Het lange gedicht Nieuwe Zon van Jacob Groot is allesomvattend genoemd en zijn nieuwste poëzie wil daar niet voor onderdoen. Vol vragen betreedt ze het kwetsbare gebied van de beëindiging en de verwijdering.
Wat is verlies precies? Kunnen we iemand echt kwijtraken? En hebben we dan verloren? Is een afscheid ook een rite? Of kan het zelfs verrijken?
In 52 bonte taferelen geeft de poëzie zelf alle mogelijke antwoorden. Haar toonsoort is sober en intens. Want ze zoekt geen troost, maar haar samenhang verbindt en haar schoonheid verlicht.
Jacob Groot werd geboren op 5 juli 1947 in Venhuizen (West-Friesland). Hij debuteerde onder het pseudoniem Jacob der Meistersänger met de spraakmakende dichtbundel Net Als Vroeger (1970). Hiermee was hij een van de pioniers van de neo-romantiek, die door middel van een ironisch stijlbesef een nieuwe emotionele poëzie wist te schrijven.
In zijn volgende bundels werd het recept eigenzinniger. Het barokke idioom van Topgeluk (1986) smeedde de gedichten tot strenge richtlijnen voor inzichten die ze zelf demonstreerden. In zijn recente poëzie Natuurlijke Liefde (1998), Zij Is Er (2002), en Heerlijkheid Van Luchtmetaal (2005) bespeelt de taal uitbundiger registers. Van dit drieluik is de gelijktijdigheid van het zintuiglijke en het cerebrale geprezen.
Ook in zijn proza is Jacob Groot uit op een nieuw timbre en een nieuwe sound. Dit gold al voor zijn Nieuwe Muziek, een Herman Gorter-boek (1980), maar met name voor de essays over popmuziek die gebundeld werden onder de titel Gelukkige Lippen (2004). Onlangs verscheen de duizelingwekkende roman Billy Doper, een stilistische exercitie in een mix van genres over de onzuiverheid van de liefde en de tucht van het genot.
Jacob Groot was van 1994 tot 1999 redacteur van De Revisor. Hij woont en werkt in Amsterdam.