Met Heilige onrust schreef Frits de Lange een boek voor hen die het besef hebben van iets groters en sterkers dan zijzelf, maar dat moeilijk onder woorden kunnen brengen. Dit geldt voor veel kerkverlaters, maar vaak ook voor zoekers die in een seculier milieu zijn opgegroeid. De Lange identificeert zich met de moderne pelgrim, voor wie niet Santiago of het hiernamaals de bestemming is, maar de spirituele en fysieke ervaring van de pelgrimage zelf. Zo probeert hij de kern van de joods-christelijke traditie te doorgronden.
Frits de Lange is hoogleraar ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (Groningen). Daarnaast doceert hij o.a. aan de filosofische Academie op Kreta. Regelmatig schrijft hij voor Trouw en op zijn naam staan verschillende boeken.
Nieuwe pelgrim Voor De Lange is de pelgrimage een centrale metafoor voor ons leven, als beeld van wie wij ten diepste zijn. Maar dan wel in een moderne vorm, die van de “pelgrim 2.0” die de weg opent naar nieuwe vormen van geloven. Hebben we dat nodig dan? Volgens De Lange wel, omdat de orthodoxe kerkelijke dogma’s niet meer voldoen voor deze tijd, maar filosofie als alternatief ook niet omdat het alleen maar het hoofd beroert. De pelgrim nieuwe stijl heeft de gevestigde religie achtergelaten, is niet op weg naar een hiernamaals: “voor hen is de reis de bestemming. Wat hen echter nog steeds tot pelgrim maakt, is het besef dat er iets groter of sterker is dan henzelf, dat hen in beweging zet.” Kortom: het doel van dit leven ligt in dit leven zelf en een nieuwe pelgrim is iemand die op zoek is naar een voller, beter, waarachtiger leven.
De Lange beschrijft dat de samenleving post-christelijk is geworden en dat religie ingrijpend transformeert: de islam en geïndividualiseerde spiritualiteit nemen een steeds grotere plek in.
Reis als metafoor De reis als metafoor voor het leven is al oud; het komt al voor in de Sumerische mythologie, in de Christelijke, in de oosterse met Dao (=weg) en de Europese filosofie met Aeneas en Odysseus, in de Islam met de Hadj. Augustinus is de eerste die de pelgrimsmetafoor aan de Bijbel ontleent om heel het christelijke leven (de gelovige op weg naar het hiernamaals) mee te omschrijven. Calvijn ontdeed de pelgrim van de bedevaart: de pelgrim als beeld, zonder dat je naar Santiago hoeft te lopen. Dit is ook De Lange’s begrip van de pelgrim. De nieuwe pelgrim gelooft niet meer in een hogere macht met mensachtige trekken die zich persoonlijk met je bezig houdt en in een eeuwige bestemming in een andere wereld; de nieuwe gelovige is post-christelijk, post-kerkelijk, post-religieus maar is niet zomaar onderweg, voelt dat zij / hij een heilige reis maakt. ‘Heilig’ betekent volgens De Lange: de niet te stillen onrust die maakt dat we de ene voet voor de andere willen blijven zetten. Als onderscheid: het doel van een toerist is ontspannen weer thuiskomen zonder dat er iets verandert; het doel van de pelgrim is verandering.
Minimal theology De Lange maakt ten aanzien van religiositeit onderscheid tussen een vaste kern en een omhulsel dat kan veranderen. Dat het christendom lange tijd het vehikel voor religiositeit was, betekent voor De Lange niet dat het dat noodzakelijk moet zijn in het nu en de toekomst. Voor De Lange ligt aan ‘geloven’ een mystieke ervaring ten grondslag, een ervaring van een overstijgend, waarachtig leven. Die ervaring kan met god van doen hebben maar even goed met het horen van een muziekstuk, het zien van een kunstwerk, het ondergaan van natuur, een appèl dat iemand in nood op je doet of de liefde. Die ervaring geeft richting aan je leven; je overgeven aan die ervaring maakt je een ander mens. En tevens onrustig omdat het dagelijkse leven niet aan de mystieke ervaring voldoet. De nieuwe pelgrim geeft invulling aan de kern van religiositeit en heeft het omhulsel van de gevestigde religie achter zich gelaten. De Lange noemt geloof ontdaan van religieuze franje: minimal theology.
Geen Geheim De Lange parafraseert Jean-Christophe Rufin, Frans diplomaat en arts, schrijver van een boek over de Camino, de pelgrimsroute naar Santiago. Na drie weken lopen is Rufin voor zijn gevoel een echte pelgrim geworden: eerst had hij zijn dromen verjaagd, daarna zijn gedachten en ten slotte zijn geloof. “Hij (Rufin, red.) reist verder als lichaam. De leegte die hij van binnen voelt, ervaart hij als een aangename metgezel. Hij laat het landschap dat hem omgeeft in zijn ontledigde ziel binnenstromen. Dat moment van overgave ziet hij later als een soort verlossing, waarop hij zichzelf ervaart als een nieuw mens.” Het bevrijdende inzicht dat Rufin op de Camino opdoet is dat er helemaal geen Geheim met een grote G is: de zin van menszijn is op weg zijn, niets meer niets minder. Het wegvallen van een Geheim is een bevrijding. Onderdeel van die bevrijding zijn wegvallen van onderscheid geest-lichaam, eenheidservaring met de natuur en verlossing van het denken. “Het is de ervaring die telt, niet de godsdienst die haar claimt.”
