Een bundel van interviews met hedendaagse filosofen. ik had er eerlijk gezegd meer van verwacht.
In de inleiding schrijft Van Rootselaar dat het twijfelen aan de wereld potsierlijk kan worden en hij gebruikt het beeld van de filosoof die naar de sterren kijkt en daarbij in een kuil loopt. Tijdens het lezen van het boek kwam dit beeld meerdere keren bij mij terug. De gesprekken hebben soms wat potsierlijks. Helemaal wanneer de interviews plaatsvinden op mooie terrassen, in luxe woningen of op de achterbank van een auto met chauffeur.
De meeste interviews beklijven bij mij niet. Interessant vond ik die met Terry Eagleton, Michel Puett en Tu Weiming.
Terry Eagleton vergelijkt een zinvol leven met een jazzband. Ieder individu neemt ruimte in om te improviseren en geeft tegelijkertijd ruimte aan de ander om zich uit te drukken. Samen kan je elkaar tot grote hoogte brengen.
Michel Puett en Tu Weiming zijn gespecialiseerd in Chinese Filosofie. Volgens Puett is er in de mens geen waar zelf maar zijn we 'messy selves'. Slordige schepselen. We hoeven dus niet diep in onszelf te zoeken naar wie we werkelijk zijn. In plaats daarvan moeten we ons af en toe losmaken van onze vaste patronen en 'iemand anders worden'. Op die manier komen we tot groei. Paradoxaal genoeg kunnen rituelen daarbij helpen. Als voorbeeld noemt Puett het standaard gesprek wat je hebt met een kennis op straat. 'Hoi, hoe gaat het? Goed, met jou?'. Op een dag waarop je je niet zo goed voelt, kan een dergelijk gesprekje, juist maken dat je je beter voelt. Door het ritueel van het standaard gesprek, word je even iemand anders en kom je van je eigen gedachten los.