingen van Jean de Labadie, een sekte-achtige groep die door totale afzondering en volledige overgave aan God, het geluk trachtten te vinden). Ze neemt haar beide dochters mee.
Prachtig is beschreven hoe ze zichzelf dreigt kwijt te raken, de inkapseling en hersenspoeling van zo'n sekte gaf me de rillingen. Na een aantal jaren beseft ze dat ze alwEEr de touwtjes van haar leven uit handen heeft gegeven, dit keer niet aan een echtgenoot, maar aan een sekteleider. Ze besluit met haar dochters Friesland te verlaten en zich in Amsterdam te vestigen. Daar begint ze wederom een schilderschool. Toch blijft de roep van met name de exotische vlinders haar lokken. Aan het eind van deel 1 scheept ze in om naar Suriname te varen, met haar jongste dochter Dorothea.
Deel 2 is een vervlechting van het verhaal van Sibylla en dat van Kwasiba. Kwasiba is een meisje uit Afrika, gekaapt door de slavenhandelaren en verscheept naar Suriname, waar ze op een suikerplantage te werk wordt gesteld. We volgen de net zwangere Kwasiba op haar tocht dwars door Afrika, de zeereis in het ruim van het slavenschip, en het leven op de plantage. Ondertussen is Sibylla aangekomen in Paramaribo, maar daar vindt ze niet de vlinder waarvoor ze speciaal kwam. Ze besluit dan ook het binnenland in te gaan en komt terecht op de plantage waar Kwasiba net haar zoontje ter wereld heeft gebracht. Terwijl Sibylla zich aan de vlinders en andere insecten
wijdt, sterft het zoontje van Kwasiba. Sibylla helpt het begraven. Als Kwasiba de zin van het leven zonder haar enige link met Afrika (haar zoontje) niet meer inziet en zelfmoord probeert te plegen, wordt ze door haar eigenaar streng gestraft. Sibylla koopt haar en neemt haar mee nog verder de jungle in, steeds maar op zoek naar die éne vlinder.
Over deel drie vertel ik hier niets, dat zou het verhaal bederven.
Ik vond het een geweldig boek. Allereerst trok het plaatje op de voorkant (een bananenbloem, een schilderij van Maria Sibylla Merian) me enorm aan, als bioloog zie ik dat ze veel oog heeft gehad voor de juiste details van deze plant... ook de rupsen en vlinders die in het boek zo'n belangrijke rol spelen, staan op het plaatje. Het verhaal werd om en om vanuit de verschillende karakters beschouwd, en een alwetende verteller reeg het geheel aan elkaar.
Met name Sibylla is goed uitgewerkt als personage, maar ook Kwasiba en de jongste dochter van Sibylla, Dorothea komen voldoende aan bod. De tegenstelling tussen de levens van de steeds wereldvreemder wordende Sibylla, haar dochter Dorothea maar vooral ook het in een hondenleven veranderende bestaan van Kwasiba is prachtig beschreven. Sibylla wordt eigenlijk een beetje beschreven als een rups die een vlinder wordt, maar helaas wel een naar beessie.
Schrijnend is dat Sibylla de vrijheid die ze haar dochters toestaat, niet van toepassing verklaart op Kwasiba, terwijl ze voor haar toch voor mijn gevoel wel genegenheid voelde. Kennelijk was de gedachte aan een zwart, vrij mens voor haar te ongewoon.
Jammer vond ik dat er een epiloog aan het boek toegevoegd is, waarin uit de doeken wordt gedaan hoe het de verschillende personen vergaan is. Dat plaatst alles wel in het juiste perspectief, maar staat dromen over 'hoe ging het verder' niet toe.
Nou ja, eigenlijk moeten je het zelf maar lezen, dit is immers 'maar een mening'.
August 3, 2022
Historische fictie op niveau. Heel overtuigend wordt het bijzondere leven van Maria Sibylla Merian verteld. Een uitzonderlijk schilderes en wetenschapster. Om als vrouw in de zeventiende eeuw zulk een avontuur aan te gaan, moet je uit bijzonder hout gesneden zijn. Inez van Dullemen beschrijft de twijfels van Maria Sybilla en de drang om haar natuur te volgen heel geloofwaardig. Haar jeugd waarin zij veel observeert, haar huwelijk en haar toetreding tot de labadisten zijn allen een een voorloper voor haar grote avontuur: een reis naar het hart van de jungle in Suriname om een heel bijzondere vlinder te kunnen zien. De natuur en de tocht door de jungle worden heel beeldend beschreven, zodat je als lezer ook alle verwondering meekrijgt.
