1934. Lies, een gewone jonge vrouw, treedt binnen in een nieuwe wereld als ze gaat werken voor een gefortuneerde Joodse familie. Ze beleeft enkele gelukkige jaren, zeker nadat zij en Daniel, de zoon des huizes, verliefd op elkaar worden. Daniel wordt tijdens zijn studie communist, ziet af van zijn vaders kapitaal en wordt redacteur van De Tribune. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt zijn Daniel en Lies inmiddels getrouwd en wonen met hun eerste kind in Haarlem. Lies is zwanger van hun tweede kind als Daniel wordt opgepakt wegens verzetsdaden. Ze duikt onder, maar naarmate de jaren verstrijken en de oorlog allang tot een einde is gekomen, komt ze terecht in een steeds groter isolement. Haar eenzaamheid en verbittering brengen haar uiteindelijk tot een onvergeeflijke daad.
Begint als een mooi verhaal. Gaandeweg kreeg ik een steeds grotere hekel aan de hoofdrolspeelster en ben de rest van het boek blijven hopen dat ze zou veranderen. Enorm knap geschreven.
Het boek heb ik met gevoelens van afschuw en verbijstering gelezen. Het is zeker geen boek om te lezen voor het slapen gaan, tenzij je van nare dromen houdt. Het verhaal begint kabbelend, rustgevend en vrolijk, zoals een meisjesroman uit mijn jonge jaren. Langzamerhand wordt de sfeer grimmiger en het enige meisjesachtige dat overblijft lijkt het onvermogen van Lies, de hoofdpersoon, om haar leven weer echt vorm te geven. Met samengeknepen billen, hier en daar rillend van afschuw lees je haar verhaal. Pas aan het einde van haar leven komt ze tot inzicht en zou ze een nieuwe start kunnen maken. Naast het verhaal over Lies, over haar onverwerkte trauma’s en de invloed hiervan op haar gezin, lees je over de geschiedenis van de communistische partij in Nederland. Ook geen fraaie historie, maar mooi in verhalende vorm weergegeven in deze roman.