Het is tegenwoordig niet zo eenvoudig om - behalve in de bib - een boek van Updike in Nederlandse vertaling op de kop te tikken. En toch wou ik deze schrijver leren kennen, die al te vaak in één adem wordt vernoemd met mijn andere favoriete Amerikaanse verhalenvertellers Raymond Carver en John Cheever.
Ik besloot met de recent heruitgegeven ‘Je minnaar belde net’ (Too far to go) te beginnen.
Geen roman is dit, maar een bundel zeer samenhangende verhalen geschreven tussen 1956 en 1994 - waarvan het merendeel toch in de jaren ‘60 en ‘70 werden neergepend, resp. in The New Yorker gepubliceerd.
Als een hedendaagse Tsjechov fileert Updike de hoofdpersonages Richard en Joan Mapple, echtgenoten en later uit de echt gescheiden geliefden. Scènes uit een huwelijksleven, had dit boek ook kunnen heten. Theatraal en dramatisch: soms; fijn, gestileerd en grappig: meestal. Intelligent: altijd!
Het was een fijne kennismaking - maar dit boek is geen roman. Mede door het feit dat de verhalen in andere jaren werden geschreven en de levensechte beschrijvingen uit de jaren ‘60 van de vorige eeuw ondertussen ook al verre historie zijn, moest ik vaak aan het recente Kruispunt van Franzen denken. Ook daar spelen de geliefden met veel verbaal theater zich in eenzelfde tijdsgewricht kwijt, ook daar zien we veel kinderen en veel goede bedoelingen, ook daar zien we een falen van twee hoofdpersonages. Maar bij Franzen lezen we een roman terwijl we hier afzonderlijke verhalen hebben. Lees: je legt het boek al eens gemakkelijk uit handen wanneer een verhaal uit is om dan ondertussen iets anders te lezen en dan weer later opnieuw een verhaal op te pikken.
Uit het verhaal ‘Loodgieterswerk’ uit deze bundel, waarin Joan Mapple over haar loodgieter vertelt: “Hij kent mijn sanitair; ik ben er alleen maar de bezitter van. Hij heeft er onder vele eigenaars aan gewerkt. We denken dat we zijn wat we denken en zien, terwijl we in werkelijkheid rechtopstaande zakken vol afval zijn. We denken dat we leefruimte hebben gekocht en een uitzicht, terwijl we in werkelijkheid een doolhof hebben gekocht, een geschiedenis, een archeologie van buizen en T-stukken en stankafsluiters en kleppen. “
Mijn volgende Updike - want die komt er zeker - wordt ‘Trouw met mij’ (Marry me. A romance) een roman uit 1978. Mijn exemplaar heb ik alvast stoffig tweedehands kunnen vinden en de bladzijden van de pocketeditie zien gevaarlijk donkergeel verkleurd aan de randen. Maar hoe gedateerd ook de cover, ware filering van de menselijke psyche dateert nooit. A joy to read, pure joy!