Daarnaast wordt het verhaal verteld van Kwasiba die tot slaaf wordt gemaakt: hoe zij wordt ontvoerd en op een schip wordt vervoerd naar Suriname. Hun levens kruisen elkaar en Kwasiba zal voor altijd het eigendom zijn van Maria Sybilla. Beide levens lijken nogal triest te eindigen, maar dit heeft de schrijfster niet echt uitgewerkt. Dat blijft dus in de verbeelding van de lezer.
Daarnaast wordt het verhaal verteld van Kwasiba die tot slaaf wordt gemaakt: hoe zij wordt ontvoerd en op een schip wordt vervoerd naar Suriname. Hun levens kruisen elkaar en Kwasiba zal voor altijd het eigendom zijn van Maria Sybilla. Beide levens lijken nogal triest te eindigen, maar dit heeft de schrijfster niet echt uitgewerkt. Dat blijft dus in de verbeelding van de lezer.
March 28, 2020
Het is een bijzonder boek, een historische fictie met biografie. Maria Sybilla Merian neemt geen genoegen met haar plaats in de 17e eeuwse maatschappij en neemt haar leven in eigen hand, een uitzonderlijk iets voor een vrouw in die tijd. Daarbij vormt ze haar eigen mening over de maatschappelijke omstandigheden waarin ze terecht komt. Haar observatie van een aantal zaken om haar heen zijn soms schokkend maar laten ook zien hoe de maatschappij er in die tijd uitzag en hoe moeilijk dat was voor velen maar zeker ook voor vrouwen in alle lagen van de bevolking.
Ik had graag bij de epiloog nog iets meer over haar prachtige resultaten gelezen want wat zij heeft geschilderd is echt heel bijzonder.
Ik had graag bij de epiloog nog iets meer over haar prachtige resultaten gelezen want wat zij heeft geschilderd is echt heel bijzonder.
October 16, 2022
Super interessant onderwerp; een bijzondere vrouw als Maria Sibylla. En het boek leest (in tegenstelling tot wat ik vantevoren vreesde) goed weg.
Een paar dingen stonden me echter tegen:
In de uitvoerige omschrijvingen van de vreselijke slavernij zitten voor mijn gevoel onnodig veel racistische uitdrukkingen. Dan kan men nog stellen dat dat nou eenmaal bij die tijd hoort, maar dan zouden de naar mijn idee te moderne Engelse woorden/termen ("Exit Sibylla"?!) die soms voorkomen er juist niet mogen zijn.
Verder werd er af en toe van 3e naar 1e persoon geswitched, wat ik als storend ervaarde.
Ook vraag ik me af of het gezien het geringe aantal bladzijden niet beter was geweest om minder op Kwasiba te focussen en meer op Maria Sibylla, òf het boek dikker te maken opdat de verhalen van beide personen (en ook dat van dochter Dorothea) uitgebreider aan bod / beter uit de verf zouden komen. Het boek lijkt nu wat te veel te willen voor wat het is.
Het Wikipedia artikel over Merian doet overigens geloven dat zij kritiek had op slavernij. Haar handelen was daar echter niet naar. Het boek is daar gelukkig wel eerlijker over dan Wikipedia.
3.5 sterren.
Een paar dingen stonden me echter tegen:
In de uitvoerige omschrijvingen van de vreselijke slavernij zitten voor mijn gevoel onnodig veel racistische uitdrukkingen. Dan kan men nog stellen dat dat nou eenmaal bij die tijd hoort, maar dan zouden de naar mijn idee te moderne Engelse woorden/termen ("Exit Sibylla"?!) die soms voorkomen er juist niet mogen zijn.
Verder werd er af en toe van 3e naar 1e persoon geswitched, wat ik als storend ervaarde.
