Geniek Janowski, brandweerman, liefdevolle echtgenoot, vader van twee zonen, mede-eigenaar van een pony en fatsoenlijk burger te Heerlen, wordt op een dag getuchtigd door het noodlot.
De mannen van de C-ploeg slepen Janowski, die door iedereen de Pool wordt genoemd, erdoorheen en de vrouw van collega Beckers staat voor de deur met eetbare troost. Hun troost blijkt echter nog meer onheil te brengen. De Pool besluit daarop niet te walgen van zijn lot maar het te beminnen.
Goede mannen is een ontroerende en wanhopige roman over een vader die denkt dat een goede man altijd een stapje opzij doet, dat goed zijn niet veel anders is dan verlangen naar het goede. Minder goede verlangens leg je gewoon het zwijgen op. Kan zo het onheil worden voorkomen? Wat kán een mens eigenlijk voorkomen?
Arnon Yasha Yves (Arnon) Grunberg is a Dutch writer. Some of his books were written using the heteronym Marek van der Jagt.
In 1989 Grunberg made his acting debut in Maria's Cunt (de Kut van Maria); a short film by Dutch enfant terrible filmmaker Cyrus Frisch.
Grunberg made his literary debut in 1994 with the novel Blauwe maandagen (Blue Mondays), which won the Dutch prize for the best debut novel that year. In 2000, under the heteronym Marek van der Jagt, he won the best debut prize again for his novel De geschiedenis van mijn kaalheid (The History of My Baldness).
Grunberg publishes novels about once a year but also writes columns and essays in a wide variety of Dutch and international newspapers and magazines. He does not restrict himself only to the written media, but also reads a story for the radio every week and for some time he was host of a cultural television program. He also writes a blog for the literary Internet magazine Words Without Borders and his own site ArnonGrunberg.com.
His novel Tirza won the Dutch Golden Owl Prize for Literature and the Libris Prize.[1] His books have been translated into many languages, including English, German, Japanese and Georgian.
From 2006 Grunberg wrote various journalistic reports, for example about working undercover in a Bavarian hotel and his visit to Guantánamo Bay. Also he visited the Dutch troops in Afghanistan and the US Army in Iraq. In 2009 these reports were collected in the book Chambermaids and Soldiers.
‘Goede mannen’ van Arnon Grunberg heeft me met een ongemakkelijk gevoel achtergelaten. Het ruim 500 bladzijden tellende verhaal van ‘De Pool’ is zo deprimerend en toch kon ik het niet wegleggen. ‘De Pool’ is Geniek Janowksi, brandweerman, getrouwd en vader van twee zoons. Hij probeert krampachtig een fatsoenlijke burger te zijn en het goede te doen maar slaagt daar niet echt in. Zijn leven wordt nog meer overhoopgehaald door de dood van zijn oudste kind. Wat volgt is een langgerekte zoektocht naar liefde en troost met als pointe een bizar einde waarvan je je afvraagt waar dat goed voor was. Aanrader? Hm, moeilijk te zeggen. Eens je begint te lezen, wil je meer maar vrolijk word je er allerminst van.
Grunberg-grijnzen ging over in schaamte. Zovele bevreemdende handelingen in zovele minstens even vreemde levens. De essentie - het zoeken van de mens en nooit weten - is op deze manier overtuigend weergegeven maar soms even ondoorgrondelijk als een sprookje.
Wat een zwaar boek. Wekt veel emoties op. Met name melancholie en een gevoel van dreiging. Mooi wel... maar zwaar.
Na het boek enige tijd te hebben laten bezinken ben ik tot de conclusie gekomen dat ik vier sterren toch te hoog vind voor dit boek. Maak er dus drie van.
Grunberg houdt natuurlijk altijd nogal van zijn stokpaardjes, maar om een of andere reden ergerde het ‘dit heb ik al eens gelezen’ gevoel me hier meer dan anders. Misschien dat de paralellen met zijn andere werken hier gewoon iets te doorzichtig waren: een personage dat Beckers heet wiens vrouw doodziek is; een kind dat zelfmoord wil plegen vanwege zijn geliefde paard; lange uitweidingen over de betekenis van zorg en liefde. Het was allemaal net iets te herkenbaar, en dat waren pas de eerste honderd pagina’s.
