M. Vasalis (13 February 1909 in The Hague – 16 October 1998 in Roden) was a Dutch poet and psychiatrist. M. Vasalis is the pseudonym of Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans. Vasalis is her Latinized maiden name.
Vasalis studied medicine and anthropology at Leiden University and in 1939 established herself as psychiatrist in Amsterdam. Later she worked in the same function in Assen.
Vasalis made her debut in 1940 with the collection 'Parken en woestijnen' (‘Parks and Deserts’). Her other poetry collections are 'De vogel Phoenix' (‘The Bird Phoenix’) from 1947 and 'Vergezichten en gezichten' (‘Views and Faces’) from 1954. Vasalis wrote some essays and a short story. Vasalis' work has been awarded multiple times.
She wrote traditional poems that were often characterized by the use of personification and anthropomorphism. Her poems often, after a series of nature impressions, end in a self-reflection.
Vasalis publiceerde in 1954 haar derde en meest omvangrijke bundel met 58 gedichten. Dit is meer dan de helft van haar totale oeuvre, dat dus beperkt in omvang is. Toch hoort ze tot de belangrijkste Nederlandse dichters van de twintigste eeuw en werd haar werk in 1982 bekroond met de P.C. Hooftprijs. De bundel bevat onder meer het gedicht ‘Sotto voce’, waarvan de eerste strofe vaak is geciteerd in rouwadvertenties.
Zoveel soorten van verdriet, ik noem ze niet Maar een, het afstand doen en scheiden. En niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn.
Dit gedicht en diverse andere in de bundel, gaat over rouw en verdriet. Een thema is ook de levenscyclus van geboren worden tot sterven, zoals in het prachtige gedicht ‘De oude mannen’ die oude kinderen waren geworden op weg naar huis, maar waar geen moeder wacht. Ze benoemt daarbij ook haar eigen verdriet ‘van tranen die binnen mijn ogen bleven’.
Vier gedichten in de bundel hebben de aanhef van een brief, zoals het eerste gedicht uit de bundel, ‘ Aan een boom in het Vondelpark’. In het gedicht ‘Aan het vers’ gaat Vasalis in op haar worsteling met het schrijven van gedichten. Het gaat hierbij om een wankel evenwicht.
Aan het vers
Tussen waanzin en bezonnenheid waakzaam en ook verloren, ondragelijke weelde en armoedigheid, moet ik u toebehoren.
Soms sta ik in dit evenwicht als een pijl trillende opgericht, dan is het als in sommige dromen, dat men schreeuwen moet, maar geen geluid wil komen.
Misschien verklaart dit gedicht wel dat Vasalis niet meer geschreven heeft. Ze legde de lat voor zichzelf hoog. Wat ze schreef en publiceerde hoort wel tot de poëtische parels van de Nederlandse literatuur.
Van hoofd naar schouder loopt de stille bocht waarin ik vrede vind, windstille lijn, grensvlak van weelde en gemis, de zachte komma, diepe orgelpunt, waarin ik wonen wil als in een duin. Lieve lijn.
Mijn hart lag uitgespannen als de dageraad, pulserend van een dunne witte pijn, vastgenageld aan de randen van het zijn.
Ik wilde eerst vijf sterren geven en toen toch niet. Daarna dacht ik: waarom eigenlijk niet? Dus toch maar vijf sterren, omdat ik niet als zo’n docent wil zijn die geen tienen geeft uit principe.
Streng en aanbiddend kijkt zij in mijn ogen terwijl zij drinkt, of zij iets heiligs doet. En een godin in mij wordt plots bewogen en stort in mildheid uit en overvloed. Ik word een pijn van liefde en erbarmen, een huif van aandacht en van veiligheid. O lief, zó dorst ik naar uw armen in noodzaak en in heiligheid.
Zulke mooie, toegankelijke gedichten die regelmatig herlezen moeten worden. In die bundel uit 1966 staat de onvergetelijke versregel in het gedicht 'Sotto voce':
'En niet het snijden doet zo'n pijn, maar het afgesneden zijn.'
Om met de regelmaat van een klok weer ter hand te nemen.
Toegankelijke en ontroerende gedichten. De stijl van Vasalis in deze bundel kenmerkt zich door eenvoud, atmosfeer en krachtige eindzinnen. Ze benoemt in meerdere instanties het oud worden, en misschien is dat een van de redenen voor de kwaliteit van deze bundel. De gedichten zijn zo geaard en helder dat men zich makkelijk voor kan stellen dat de schrijver frivoliteit ruimschoots heeft achtergelaten. Vergezichten en gezichten heeft me ervan overtuigd dat ik het andere werk van Vasalis ook wil lezen. In ieder geval is dit een van de, zo niet de mooiste bundel in mijn nederige verzameling tot nu toe. En dat voor 1 euro op marktplaats. We leven in een mooie wereld beste mensen
De gedichten zijn zo’n zeventig jaar oud, en dat is wel te merken aan de taal. Die lijkt nu een beetje bejaard, maar was dat destijds misschien ook al. Laat ik zeggen vooroorlogs. Toegankelijk, en toch niet oubollig, met de beroemde begrafeniszin “Zoveel soorten van verdriet.....”