Ook vraag ik me af of het gezien het geringe aantal bladzijden niet beter was geweest om minder op Kwasiba te focussen en meer op Maria Sibylla, òf het boek dikker te maken opdat de verhalen van beide personen (en ook dat van dochter Dorothea) uitgebreider aan bod / beter uit de verf zouden komen. Het boek lijkt nu wat te veel te willen voor wat het is.
Het Wikipedia artikel over Merian doet overigens geloven dat zij kritiek had op slavernij. Haar handelen was daar echter niet naar. Het boek is daar gelukkig wel eerlijker over dan Wikipedia.
3.5 sterren.
May 9, 2023
Een waar gebeurd verhaal: een vrouw die eind zeventiende eeuw met haar dochter naar Suriname reist om onderzoek te doen. Heel bijzonder. Er is niet veel over haar bekend en de schrijfster heeft dus veel moeten ‘verzinnen’. Maar heel boeiend. Wel wat onevenwichtig, het einde is nogal abrupt, een beetje afgeraffeld lijkt het wel.
March 5, 2026
Indrukwekkend. Niet alleen is het verhaal redelijk in lijn met gebeurtenissen (volgens beschikbare bronnen), ook geeft het een erg mooi beeld van de verhoudingen in die tijd. Geen verbloeming en ook geen geromantiseer. Buitengewoon kundig geschreven.
July 11, 2026
Het begon heel sterk. Een bijzondere vrouw, daar valt een mooi verhaal over te vertellen. Maar halverwege verandert het perspectief. Het wordt opeens een antislavernij roman. Ook een goed onderwerp maar daar kwam ik niet voor. Te romantisch.
July 31, 2024
Al een hele tijd geleden gelezen.
July 19, 2024
Ik denk dat de meeste mensen meer werk van Maria Sibylla kennen dan ze in eerste instantie denken. Als kunstenares en entomologe die planten en insecten bestudeerde trok ze in 1699 (ze was toen al 52!) naar Suriname om daar de metamorfose van tropische insecten te bestuderen en vast te leggen. Van de gegevens die bekend zijn schreef Inez van Dullemen een overtuigend en erg boeiend boek over het leven van deze vrouw, die in die tijd toch op zijn minst zonderling kan worden genoemd.
Wat het boek voor mij krachtiger maakte was dat ze er een tweede verhaallijn aan toevoegde, die van haar slavin die ze uiteindelijk ook mee terugnam naar Nederland. Je kunt niet over Suriname rond 1700 schrijven en dan alles rond slavernij wegpoetsen of romantiseren. Ze heeft zich verdiept en verplaatst in de slavernijgeschiedenis en ook al weet ik hoe het eraan toeging het hakte er evenzogoed opnieuw in, het is echt gruwelijk!
Wat het boek voor mij krachtiger maakte was dat ze er een tweede verhaallijn aan toevoegde, die van haar slavin die ze uiteindelijk ook mee terugnam naar Nederland. Je kunt niet over Suriname rond 1700 schrijven en dan alles rond slavernij wegpoetsen of romantiseren. Ze heeft zich verdiept en verplaatst in de slavernijgeschiedenis en ook al weet ik hoe het eraan toeging het hakte er evenzogoed opnieuw in, het is echt gruwelijk!
'Achttien jaar. Haar jeugd is voorbij. Een jeugd getekend door verfpotten, kopergravures, drukpersen, lijnen over papier, perkament. Door vlinders. Door eenzaamheid. Maar ook door structuur. Alles bezit structuur, alles heeft een richting. Een lijn in een koperplaat gesneden is onderdeel van een structuur, volgt een richting, de sterren bewegen zich in een richting, als je loopt op straat, als je in het huwelijk treedt: de ene beweging komt voort uit de voorafgaande.'
June 1, 2012
Een erg boeiend boek om te lezen. Maria Sybilla neemt geen genoegen met de haar toebedeelde plaats in de maatschappij van de 17e eeuw en neemt haar leven in eigen hand, een uitzonderlijk iets voor een vrouw in die tijd. Daarbij vormt ze haar eigen mening over de maatschappelijke omstandigheden waarin ze terecht komt.
Displaying 1 - 14 of 14 reviews














