“[…] de taal een hoopvolle schoot waarnaar wij terug konden keren […]”
3.5* (Voor mij sprongen het deel/hoofdstuk 'Chansons van de diaspora' en het gedicht .deanbowen eruit. Dat kan ook zo zijn omdat ik hem dat laatstgenoemde gedicht al zo vaak heb horen voordragen dat ik precies zijn stem en intonatie kan horen tijdens het lezen. Weinig mensen kunnen zoveel indruk op me maken met hun voordracht als Dean en ook al hoor ik dat gedicht voor de zoveelste keer opnieuw: hij lijkt elk woord elke keer nog net wat harder binnen te kunnen laten komen ("kinderen ...... de kinderen"))
"we zagen het licht achter de populieren waar onze moeders bungelden monumentaal leed is geen nalatenschap"