In de vroege ochtend van 13 december 1967 wordt A.H.J. Dautzenberg geboren, drie minuten na zijn broer. Pas enkele uren voor de bevalling hoort zijn moeder dat ze zwanger is van een tweeling, en in allerijl wordt een tweede naam bedacht. Een halve eeuw later gaat Dautzenberg op zoek naar zijn gelukkige jeugd. Hij trekt tijdelijk in bij zijn tweelingbroer die sinds enkele jaren in het ouderlijk huis woont en met wie hij een gecompliceerde relatie onderhoudt. Uiterst consciëntieus houdt Dautzenberg een dagboek bij. Hij spaart zichzelf (en zijn omgeving) niet en bevraagt het idioom van de autobiografie.
A.H.J. Dautzenberg werd op 13 december 1967 geboren in de Vroedvrouwenschool van Heerlen. Hij groeide samen met zijn tweelingbroer op in Schaesberg (Landgraaf). Na de middelbare school studeerde hij Economie in Tilburg. Later voltooide hij ook onder meer de studie Taal- en letterkunde. Hij woont tot op heden in Tilburg-Noord.
Zijn teksten verschenen in onder meer Hollands Maandblad, de Revisor, Kort Verhaal, De Brakke Hond, De Jaap, Propria Cures, De Groene Amsterdammer, De Contrabas, Tirade, Frontaal Naakt, Das Magazin, De Volkskrant, NRC Handelsblad, NRC Next, Het Financieele Dagblad, Knack, Humo, VPRO Gids en Vara TV Magazine. Zijn boeken verschijnen bij Uitgeverij Atlas-Contact in Amsterdam.
A.H.J. Dautzenberg trad op tijdens festivals als Crossing Border, Literatuur Late Night, de Uitmarkt, De Geest Moet Waaien, Schrijvers Binnen, Wintertuin, Pauw & Witteman, Dit was het nieuws, Nur Literatur, TiLt, Incubate, Noorderzon en Lowlands.
Het boek gaat over Dautzenberg, de schrijver zelve dus. Meer dan 700 bladzijdes. Dat is best veel. De persoon Dautzenberg is voor mij niet interessant genoeg om er zoveel over te lezen. Soms is het boek leuk (als hij over het leven van zijn broer schrijft) maar soms is het ronduit saai (wanneer hij zichzelf op de borst klopt). Dautzenberg is af en toe depressief maar lijkt toch nog best tevreden met zichzelf te zijn. Hij kan weinig mis doen maar mensen in zijn omgeving wel. Soms is het een soort zelfverheerlijkingsshow die gaat over wat voor een goede inborst Dautzenberg wel niet heeft, over hoe lief hij is voor zijn moeder en neefjes (en zijn broer niet), hoe goed hij zorgt voor vrienden die het moeilijk hebben en hoe slecht iedereen is die niet zo links is als Dautzenberg. Na 600 bladzijdes werd het me oninteressant en heb ik het boek weggelegd. De persoon Dautzenberg is gewoon niet interessant genoeg voor mij. Ik had er meer van verwacht.
‘Mijn oma heeft nooit iets van mij gelezen. Mijn moeder doet wel haar best, maar ze haakt steevast na enkele tientallen pagina’s af. Mam, wanneer je deze zin leest, dan heb je flink doorgezet. Nog even je best blijven doen, want de finale zal groots zijn...’ (p. 495)