Verder valt er genoeg te genieten hoor. Grunberg kan nog altijd fantastisch schrijven. Er zijn wat nieuwe thema’s zijn werk binnengeslopen (meer religie) en het laatste hoofdstuk hakte er wel echt in. Als geheel maakte het alleen niet de indruk die sommige van zijn andere romans wel deden.
Deze keer dacht ik dat ik, na meerdere mislukte pogingen, eindelijk een roman van Grunberg zou kunnen uitlezen. In dit verhaal van hoe het verlies van een kind een huwelijk onderuit haalt trof hij aanvankelijk voor één keer een goed evenwicht: er was de gebruikelijke afstandelijke spot, maar ook voldoende fijne empathie om betrokkenheid op te roepen. Bij momenten raakte dit verhaal me zelfs. Net toen ik hoop kreeg dat ik definitief gelanceerd was ging de balans bruusk verloren: de auteur blaast met één psychologisch totaal onlogische en tenenkrullend wansmakelijke seksscène in één klap alle bruggen tot empathie met de protagonist op en slaat de bodem onder je betrokkenheid vandaan. Ik vrees dat het tussen deze auteur en mij nooit iets zal worden.
Ik vind het een aangrijpend verhaal. Sommige dingen worden ook heerlijk humoristisch en herkenbaar beschreven. Helaas komen er veel absurde zaken in voor en natuurlijk sex.
Dit boek van Grunberg, zijn nieuwste - najaar 2018 - gaat over de liefde. De liefde in velerlei gedaanten: liefde van ouders voor hun kinderen - maar niet vice versa, of in ieder geval een stuk minder -; liefde van de ouders onderling; liefde van mannen ten opzichte van hun echtgenotes en vice versa; liefde van mannen voor hun minnaressen; liefde van mensen ten opzichte van dieren - een ezel bijvoorbeeld -; seksuele liefde, de louterende lichamelijke liefde; liefde van maten onder elkaar - de brandweerlui, de goede mannen -; liefde van hulpverleners ten opzichte van hulpvragers - minder the other way around, bijvoorbeeld de mensenknecht en de boer en zijn vrouw -; de liefde van God voor de Pool - niet zozeer andersom -.
Liefde is niet altijd wederkerig, zo blijkt; oef, pijnlijk.....
‘’Je herkent liefde.’ De Pool schudde zijn hoofd. ‘Ik weet niet wat ik herken.’ Ze (de vrouw van Bekkers, rdv) ging op bed liggen en daarom dacht de Pool dat zij naar hem verlangde, dat zij was gekomen omdat ze naar zijn lichaam verlangde, naar zijn ordinaire lust, de ordinaire lust van de brandweerman, vulgaire begeerte waarvoor hij zich schaamde, vooral omdat die hem in de steek liet, omdat er zo vaak niets over was van die begeerte, alleen een vage herinnering, een echo.’ (rdv: angst voor impotentie?)
Misschien spoilers
Ik verdeel het boek in twee stukken; het eerste loopt tot en met het eerste kippenhokverblijf van de Pool, het tweede deel vanaf het moment dat de Pool uit zijn kippenhok komt en weer bij zijn vrouw intrekt. Het eerste stuk vind ik bijna geniaal, zo prachtig van taal, zo ontroerend, zo volledig getuigen van menselijk onvermogen, dat op zich helemaal niet mooi is maar dat door Grunberg zo ontzettend goed en beeldend en talig verwoord wordt. Het tweede deel lijkt een beetje afgeraffeld. Ineens moeten we met zevenmijlslaarzen naar huis, naar het einde. Natuurlijk zit er in een roman bijna altijd een zekere versnelling van het verhaal naar het einde toe. Maar hier lijkt het alsof Grunberg niet helemaal wist hoe het verhaal van de Pool te eindigen. Dat doet hij een beetje te makkelijk en daarom voldoet het niet helemaal. Maar alleen al om het eerste deel moet je dit boek lezen.
Ik ga het verhaal niet uit de doeken doen. Dan is direct alles weg. Er zijn grofweg twee soorten besprekingen van romans: a. voor hen die het boek nog moeten lezen en daartoe aangespoord (willen) worden door de stukjesschrijvers; b. voor hen die het boek al hebben gelezen en (willen) checken of de stukjesschrijver dezelfde waardering voor het boek heeft. Soms schrijf ik voor de eersten en soms voor de anderen, net zoals mijn pet staat.
