C. Buddingh Buddingh gebundeld Onder redactie van Wim Huijser
Buddingh gebundeld bevat alle poëzie die C. Buddingh (1918-1985) geschreven heeft. Het is een noodzakelijk boek voor iedereen die zich wil verdiepen in de twintigste-eeuwse poëzie, en daarnaast een belangrijk cultureel monument.
Buddinghs poëzie werd mede dankzij zijn onmiskenbare stemgeluid geassocieerd met humor. Zijn stem riep bij voorbaat een glimlach op. Bovendien was hij het die het alledaagse parlando taalgebruik in de poëzie introduceerde. Vijfentwintig jaar na zijn dood behoort een groot deel van Buddinghs teksten nog steeds tot de literaire canon. Zijn gorgelrijmen, maar ook het elastiekje dat eerst leek op een schaartje en vervolgens op het brilletje van Bernlef. Naast zijn kleurrijke aanwezigheid in het Land der Poëzie redenen genoeg om zijn gedichten weer te lezen in deze mooie uitgave.
Cornelis Buddingh' (roepnaam: Kees) was een Nederlands dichter, prozaïst en vertaler. Hij dankt zijn bekendheid vooral aan de gedichten De blauwbilgorgel (1943) en Pluk de Dag (1966).
Buddingh's roepnaam was Kees, geschreven met een K. "Een heleboel mensen kunnen, vreemd genoeg, niet tegen initialen in schrijversnamen. Dat je als C. Buddingh' publiceert nemen ze - bewust of onbewust - ergens niet: die 'C' moet en zal een naam worden. En zo prijk je - zonder dat je het zelf wilt - op de meest uiteenlopende plaatsen als 'Cees', een voornaam die ik zelf wel als laatste zou uitkiezen." Buddingh' maakte zelf altijd onderscheid tussen de persoonsnaam Cornelis (Kees) Buddingh' en de auteursnaam C. Buddingh'.
In 1976 kreeg hij de Jan Campertprijs voor de bundel Het houdt op met zachtjes regenen. Daarna volgden nog meer autobiografische verzen in De eerste zestig (1978), De tweede zestig (1979) en Verzen van een Dordtse Chinees (1980).
Buddingh’ werkte rond deze tijd als 'literator', en hij vertaalde veel, onder andere de The Forsyte Saga van John Galsworthy en, samen met zijn zoon Wiebe, A Clockwork Orange. Daarnaast schreef hij poëzie en enkele prozawerken: Misbruik wordt gestraft (1967), De avonturen van Bazip Zeehok (1969) en Daar ga je, Deibel! (1975), een toneelstuk (geschreven samen met Bert Schierbeek), een serie strips in dagbladen samen met Otto Dicke, kritieken, columns, aforismen en verschillende essaybundels, waaronder het Lexicon der Poëzie (1968). Ook stelde hij een groot aantal bloemlezingen samen.