In Rotgrond bestaat niet probeert Gerbrand Bakker de menselijke drang om de natuur te willen controleren te doorgronden. Hij verwondert zich over van alles wat hij tijdens zijn werk als hovenier tegenkomt: vogels, bomen, huisdieren en, natuurlijk, tuinen. Net en aangeharkt, wild, overwoekerd, tuinen die je om de tuin leiden – Bakker heeft het allemaal gezien en onderzoekt of en hoe de gecultiveerde natuur de menselijke psyche weerspiegelt. Kun je aan een tuin zien wie die tuin geschapen heeft? Willen we de natuur, die onherbergzame toestand, naar onze hand zetten, om te laten zien dat wij mensen toch sterker, slimmer of krachtiger zijn?
Bakker neemt de lezer mee door de seizoenen heen naar de bossen in Duitsland, waar hij nu woont, en naar zijn eigen geboortegrond de Wieringerwaard. Op lichtvoetige en humoristische wijze maakt Bakker je deelgenoot van zijn leefwereld waarin hij onderzoekt hoe wij – mensen, planten, dieren – samenleven in een wereld waarin hij de natuur toejuicht en vervloekt, maar waarin hij boven alles de verbinding probeert te zoeken.
Gerbrand Bakker werd geboren op 28 april 1962 in Wieringerwaard, als derde zoon in een boerengezin van zeven kinderen. Heeft van 1967 tot 1992 'op school' gezeten: kleuterschool; lagere school; havo; vwo; agogische akademie in Leeuwarden en Nederlandse taal- en letterkunde aan de universiteit van Amsterdam.
Van 1995 tot 2002 was hij ondertitelvertaler, waarbij hij een voorkeur ontwikkelde voor natuurfilms die vrijwel allemaal in scène gezet worden: na een flink aantal documentaires zag hij regelmatig dezelfde beelden terugkomen.
Aangezien die kwarteeuw school blijkbaar nog niet voldoende was, begon hij in september 2003 een avondopleiding tot hovenier aan de Groene Campus in Alkmaar. In juli 2006 sloot hij die opleiding succesvol af en vanaf dat moment is hij - als 'vakbekwaam hovenier' - in te huren voor tuinontwerp en -onderhoud.
Omdat hij tijdens zijn studie Nederlands nogal wat aan etymologie had gedaan, en eerste pogingen tot het schrijven van kinderboeken faliekant mislukten, besloot hij een etymologisch woordenboek voor kinderen te gaan schrijven.
Het boek heeft de ondertitel 'Over cultuurlandschap en natuur' wat natuurlijk van alles kan betekenen. Onderwerpen als de tuin, vogels, dierentuinen en begraafplaatsen komen aan de orde. Ook is het deels een voortzetting van 'Jasper en zijn knecht'. Nu heb ik niet zoveel met tuinen, anders dan dat ik er graag in zit, liefst met een boek, maar als Gerbrand Bakker over tuinen schrijft word ik ineens de grootst mogelijke 'armchair gardener'. Ik geniet van alles wat hij schrijft en vind het bijna jammer dat ik geen echte tuinier ben. Vroeger genoot ik net zo van de boeken van Beverley Nichols. Als jong meisje las ik 'Down the garden path' en 'A thatched roof'. Misschien maar weer eens lezen.
Ik weet niet wat het is met Gerbrand Bakker en ik kan het moeilijk onder woorden brengen maar hij heeft zo'n heerlijke schrijfstijl waar je helemaal in wordt meegenomen. De verhalen over de natuur, de honden. Heerlijk weer van genoten.
Combineer een schrijvende hovenier met een tuin in de Eifel, met het thema Natuur van de boekenweek en je komt vanzelf bij Bakker uit. Rotgrond bestaat niet: over cultuurlandschap en natuur luidt de titel van een bundel met stukjes van twee tot ruim tien pagina's over de meest uiteenlopende onderwerpen. In een enkele wordt verwezen naar een column of artikel dat eerder elders verscheen, maar de rest is speciaal voor dit boek geschreven. En hoe! Vol zelfvertrouwen en met de nodige humor kiest hij zowel voor serieuze onderwerpen, als doodnuchtere constateringen die sommige lezers wellicht op de kast jagen. Mopperen doet hij ook graag, maar de ondertoon is altijd lichtvoetig. Alleen als het over Jasper gaat of over andere honden, die bij hem komen logeren, wint de gevoeligheid het en de weemoed. Zelden gebeurt het mij dat ik een non-fictieboek moeilijk kan wegleggen, maar dit is zo afwisselend en boeiend geschreven, dat je door blijft lezen. Met verrassende waarnemingen en constateringen. Over de maakbaarheid van natuur, de zin en onzin van het bestrijden van exoten, over de schoonheid van cultuurlandschap, over een tuin vol herinneringen, wandeltochten in Wales en vakantie in Griekenland met rotgrond, of toch niet? Filosofische doordenkertjes en gewetensvragen houden de lezer bij de les.