Het gaat in dit boek om de Pool en wel de Pool in zijn beroep, brandweerman, en om de Pool zoals hij is in zijn gezin, met zijn vrouw Wen en zijn twee zonen, Borys en Jurek. De mannen van de brandweer, de collega’s, vormen een zeer hechte groep; je moet immers blind op elkaar kunnen vertrouwen tijdens een brand. Teambuilding is een ‘ongoing process’. Het is niet alleen zo dat de mannen elkaar blindelings moeten kunnen vertrouwen, zij vormen samen een levend organisme. Niemand kan en mag buiten de boot vallen. De Pool wordt zo genoemd omdat zijn vader een Pool is en zijn moeder een Duitse. Zelf is hij in Nederland, in Heerlen, opgevoed. Aanvankelijk is zijn ‘Poolsheid’ geen probleem, of heel misschien toch wel, maar minimaal. Hij wordt niet voor niets de Pool genoemd, hij heeft een naam Geniek Janowski; omdat hij enigermate een buitenbeentje is, probeert hij uit alle macht en in alle opzichten een ‘goede man’ te zijn: goed voor zijn vrouw, goed voor zijn kinderen, goed voor zijn maten. Voortdurend komt hij in situaties waarin hij merkt dat hij helemaal geen goede man blijkt te zijn, zijn ondanks. Ik denk hierbij voortdurend aan de ‘wijze’ woorden van mijn lerares Engels: The way to hell is paved with good intensions. (I could kill her for it... of is het should? :-)).)
Je verwacht dat de Pool gruwelijk ontspoort en dat doet hij in zekere zin: 1. bizarre seks met zijn minnares, de vrouw van een collega - maar eigenlijk is het haar eigen schuld want zij bood haar troost aan en hij nam dat schroomvallig aan - en 2. een retraite in een kippenhok. Maar het ontspoort niet zoals bijvoorbeeld in De joodse messias of in Tirza, of het is maar schijn en komt het door de rustige, haast onderkoelde wijze waarop Grunberg het verhaal vertelt.
Borys, de oudste zoon van de Pool en Wen, heeft last van de puberteit. Boris heeft grote moeite zich verhouden met zijn leeftijdgenoten. Hij is eenzaam, nog eenzamer dan zijn vader. Niets helpt, behalve de zorg voor een oude manke pony, Het Eenzame Oude Meisje. Maar eigenlijk helpt zij ook niet. Even helpt het Oude Meisje ook de Pool, tegen wil en dank, maar ook zij helpt de Pool ten lange leste niet.
‘De ouders waren het erover eens, het beest (d.i. de manke pony, Het Eenzame Meisje) moest gered worden, het beest redden was Borys redden. Zo simpel was het. Redden was de typische taak van de brandweerman en alleen al daarom had de Pool spijt dat hij in de auto bijna zijn geduld was verloren. Zo iemand wilde hij niet zijn, een schreeuwende vloekende vader. ‘We laten dat beest niet afmaken,’ zei hij met een kordaatheid die hem verraste want hij was er zelf nog niet helemaal van overtuigd dat het echt het beste was voor de pony, zo’n boer wist waarover hij sprak’. (rdv, de boer zei: Je moet dat beest laten afmaken, ze is mank, ze heeft pijn.) (2018: 75)
In een lange rij zijn mens en dier aan elkaar verbonden, gebonden kun je beter zeggen: de Pool, Borys, de invalide boer, de dierenknecht, de vrouw van de boer, Wen, Het Oude Eenzame Meisje, de mensenknecht, de vrouw van Bekkers, Bekkers en de maten, de dierenarts, de slager, Jurek, de abt, God, Julia en de collega’s.
Over het algemeen ben ik lang van stof maar deze keer wat minder. Minder analyse, minder leeservaring. Soms vind ik het moeilijk om veel te zeggen over een boek dat me diep getroffen heeft. Dan lijkt de leeservaring meer gestoeld op gevoel dan op ratio en analyse. Vaak zie ik in dat geval af van een bespreking. Dat heb ik met dit boek ook, ik ben enorm onder de indruk van hoe Grunberg dit verhaal vertelt, het talige deel, zijn taalvaardigheid is ongehoord goed, zijn stijl is overweldigend, maar ook hoe hij de scènes samenrijgt, en van zijn humor, best ‘hard’ op zijn tijd, maar toch heel grappig. Hij weet de woorden samen te brengen en van een begrip alle betekenissen uit te buiten. Een heel intelligent auteur! Maar ook ontroert Grunberg diep door het menselijk tekort, dat wij allemaal maar al te goed kennen, rücksichtslos op ons bordje te scheppen. Het tweede deel vind ik iets minder, maar kniesoor die daar op let.