De reis De Lange parafraseert antropoloog Victor Turner met drie fasen in elke pelgrimage: (1) verlaten van de vertrouwde omgeving, (2) de reis met het ontstaan van een nieuwe gemeenschap, (3) terugkeer naar huis en aanpassen aan het dagelijkse leven. Dit is eerder en misschien beter beschreven door Joseph Campbell (de reis van de held). De Lange noemt Campbell hoofdstukken later, maar niet dienst theorie - vreemd. Tijdens de reis kan de reiziger niet vertrouwen op aanzien en uiterlijke kenmerken; hij leeft in een ontregelend niemandsland.
Leven als een project Onze moderne samenleving is gebaseerd op neoliberale idee van je levens als een project. Foucault heeft dit onderzocht en zegt hierover dat onze samenleving de fictie van maakbaarheid van je leven nodig heeft om zichzelf in stand te kunnen houden. Economie heeft ons ontkoppeld van de macht van monarchen en kerk. In de neoliberale visie is iedere burger zijn eigen kapitalist met iedereen eigen kapitaal om in te investeren; iedereen een zelf-ondernemer die zichzelf in de markt zet. Het individu maakt zich technieken eigen om overeind te blijven in de competitie met anderen, “technologieën van het zelf”: - responsabilisering: alles wat je overkomt is je eigen verantwoordelijkheid - Healthism: gezondheid als het vermogen om vitaal en fit te blijven - Zelfwaardering: jezelf zien als een winnaar Het dominante beeld is: blijf ondernemend, actief, berekenend, blijf altijd jezelf verbeteren - als aanvulling op of vervanging van het calvinistische idee van onderhuidse religieuze imperatief. Burnout is als je dit allemaal niet kunt volhouden.
De nieuwe pelgrim ontdoet zich tijdelijk van het ‘project zelf’. “Hoewel - of omdat - je je als pelgrim begeeft in een bij uitstek los verband, zijn je relaties ‘totaal’; niet alleen ingesteld op het partje waarmee je functioneel te maken hebt.”
Gastvrijheid is een integraal onderdeel van pelgrimage. De Lange beschrijft onvoorwaardelijke gastvrijheid als waanzin omdat het ook gevaarlijk kan zijn.
Niet-westers perspectief De Lange parafraseert Indiër en hindoe, professort filosofie aan Harvard, Jarava Lal Mehta over diens begrip van pelgrimage om ook een andere culturele visie te betrekken. Voor Mehta is een pelgrim iemand die nooit thuiskomt, een vreemde tussen vreemden. Gastvrij samenleven impliceert niet dat de anderen op onze condities moeten leven maar dat ze ons vreemd mogen blijven. In de oude filosofie stond de avonturier-held zoals Odysseus centraal (ik-gericht), hedendaagse filosofen hangen meer het beeld aan van de nomadische held (een ontwortelde ik in relatie met diverse anderen). Volgens Mehta is het westerse beeld van de nomade nog steeds op Odysseus gebaseerd: de reiziger als kolonisator of toerist die zich het exotische vreemde toe-eigent en als souvenir mee naar huis neemt; de ander als iets exotisch als onderdeel van het eigen levensproject. Mehta’s alternatief voor het willen be-grijpen van de ander door westerlingen is: “Waar het om gaat in een ontmoeting tussen vreemden is hooguit een adequate respons.”; “Je hoeft de ander niet te begrijp, je moet hem in je antwoord recht doen.”
Tīrhta is het woord voor hindoeïstische pelgrimage, met als doel om de oversteek te maken van de wereldlijke oever naar de godelijke overkant, het nirvana. Mehta gebruikt tīrhta als metafoor voor samenleven met anderen. Het accent in hindoeïstische pelgrimages ligt op rondtrekkende bewegingen rond een heilig centrum - de weg leidt niet rechtstreeks tot het doel maar cirkelt er omheen via gevaarlijke paden. Tīrhta betekent risico’s nemen, ontberingen doorstaan, geconfronteerd worden met je eigen beperkingen, obstakels overwinnen. Volgens Mehta is samenleven met anderen geen heldhaftig avontuur maar een gevaarlijke onderneming waarbij je jezelf op het spel zet om de afstand tot de ander te overbruggen. Pelgrimage niet voor zieleheil van de pelgrim dus, maar als waagstuk van de ontmoeting met de ander.
