"Ineens is er de afschuw voor Lon, het verlangen naar Matti of naar een willekeurige ander, om dronken te worden, te lachen, plat en smerig mee te zijn. Het ene moment verrukking, het volgende moment een blik op het einde, de dood, het zinloze. Ach, wat heb ik een hekel aan klagers en wat doe ik? Bah."