Over de auteur:
Arnon Grunberg (officieel: Arnon Yasha Yves Grünberg, Amsterdam, 22 februari 1971) is een Nederlandse schrijver van joodse komaf. Hij schrijft meestal onder de naam Arnon Grunberg, maar maakte ook enige tijd gebruik van het heteroniem Marek van der Jagt. Grunberg is afkomstig uit een gezin dat zwaar getraumatiseerd is door de Tweede Wereldoorlog. Zijn moeder Hannelore Grünberg-Klein (1927-2015) overleefde Auschwitz, waar ze naar eigen zeggen goed behandeld is. Zijn vader zat op talrijke adressen ondergedoken. Arnon Grunberg heeft één oudere zus. In 1982 emigreerde zijn zus naar Israël, waar zij inmiddels met haar gezin in een nederzetting nabij Ramallah een strikt orthodoxe levensstijl volgt. Grunberg zelf zwoer aan het eind van zijn puberteit elke vorm van religie af. Grunberg volgde het Amsterdamse Vossius Gymnasium, maar werd in 1988 van school verwijderd nadat hij voor de tweede keer was blijven zitten. Daarna werkte hij onder meer als jongste bediende bij een apotheek en als bordenwasser. De jonge Grunberg wilde acteur worden. In 1989 speelde hij de hoofdrol in een film van de Nederlandse filmer Cyrus Frisch. Voordat hij in 1994 doorbrak als schrijver, had hij een kleine uitgeverij, Kasimir. Op 23-jarige leeftijd debuteerde Grunberg bij Nijgh & Van Ditmar met Blauwe maandagen, een sterk autobiografische roman, waarin onder andere de oorlogservaringen van zijn ouders aan bod komen. Het boek werd een internationaal succes: in Nederland werd het bekroond met de Anton Wachterprijs voor het beste debuut en het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut. Het werd vertaald naar het Engels, Duits, Deens, Italiaans, Frans, Spaans, Tsjechisch, Zweeds en Japans. Met zijn tweede roman, Figuranten (1997), bevestigde hij zijn talent, alhoewel de ontvangst van deze roman minder enthousiast was dan bij Blauwe Maandagen. Prijzen, onder andere: 2007 - Libris literatuurprijs voor Tirza; 2009 - Constantijn Huygensprijs voor zijn oeuvre; 2010 - Frans Kellendonkprijs voor zijn oeuvre.
Auteur: Arnon Grunberg Titel: Goede mannen 1e druk: september 2018 ISBN13 9789038805351 Categorieën: Literaire romans Uitgever: Nijgh & Van Ditmar Omvang: 512 pagina's
Goede mannen is een onbehagelijk, maar tegelijk fascinerend boek; dat met wat meer knipwerk een van mijn favorieten had kunnen worden, maar nu toch weer het grillige karakter van Grunbergs werk voor mij bevestigt.
“De broeder zegt: ‘Het celibaat is een snelweg naar God, maar soms gebeuren er ongelukken op die snelweg, zoals op elke snelweg.’”
Na het lezen van De joodse messias was ik zo enthousiast geworden dat ik alle boeken van Grunberg op mijn verlanglijst van de bibliotheek heb gezet. Hoewel ik al best veel van hem heb gelezen. Goede mannen is alweer de 10e Grunberg voor mij. Maar als ik dit boek vergelijk met De joodse messias en Moedervlekken / Bezette gebieden dan kom ik niet verder dan 3 sterren. De dood in Taormina was ook al wat minder maar het einde maakte toen veel goed. In dit geval heb ik serieus overwogen om na 200 pagina’s te stoppen. Te deprimerend. Vaak ongemakkelijk. Natuurlijk is er altijd de Grunberg humor. Maar het verhaal is meer naargeestig dan geestig zal ik maar zeggen. Wel blij dat ik het heb uitgelezen. Ik hoopte op een bijzonder einde zoals bij De dood in Taormina maar dat bleek ijdele hoop.
