Met De lenige liefde (1969) werd Herman de Coninck op slag de populairste dichter van Vlaanderen, 'de man die zijn volk poëzie leerde lezen'. Ook als leraar, journalist en geëngageerd hoofdredacteur van het Nieuw Wereldtijdschrift was hij van grote betekenis. Na een leven vol poëzie bezweek hij in 1997 op een literair congres in Lissabon aan een hartaanval. Nu is er dan eindelijk een biografie van de hand van Thomas Eyskens op basis van vele gesprekken met familie, vrienden en collega's, nooit eerder gepubliceerd fotomateriaal en nagelaten correspondentie. Een rijk portret van 'leven en werken, schrijven en liefhebben'.
Doorwrochte biografie, ik bleef er graag in lezen. Toen ik eerst naar het aantal voetnoten keek vermoedde ik niet dat het zo'n vlotte leeservaring zou zijn, maar de auteur heeft een huzarenstukje verricht door het gros van het boek door Herman De Coninck zelf te laten vertellen met behulp van diens werk, interviews en vooral brieven (hij liet er zo'n 15000(!) na). De Coninck blijft niet alleen één van onze meest lucide dichters, maar blijkt ook een begenadigd briefschrijver.
Nog voor ik aan de poëzie van Herman de Coninck begon, las ik zijn biografie. Als liefhebber van Nederlandse poëzie heb ik me gedurende een dikke maand avond aan avond in het leven van De Coninck ondergedompeld geweten, aan de vaardige hand van biograaf Thomas Eyskens.
Ik wist niks van De Coninck en heb me allereerst gelaagd aan zijn prachtige taal. Daarnaast verbaasde ik me vooral over zijn niet aflatende promotiedrift van de Vlaamse poëzie, succesvol in Vlaanderen, maar zeer tot zijn frustratie amper in Nederland. De oplagecijfers van zijn bundels waren voor Nederlandse begrippen duizelingwekkend: eerste druk 4000 exemplaren, tweede druk idem. Et cetera. Van zijn verzamelde gedichten zijn 1998 meer dan 50.000 exemplaren verkocht. Waarom was de poëzie in Vlaanderen zoveel populairder dan in Nederland? En is dat nog zo?
Herman de Coninck stierf op 53-jarige leeftijd tijdens een schrijversreis naar Lissabon. Onderweg naar een bijeenkomst zakte hij op straat in elkaar, in de armen van collega-dichter (en arts) Anna Enquist overleed hij ter plekke.
Ondertussen weet ik: ook zijn gedichten zijn prachtig.
Het lezen van dit boek maakte mij duidelijker waarom ik zo graag de gedichten van Herman de Coninck lees en heeft me ook de verzamelde gedichten van Remco Campert 'Dichter' doen kopen en verder staat ook nog Kopland op het lijstje. Ook ontdekt dat hij niet alleen een groot dichter was maar dat hij ook ontzettend goed was in het vinden en begeleiden van nieuw talent. De chronologisch opbouw van het boek en steeds gedocumenteerd met stukjes poëzie maakte het lezen in het eerste deel van het boek heel aangenaam, maar naar het einde toe vond ik het meer een opsomming van feiten en vooral dan over de uitgeverswereld. Wel jammer van de vele druk-en zetfouten in het boek.
