Thomese kennen we van serieuze boeken, maar J. (Joske) Kessels is een boek vol scherts dat zich vooral in Tilburg afspeelt. Zijn ‘vrienden’ uit Brabant hebben het niet zo op intellectuele schrijverij zoals die van ‘Franske’ Thomese en houden meer van een populistische stijl, wat de mensen graag willen horen. Stoere machopraat, porno, zuipen. Dit is ongetwijfeld het laatste van de drie delen die Thomese aan zijn platvloerse alter ego heeft gewijd, hij schrijft hem als het ware het graf in. Het leest vlot, is hilarisch geschreven. Het zit ook vol verwijzingen naar de Amerikaanse popcultuur, met Tilburg als een soort Hollands deel van Texas, afgezet tegen de ‘elite’ in Amsterdam of New York. Ik J. Kessels verwijst natuurlijk ook naar Ik, Jan Cremer, de onverbiddelijke bestseller uit de jaren zestig. De auteur ziet J. Kessels nog als een schim in Tilburg, een personage waar anderen mee aan de haal zijn gegaan. Thomese rekent daarom met hem af. Een geslaagde pastiche.