Maar het is gewoon een goede schrijver. Als de hoofdpersoon, Geniek, de Pool, het klooster bezoekt lezen we:
“’Je lichaam,’ ging de man verder, ‘mijn lichaam is niet meer van mij, het is van Hem. Hij bepaalt wat er mee gebeurt. Dat is een proces. Ook dat duurt even. De overgave heeft tijd nodig. De overgave vereist ook een offer maar na een tijd voelt het niet meer als offer. De mensen vragen nog wel: is het een offer? Nee, zeg ik, nee. Een bevrijding. U ziet een offer, ik zie bevrijding. Hier loopt iemand rond, een monnik, je hoeft alleen maar naar hem te kijken en je ziet wat liefde is. De blik van die man is zoiets ongelooflijks. Zo zacht. Zijn ogen. Zijn woorden. Als hij praat. Hij praat niet veel. Zijn lippen, zo teder.’ Er viel weer een stilte en de man tegenover de Pool veegde wat van tafel maar de Pool kon niet zien wat. ‘Mijn lichaam is nooit van mij geweest,’ zei de Pool. ‘Ik heb geen idee van wie het is. Het zal wel van de maatschappij zijn, als brandweerman is je lichaam van de maatschappij. Het is natuurlijk de bedoeling dat je levend het brandende gebouw weer uit gaat, je gaat er levend in, je moet er weer levend uit. We gaan met z’n allen terug naar de kazerne. Dat is de bedoeling. Daar doen we alles aan. Dat staat voorop, zegt de ploegchef. Die zekerheid heb ik niet meer. Wat voor mij vooropstaat weet ik niet meer.’”
Alweer een Grunberg die onder je huid kruipt. Maar wat vind ik er nu eigenlijk van? Tja, dat kan ik moeilijk uitleggen zonder te veel van de afloop vrij te geven... Lezen dus, zou ik zeggen, en laat het dan zelf maar weten! Maar toch een 4 1/2 op 5!
Ik kon het niet laten om toch maar weer een boek van Grunberg te lezen. Hij weet altijd weer bij me binnen te dringen. Ook nu. Komt dit door de eenvoud van taal, de vele herhalingen van benamingen (zoals de overgebleven zoon) die als heipalen binnen worden geramd of komt het door zijn absurdistische verbeelding die tegen een gekte aan leunt? Anyway, ik vond het een vermakelijk verhaal over de liefde en het leed, al konden sommige passages ook toe met wat minder verf, ging hij mij net teveel over de top. Soms, bij althans, gaan de herhalingen me tegen staan.
Grappig, absurdistisch, maar toch met inhoud. Ook tragisch, op de typische manier van Grunberg. Al was het laatste kwart van het boek er te veel aan: het verloor aan kracht, was minder gevat. Anders had ik vijf sterren gegeven.
Geniek Janowski is een toegewijde brandweerman bij de C-ploeg in Heerlen. Zestien jaar geleden hadden zijn collega’s hem voor de eerste keer de Pool genoemd en sindsdien was deze bijnaam aan hem blijven kleven. De zwijgzame Pool streeft ernaar om een goed mens te zijn: Een mensenredder, een goede echtgenoot en liefdevolle vader. Als het gezin door het noodlot wordt getroffen, verandert het voorgoed hun leven.
Goede mannen is een keiharde roman over wat het verlies van een dierbare met je kan doen. Arnon Grunberg toont de schrijnende eenzaamheid van een man die geteisterd wordt door schuldgevoel.
Het schuldgevoel is ontstaan na het verlies van hun eerstgeborene. De jongen is voor de trein gesprongen. Dit is het enige moment dat de brandweerman ook daadwerkelijk moet uitrukken.
De schrijver lijkt te willen zeggen dat het uitblussen van het gevoel zoveel sterker is dan het overmeesteren van het vuur. Een krachtige metafoor, waarin de pijn nog eens extra benadrukt wordt.