Hij sluit af met De laatste tuindag. De winter komt er aan. Er zijn nog wat karweitjes in zijn Eifeltuin te doen. Als alles klaar is, trekt hij zijn wandelschoenen aan en maakt een lange wandeling rondom het dorp. Ook zonder hond kun je wandelen, ontdekt hij en dan zie je weer heel andere dingen. In de schemering keert hij terug.
"Ik zit in de schrijfkamer. Kijk naar de enorme beuken aan de overkant van de weg. Geen enkel blad meer aan de bomen, in de winter is de wereld veel groter. Het steile weitje is wit. Sneeuw. Stilte. Winter. Tijd deze tekst af te sluiten. Tijd voor fictie." "Gerbrand Bakker is een rasschrijver" volgens Trouw. Klopt helemaal. En met die fictie komt het ook wel goed. Hele recensie lezen? Klik hier: https://mijnboekenkast.blogspot.nl/20...
Der Untertitel lautet "Warum wir die Natur Natur sein lassen sollten". Wahrscheinlich hätte mich das Buch nicht interessiert, wenn es diesen Titel gehabt hätte, weil er in meinen Augen zu platt klingt. Den niederländischen Titel finde ich fast noch interessanter als die weinenden Bäume: "Faulboden gibt es nicht" (Rotgrond bestaat niet).
Der eher platte Untertitel und der niederländische Titel passen sehr gut zusammen. Manchmal muss man die Natur einfach machen lassen. Wenn ich im Wald unterwegs bin, höre ich immer wieder Stimmen, die sich darüber beklagen, dass Totholz nach einem Sturm nicht geräumt wird. Dabei ist genau das der Nährboden, den der Wald braucht, um sich wieder aufzubauen.
Gerbrand Bakker erzählt in seinem Buch von zwei Wanderungen, die er durch Wälder gemacht hat. Eigentlich wollte er mit einem Bekannten den West Highland Way wandern, aber seine Flugangst hat verhindert. Also waren sie auf dem Rothaarsteig in Deutschland unterwegs und hat festgestellt, dass er eigentlich keinen Wald mag oder zumindest nicht den Wald am Steig. Ein Jahr später in Schottland gab es die nächste Enttäuschung, denn die Wälder entlang der ersten Etappen wurden gerade aufgeforstet und waren noch langweiliger als der Wald im Jahr zuvor.
Ich kannte Gebrand Bakker bis zu diesem Buch nur als Schriftsteller, jetzt habe ich erfahren, dass er eine Ausbildung zum Gärtner gemacht und ein Haus in der Eifel hat, bei dem der Garten aufgrund seiner Hanglage eine größere Herausforderung ist, als er sich gewünscht hat. Aber er nimmt diese Herausforderung an und gestaltet den Garten, den er sich nicht nur für sich wünscht: ohne Rasen, denn ein gepflegter Rasen ist für ihn der Feind jedes Gartens.
Aber diese Aussage trifft er mit einem Augenzwinkern und dieses Augenzwinkern habe ich bei der gesamten Lektüre gespürt. Dieses Buch ist anders als die Romane, die ich bis jetzt von Gebrand Bakker gelesen habe. Nicht nur, weil es eben kein Roman ist. Sondern auch weil ich das Gefühl habe, dass der Autor nicht nur von den echten Bäumen, die nicht weinen, erzählt. Sondern ganz nebenbei auch über sich.
Heerlijke kleine stukjes over natuur, cultuur, tuinen, vogels en gekke observaties en gedachtenspinsels. Alles in de heldere nuchtere doch grappige stijl van Gerbrand Bakker. Erg van genoten!