Het einde van religie De Lange parafraseert theoloog Dietrich Bonhoeffer die stelt dat de mens na WO2 niet meer religieus kan zijn. Om in overeenstemming te leven met de moderne kosmologie moet het ‘strikt religieuze domein’ loslaten en erkennen dat er één wereld is. Volgens Bonhoeffer houden mensen vast aan twee werelden of domeinen omdat zij hun verantwoordelijkheid niet willen of durven nemen: “Ze leggen hun lot in de handen van de Andere Wereld en verwachten van daaruit hun heil.” “Niet los kunnen komen van religie is dus niet alleen een zaak van rationeel inzicht, maar ook van onvermogen en morele gemakzucht.” De Lange beschrijft de behoefte aan een twee-werelden-metafysica als “(...) de kinderlijke behoefte aan zorg en veiligheid van een ouder (...)”.
Derrida Van Derrida leidt De Lange het leitmotiv van de nieuwe pelgrim af: “In een interview erkent Derrida: ‘Ik heb nooit een “fundamenteel project” gehad.’ Het is zijn bestemming om geen bestemming te hebben, altijd weer een ander doel te ontdekken en te kiezen. (...) Denken is een vorm van - hij bedacht er een nieuw woord voor - destin-errance: dwalend (errance) op weg gaan naar een bestemming (destin).”
Derrida rekt het messiasbegrip op tot iets als de verwachting of hoop op het andere, het betere: “le tout autre”. Messias niet perse als persoon maar als het ware, andere, betere, rechtvaardige, vreedzame, vollere leven. “De messianiteit van Derrida is areligieus, in de zin dat zij geen Messias met persoonlijke trekken veronderstelt.” Essentieel hierin is dat het verlangen niet in vervulling gaat en kan gaan (zoals wel bij een levensproject) omdat het dan de functie verliest van geloof en van stimulans om elke dag weer in beweging te komen. Voor De Lange is god de naam voor de onuitputtelijkheid van het verlangen. De Lange stelt voor om het woord ‘god’ te vervangen door ‘leven’.
Derrida heeft schijnbaar gezegd dat hij onder overleven niet enkel ‘in leven blijven’ verstaat, maar dóórleven: “Zo overleeft een mens zijn trauma of depressie: door dóór te gaan met leven, ondanks en door de pijn heen.” Dit lijkt voor mij sterk op de levensdrift waar onder andere Schopenhouwer over spreekt - en die De Lange lijkt te negeren (zie mijn kritiek).
Bestemming “Een bestemming kiezen is een goed excuus om op reis te gaan. Haar bereiken is niet de vervulling van, maar het eind aan het verlangen.”
Kritiek Ondanks dat ik dit een fijn boek vind met een mooi inzicht als centraal thema, heb ik ook kritiek.
Mijn eerste punt van kritiek op dit boek is dat het nog steeds sterk geworteld is in het christelijke gedachtegoed, met zelfs een accent op de protestantse stroming daarbinnen, ondanks dat de auteur stelt religie als een jas te hebben uitgetrokken. De Lange maakt een uitstapje naar hindoeïsme maar dat is kort en het enige; gelijk erna volgt zelfs het hoofdstuk met de meeste bijbelcitaten. Dat wringt. De Lange betoogt dat de nieuwe pelgrim religie heeft afgelegd en niet naar Boven gericht (hiernamaals) is maar naar voren (de toekomst), en gebruikt de bijbel als onderbouwing - dezelfde bijbel die overbodig zou zijn geworden... en passent volledig voorbijgaand aan ideeën en gebruiken hierover in andere religies zoals Islam en individualistische spiritualiteit waarvan hij in het begin van zijn boek zegt dat die de plek van de christendom innemen.
Mijn tweede punt van kritiek betreft de stellingname dat de overgave aan het leven (als tegenstelling tot je eigen leven wegens zinloosheid beëindigen) een keuze zou zijn, geen natuurlijk gegeven. Daar zijn een aantal filosofen het niet mee eens, aangevoerd door Schopenhauer die de mens ziet als voor alles een willend wezen, de uitdrukking van levenswil. Nietsche bouwt hierop voort en Freud komt met de Eros, de levensdrift. De Lange negeert dit volledig. Hij hangt een theologisch betoog op over leven als geloofsdaad, als actief antwoord op de roep van de dood, aan leven als keuze. De Lange bespreekt vroeg in het boek een model voor pelgrimage waarvoor een beter bestaat. Het betere model is van Joseph Campbell. Hoofdstukken later noemt De Lange Campbell, dus hij moet het model kennen. Deze voorbeelden geven mij het ongemakkelijke gevoel van selectieve argumentatie (‘cherry picking’) en doelredeneren.
Mijn derde punt van kritiek is dat De Lange in het begin van zijn claimt dat de filosofie geen soelaas biedt voor het tekort van religie in de huidige tijd, terwijl hij zich vrijwel volledig op Derrida baseert voor zijn begrip van de nieuwe pelgrim.
Eerlijk gezegd hoor ik niet tot de doelgroep. Wat mij en anderen in de leeskring schokte, is dat de schrijver zelf de pelgrimstocht niet gemaakt heeft. Hij heeft gelezen en kan goed hervertellen. Hij meent ook heilige ervaringen wel te begrijpen - ik denk dat hij dat niet doet. Maar ja, mijn levenspad is anders.