Het 580 pagina’s tellende boek Goede mannen is onderverdeeld in zeven hoofdstukken waarin de essentie van iedere fase duidelijk naar voren komt. Het verhaal beschikt echter over een lang intro, we zijn al op pagina honderd wanneer de jongen daadwerkelijk overlijdt. Vanaf dan gaat de Pool op zoek naar een manier om met de dood van zijn oudste zoon om te gaan. Het medicijn om de wond te verzachten blijft echter uit. Als hij niet meer in staat is om een liefdevolle vader en goede echtgenoot te zijn, neemt hij het besluit om alles achter te laten en zich aan te melden bij een klooster. Alsof dit allemaal nog niet erg genoeg is, laat de schrijver hem nog verder afdalen. Hij betrekt het kippenhok van de abdij. Een redelijk absurdistisch beeld. Het lijkt erop dat Grunberg naar het toppunt van lijden heeft gezocht. De zwarte humor overstemt al het gevoel van realiteit. De fanatieke Grunberglezer is gewend aan deze perikelen van de schrijver. De schrijver die bekend staat om het aantonen van de onmenselijkheid van zijn personages, is nog niet bereid om van zijn eerder aangelegde pad af te dwalen. Toch weet hij in deze roman de lezer op bepaalde momenten diep te ontroeren.
De Pool lijkt erg opgeknapt van al dat lijden. Na jaren keert hij terug naar zijn vrouw en overgebleven zoon. Het woord overgebleven zullen slechts weinigen onder ons durven gebruiken, maar hier is het een briljante vondst. Het geeft de Pool in al zijn oprechtheid weer. Zijn echtgenote heeft inmiddels voor een ander gekozen. Wat je haar absoluut niet kwalijk neemt. Ook de Pool ziet in dat zijn vrouw verder is gegaan met haar leven en vanaf dat moment is het personage bereid om zijn leven te herstarten. Bij een nieuw leven hoort een nieuwe liefde, zo stelt hij. Die nieuwe liefde komt uit Oekraïne.
Grunberg beschrijft met zeer veel humor de bizarre zoektocht van mannen die de middelbare leeftijd hebben bereikt en het geluk proberen een handje te helpen door zich te binden aan een vrouw die op zoek is naar een beter leven.
Helaas loopt alles uit op een horrorscenario. Dit is wel wat je van de schrijver kunt verwachten, maar niet waar je stilletjes op hoopte. Je gunt de Pool een gelukkige afloop en de verlossing van het kwade.
Arnon Grunberg toont het verdriet en de pijn in al zijn rauwheid.
Ik ben geen liefhebber van het werk van Grünberg (al vond ik zijn debuut Blauwe Maandagen wel geestig). Dat gaat niet veranderen na het lezen van zijn laatste roman, Goede Mannen. Daarvoor is het boek te lijvig en niet bijzonder qua structuur en taal. En het verhaal over een Poolse brandweerman is nogal bizar en ongeloofwaardig; het kabbelt meestal voort maar trekt je dan bij tijd en wijle weer bij de les. De dramatische ontknoping zet je wel aan het denken over de ‘ware aard’ van ‘goede mannen’.
Citaat : Hij was een goede man, een zorgzame man, ze konden hem op de proef stellen, de mensen, God, hij zou blijven wie hij was, een goede en zorgzame man. Al moest hij daarvoor zich van alles en iedereen losmaken, al moest hij zichzelf levend begraven, hij zou een goede man blijven. Review : Arnon Grunberg (Amsterdam, 1971) debuteerde in 1994 met Blauwe maandagen, gevolgd door onder andere Figuranten (1997), Fantoompijn (2000) en De asielzoeker (2003). Voor Tirza (2006) ontving hij zowel de Gouden Uil als de Libris Literatuurprijs. In 2007 en 2009 verschenen respectievelijk het brievenboek Omdat ik u begeeren een bundeling van zijn reportages, Kamermeisjes & soldaten. In 2010 en 2012 verschenen de romans Huid en Haar en De man zonder ziekte, die beide zeer goed werden ontvangen. Moedervlekken uit 2016 is een sterke, biografisch getinte roman die heel sfeervol is en de auteur toch de voldoende ruimte geeft om zijn stokpaardjes te berijden, zoals een haat-liefde verhouding met de joodse identiteit, het moeizame aftasten van genderbepaling en personages die dwangmatige beperkingen opgelegd door een harde maatschappij willen afschudden.