Ik ben groot fan van Gerbrand Bakker, maar dit boek valt zwaar buiten de boot zeg. Ik kan er echt niets meer van maken dan 1 ster. Wat mist dit boek het gevoel dat zijn vorige boek Jasper en zijn Knecht wel had. Gerbrand lijkt zonder Jasper te zijn geregresseerd tot de kille boer van zijn voorouders. Gerbrand lijkt continu te moeten benadrukken dat de natuur doelloos en onbezield is, dat dieren niet kunnen denken en dat 'wij' natuurliefhebbers, net als de gekke dierentuinbezoekers die tegen wilde dieren praten en denken een speciale band te hebben met de Bokito's en Knuts, bomen en wezens antropomorfiseren en er teveel waarde aan hechten. Hij lijkt een persoonlijke vendette tegen Peter Wohlleben (Het Verborgen Leven van Bomen) te hebben, wiens boek hij meer dan tien keer noemt. Na drie keer hangt het al de strot uit, niets vervelender dan constant te worden herinnerd aan persoonlijke irritaties (en kleinzieligheid) van een schrijver. Gerbrand is bang dat hij straks ook geen groente meer mag eten van de bomenknuffelaars die door Wohlleben acuut zouden gaan denken dat groente gevoel heeft. Kom op Gerbrand, laat Wohlleben zijn ding doen en jij jouw ding. Jij bent daar te goed voor.
Tevens wil Gerbrand in dit boek graag overal tegenaan schoppen. Dat dieren uitsterven in Nederland is niet erg, want ze zullen nog wel leven in een ander land. Ja maar Gerbrand, wat als ze daar ook uitsterven? En in het volgende land? Tot er geen meer zijn? Is niet erg, zegt Gerbrand, want de gaten in het ecosysteem worden wel weer opgevuld met een ander dier. Ja maar Gerbrand, als dat zo zou zijn, waarom gaat alles dan achteruit in de natuur? Waarom is ze zo duidelijk uit evenwicht? Maar dit is dan weer helemáál niet waar volgens Gerbrand, en en passant ageert hij op gealarmeerde briefschrijvers uit Trouw die stellen dat grutto's uitsterven omdat er minder insecten zijn. Want, volgens Gerbrand, 'grutto's eten helemaal geen insecten'. Gerbrand blijf bij je leest, want hoewel volwassen grutto's inderdaad geen insecten eten, worden de jonge grutto's uitsluitend grootgebracht met insecten.
Gerbrand is in dit boek maar een recalcitrant azijnzeiker. Mensen moeten niet zeuren over de boom van Anne Frank, want het is maar een boom. Het is niet erg als 'alle dieren verdwijnen, want de wereld zal niet vergaan'. Hij zit graag zomaar bomen en planten die niet van hem zijn om te snoeien voor zijn uitzicht. En weer zeurt hij over Wohllebens boek. Alsof ik mijn vader hoorde praten (ook zo'n ouwe lul). Gerbrand heeft het in dit boek duidelijk niet. Het is vlees nog vis. Ik had al een vermoeden toen ik het in de bibliotheek op zo'n rare plek vond (Natuurmanagement). Lieve Gerbrand, neem alsjeblieft weer een hond!
Aan het begin was ik best enthousiast; Gerbrand Bakker is een goede schrijver en ik houd van natuur. Maar halverwege vond ik het wel veel van hetzelfde. Weer een verhaal over een hond - is niet echt natuur of cultuurlandschap, al begrijp ik de link. Het boek bestaat vooral uit columns of losse verhalen, waar wel enige samenhang in is omdat er referenties zijn naar eerdere hoofdstukken. Ik stel me voor dat dit best een fijn boek zou zijn als luisterboek. Daarbij beeld ik me in dat Gerbrand een fijne vertelstem heeft en aangezien hij in zijn verhalen altijd uitweidt met anekdotes, lijkt het me ook een gezellig persoon. Daarnaast heeft hij nuchterheid en humor en voel ik me inmiddels enigszins verbonden met hem. Maar wellicht is het een heel vervelend persoon, ik heb natuurlijk geen idee.
Verhalen over tuinbeheer, planten, bloemen, insecten, zwaluwen, urbanisatie, wandelen, bergtoppen, begraafplaatsen en vooral over honden. Over mens en natuur. Vlot leesbaar, lichtvoetig, amusant en hier en daar lekker cynisch.