Een interessant boek over een boeiende figuur en een literatuurvriendelijke periode. Het beleven van het leven sublimeren in poëzie en daar je hele leven aan kunnen wijden: het is vandaag een anachronisme geworden. De biografie gaat niet alleen over HDC, maar evoceert ook het toenmalige literaire wereldje van schrijvers, dichters en aspirant-literatoren, met hun teksten, tijdschriften en literaire prijzen, en ook met hun polemieken, rancunes en rivaliteit. Dit bij uitstek niet-commerciële bedrijf kon slechts gedijen dank zij de financiële steun van uitgeverijen en mits cultuursubsidies, want literatuur was toen in Vlaanderen ook al niet economisch rendabel (HDC’s Nieuw Wereldtijdschrift zat voortdurend in de rode cijfers). Het is niet omdat je wil schrijven, dat men je ook wil lezen. Literatuur beantwoordt niet aan een natuurlijke behoefte: die moet worden gecreëerd. Toch leek er vroeger meer ruimte, goodwill en interesse voor goede literatuur dan vandaag, en in dat gunstige klimaat was HDC de prominente promotor van het moeilijke genre van de poëzie. De biografie maakt duidelijk dat HDC een interessante kerel was, ook los van de literatuur. Ogenschijnlijk een nonchalante verschijning met pintje, sigaretje en grapje, was hij romantisch en melancholisch van aard. Zijn gevoelens over wat hij meemaakte vonden een uitlaat in zijn poëzie, en meer nog in soms erg persoonlijke brieven naar enkele bevoorrechte vriendinnen. Een aantal van die brieven staan in de biografie. Ze doen de vraag rijzen of/waarom HDC zijn hart niet mondeling kon luchten tegenover intimi in zijn onmiddellijke omgeving. Het leven van HDC illustreert ook hoe de vrouwen in de loop der jaren zijn veranderd. An, zijn eerste vrouw was stil (‘Je zei nooit wat, ik moest het altijd vragen’) en bereid zich weg te cijferen voor haar man tot ze verongelukte (geen causaal verband). Dan kwam Lieve (‘Lief’), zijn tweede vrouw. Ze was aanvankelijk meegaand, maar verliet hem omdat aan haar eigen behoeften in de relatie niet tegemoet werd gekomen. En ten slotte verscheen de rabiate feministe Kristien Hemmerechts met haar "moeilijk" karakter: ze liet HDC maar doen en concentreerde zich parallel op haar eigen carrière en leven, een extra-maritale relatie incluis. Wie vandaag nog een ‘An’ zoekt is er aan voor de moeite, maar ‘Kristienen’ zijn er wellicht meer dan genoeg. Voorts zorgt de biografie voor enkele ‘o ja’-reacties voor wie zelf HDC heeft meegemaakt (zoals de hilarische wijze waarop hij in de Blauwe Schuit een bewonderend jong broekje afscheepte dat opdringerig onze babbel kwam verstoren: "ga pissen, jong!") of de beschreven plaatsen (en zelfs personen) (her)kent: Leuven (Den Appel!), Antwerpen, de kroegen (ook de inmiddels verdwenen Antwerpse kroeg met de voor nachtuil HDC toepasselijke naam 'De Volle Maan'). Voor hen is de lectuur ‘een beetje’ (dé stoplap van HDC!) ‘à la recherche du temps perdu’. Tot slot: ook op deze uitstekende biografie is het motto ‘less is more’ toepasselijk. Hoewel HDC beweerde altijd zijn zin te hebben gedaan, heeft hij toch hard moeten werken om zijn Nieuw Wereldtijdschrift telkens weer te vullen met kwalitatief hoogstaande teksten. Hij blijkt zeer veel brieven te hebben geschreven naar schrijvers en dichters met de vraag (een smeekbede soms) om toch maar literaire teksten, gedichten of essays te leveren voor zijn blad. Relevant ongetwijfeld, maar met heel wat minder van deze correspondentie had de biografie ingeboet aan kwantiteit (minder bladzijden), maar gewonnen aan kwaliteit (relevante lectuur). Er is uiteraard nog heel wat meer te vertellen over ‘Toen met een lijst van nu errond’, maar kan gebeuren in mogelijk volgende reacties.
Mooie biografie die wat mij betreft toch iets te lang is. Alle verslagen over redactieperikelen bij tijdschriften waarvoor De Coninck redacteur was, hadden wat mij betreft iets korter gemogen. Maar de biografie biedt een goed beeld van de weerstanden die De Coninck heeft moeten overwinnen om als dichter gepubliceerd te worden. De biografie geeft ook inzicht in de gedichten van De Coninck die ik regelmatig en graag lees.