In Goede mannen conftonteert de auteur ons met Geniek Janowski, brandweerman, liefdevolle echtgenoot en vader van twee zonen., mede-eigenaar van een pony en fatsoenlijk burger te Heerlen, wordt op een dag gruwelijk getroffen door het noodlot. Zijn collega's van de C-ploeg slepen Janowski, die door iedereen de Pool wordt genoemd, erdoorheen en de vrouw van collega Beckers staat voor de deur met eetbare troost. Hun troost blijkt echter nog meer onheil te brengen. Goede mannen is een ontroerende en wanhopige roman over een vader die denkt dat een goede man altijd een stapje opzij doet, dat goed zijn niet veel anders is dan verlangen naar het goede. Geniek Janowski is een brandweerman in Heerlen, gelukkig getrouwd en vader van twee zoons. Eén van de twee jongens heeft echter onduidelijke problemen. Wanneer hij op een dag voor de trein springt, komt Genieks leven op zijn kop te staan. Wanneer hij de crises (persoonlijk, religieus en amoureus) uiteindelijk overwonnen heeft, blijft het noodlot hem echter achtervolgen, hoezeer hij ook zijn best doet om positief in het leven te blijven staan. Het is dan ook een aangrijpende roman over hoe iemand de klappen die het leven hem toedient probeert op te vangen, met tegelijkertijd de boodschap dat een mens die klappen nu eenmaal niet kan ontwijken.
In Goede mannen wordt geen enkele brand beschreven; het gaat om die gemeenschap van vrienden, die ook de Pool weer opneemt na eeen kloosteravontuur. Maar ook die hechte gemeenschap van kameraden blijkt slechts schijn. De ondergang blijkt echter onoverkomelijk en de Pool en zijn vrouw gaan zowel afzonderlijk als gezamenlijk door een hel. De Pool houdt zich overeind aan zijn collega’s die, net zoals hijzelf, allemaal goede mannen zijn – zolang je maar een teamspeler bent. Dit gedeelte van het boek is tragisch en ook ontroerend. De Pool is niet direct een karakter, waarmee een lezer zich gemakkelijk zal mee identificeren, maar als Grunberg protagonist doet hij het buitengewoon goed.
Het verhaal grijpt naar de keel omdat het knap en schrijnend geschreven is, zodat het verhaal onvermijdelijk onder de huid kruipt. Het geheel mocht iets compacter, en met wat minder herhalingen, maar de Grunbergfanaat zal dit boek zeker kunnen smaken.
Echt vrolijk word je zelden van boeken van Grunberg. In zijn voortdurend literair onderzoek naar de kleine kantjes van de mens, fileert hij in deze Bildungsroman heikele onderwerpen als de dood, het lot, zorg en troost.
Zware onderwerpen voor een lijvig boek. Misschien wat te lijvig. Want het ironisch getitelde ‘Goede mannen’ gaat ook over zelfmoord, overspel, religieus extremisme, verkrachting. En over veel meer. Wil Grunberg niet wat te veel vertellen in één boek?
Je kan je er vragen bij stellen. Is het echt belangrijk voor het verhaal dat de oude boer zijn vrouw vastbindt op het bed? Waarom moet de troost van de vrouw van Beckers op zo’n vreemde manier? Waarom voert Grunberg het Menselijk Verlengstuk op, is hij iets meer dan een wat sarcastische reflectie op ons kneuterig zorgbeleid? En had de plotse religieuze roeping van de Pool niet wat minder extreem gekund dan een verblijf in een te klein kippenhok?
Uiteraard versterken alle elementen elkaar op een bepaalde manier. Ze dragen allemaal bij aan dezelfde trieste, bevreemdende sfeer die alle personages omringt. En toch is het misschien wat veel van het goede. Had Grunberg dit niet beter in aparte epistels kunnen uitschrijven? Wat meer geschrapt, sommige thema’s verder uitgediept?
Dit alles neemt niet weg dat ‘Goede mannen’ een goed boek blijft. Het blijft indrukwekkend hoeveel romans Grunberg kan blijven neerpennen, zonder aan kwaliteit in te boeten. Ook deze roman is sterk opgebouwd, leest heerlijk vlot en fris, en houdt je enkele weken in de ban.
En er staan echt wondermooie passages in. Wanneer de Pool gehavend terugkeert van zijn religieus avontuur en zijn vrouw hem liefdevol opwacht en er een nieuw begin van wilt maken. Bijna raar, maar juist waar Grunberg zijn typische sarcasme laat varen om even iets van echte liefde door te laten, tovert hij de mooiste zinnen uit zijn pen.
