Handyman
Verleden jaar vertelde mijn zoontje van (destijds) net vijf me geirriteerd dat ze bij Handyman alles hadden, maar dat dat volgens hem echt niet kon. Hij had dit in een TV- of radiocommercial gehoord, maar het leek hem onmogelijk dat je in zo'n winkel bijvoorbeeld een berg kon kopen of een huis, of een Happy Meal die uiteraard alleen bij McDonalds verkrijgbaar zijn. We zijn nog eens met hem naar een filiaal toe geweest zodat hij om opheldering kon vragen, maar de verkoper keek hem aan alsof hij het in Keulen hoorde donderen. Hoe dan ook, hier moest ik aan denken toen ik in het boek "Het geluk van de sprinkhaan" begon van Toon Tellegen.
De hoofdpersoon in deze bundel, de sprinkhaan, runt een winkeltje waarin hij alles verkoopt; alles behalve de zon, de maan en de sterren. Het voorgaande is meteen ook mijn kritiek op het boek: waar zo'n inzicht van een vijfjarige je verwondert, verwacht je van een volwassen schrijver veel meer diepgang, verhaal of context. Van mijn zoon vond ik het knap dat hij niet zomaar met één voorbeeld kwam, maar items had uit diverse categorien. Een berg of een huis passen fysiek niet in een winkel, laat staan dat je er een aantal verschillende modellen van op voorraad hebt, een Happy Meal past wel in een Handyman filiaal, maar zul je daar niet tegenkomen vanwege het anderssoortige assortiment en de gebondenheid van Happy Meal aan McDonalds.
In "Het geluk van de Sprinkhaan" komen tal van andere categorien voorbij, karaktertrekken en gemoedstoestanden als ernst, achterdocht en wanhoop; gebeurtenissen als overstromingen, overvloedige regen en abstractere begrippen als 'een dag', niets of tijd. Op zich allemaal zaken waar een verhaal in zit, maar die verhalen worden nou juist niet verteld. Het woordenboek naspeurend op zoek naar zelfstandige naamwoorden kun je al snel met een lijst op de proppen komen van zaken die wonderlijk overkomen wanneer ze verkocht zouden worden in een winkel. Dat is de kunst niet, maar het is wel de hoofdmoot van de 59 hoofdstukjes (1 tot 2 pagina's elk) die dit boek vormen. Veel verder gaat het niet. Als de krekel een portie ernst heeft gekocht loopt hij met gebogen hoofd door het bos, knikt minzaam naar de andere dieren en loopt met zwaar gemoed dieper het bos in tot de ernst is uitgewerkt. Klaar, volgend verhaal. De verhalen hebben onderling zelden een verband waardoor er geen ontwikkeling in het boek zit en qua diepgang overtreffen ze zelden het voorbeeld van de verkochte ernst.
Als de korenkniptor de hele winkel wil kopen zou je nog in eens soort van gedachtelus terecht kunnen komen. Een winkel hebben die alles verkoopt terwijl er buiten die winkel toch ook nog dingen bestaan... Een soort Escheachtige lus.
Als het everzwijn een groene muts koopt waarvan hij zich afvraagt of hij niet raar staat ontaart dat uiteindelijk in een reflectie op het begrip raar. "Als de zon raar is, dacht hij, dan is alles raar en blijft er dus niets over wat niet raar is en dan zou iets wat niet raar is dus heel raar zijn." Dit is de verdieping die het boek nu en dan haalt. Meestal echter blijft het steken op het ernst niveau.
Al met al een aardig boekje om de kids eens uit voor te lezen en te zien wat ze er van vinden, maar in de aanbeveling op de binnenkant van de cover "dierenromans voor zowel kinderen als volwassenen" kan ik me niet vinden. Het taalgebruik is mooi, de woordkeuze goed, maar de verhaaltjes zetten niet echt aan tot fantaseren of verdere reflectie.