La condition humaine op zijn Grunbergs, een fijn literair avontuur. Maar ik ben ook blij om daarna steeds weer iets vrolijkers te mogen aanvatten. Het is tenslotte bijna lente.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Geniek Janowski,houdt je in zijn ban,door zijn betrachting en motto "een goed man te zijn". Het valt hem niet licht. De lichtheid van het bestaan,of de pijn van het zijn,dood,liefde,troost,ontgoocheling,God,in absurde situaties,en ontmoetingen met personages met een krak.Hij benadert zijn medespelers met schroom,liefdevol. Het speelt hem tussen zijn oren.Als lezer hoop je dat het hem lukt,maar telkens kom je terecht bij elk hoofdstuk in andere verhaallijn die je weer meetrekt op zijn weg.,met zijn medespelers. "Hij gaat met de naam "Pool",door de verhaallijnen en zoals hij schrijft in het boek "...iedereen noemde hem de Pool en op een gegeven moment had hij die bijnaam geaccepteerd zoals je borstelige wenkbrauwen accepteert". Grunbergs stijl, kon ik smaken in het boek. Ondanks het malheur,is er eveneens plaats voor humor,wel op zijn Grunbergs. Mooie uitgave,vind ik eveneens een pluspunt. Content het te hebben gelezen,het blijft nazinderen,wel heftig,zoals je bij het schillen van een appel,eventjes in je vinger snijdt.
Een typische Grunberg. Bij het lezen heb ik meermaals twijfels gehad over de psychische gesteldheid van de auteur. Het verhaal is best krankzinnig. Het gaat over het tragische leven van Geniek Janowski, door iedereen de Pool genoemd. Hij is brandweerman, echtgenoot van Wendela de kleuterjuf, vader van twee, later van één. De stijl is kil. De in leven gebleven zoon wordt steevast 'de overgebleven jongen' genoemd. De Pool probeert uit alle macht een goede man, vader, echtgenoot, minnaar, brandweerman, gelovige, ponyverzorger, etc. te zijn, maar zijn onmacht spat van de bladzijden af. "Voor hem (i.e. de Pool) was bidden een hobby van mensen van vroeger, toen er nog geen smartphones waren."
Als je van Grunberg en zijn bizarre, zelfs ranzige stijl houdt: een aanrader; als je door bovenstaande afgeschrikt wordt: zeker laten liggen!
if Moedervlekken was grunbergs suicide note, Goede mannen is his actual suicide; thematically and literally. redoing De joodse messias but better, smarter. having the absurd be a tame reaction to a brutal suicide by train instead of a failed circumcision is somehow more real. more painful. the grunbergisms have not changed a bit; making the 500 pages a bit of a drag to plough trough. would still consider this to be one of his best novels. maybe even better than Huid en Haar. onto the next, only two more to go....
Hij begon het te begrijpen, je krabde je jongen van de rails en dan kwamen de mensen met tiramisu lang.
Ze zou het vast begrijpen. Als hij de juiste woorden kon vinden, het juiste moment.
Ik hou altijd erg van Grunberg en dit boek heeft me niet teleurgesteld. Het is het verhaal van een man die - op het moment dat er iets ergs gebeurt - zijn hele leven uit zijn handen ziet glippen. Op verschillende manieren probeert hij weer houvast te krijgen, maar hij krijgt het niet voor elkaar. Zelfs in zijn zoektocht naar een nieuwe vrouw, komt hij steeds zichzelf in al zijn onoverkomelijkheden tegen. Het boek is deprimerend, maar ik kan het maar moeilijk wegleggen - ik heb er soms doorheen geracet, simpelweg omdat ik nog meer wilde weten van De Pool.
Geen aanrader voor Grunberghaters, die zullen het wel 'meer van hetzelfde' en 'eindeloos' vinden, ik ben er weer gek van <3.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Mijn tweede Grunberg en ik herken veel van Tirza in dit boek. Maar ‘s mans schrijfstijl blijft je pagina’s laten omdraaien. Een diepere inkijk in Het Slechte Der Mens zal je niet krijgen. Er schuilt een mooie boodschap in het boek... wie niet goed zorg draagt voor zichzelf legt de basis voor de ondergang voor zichzelf en anderen. En hoe donker ook, toch bekoort de virtuositeit van Grunberg in het schetsen van zijn personages, en zijn zwarte humor is bij momenten geniaal. Ik denk soms: hoe donker is het leven van Grunberg zelf? Maar écht raken doet het boek niet omdat de levensloop van elk van de personages zo van de pot gerukt is.