Joseph Boulange heeft werkelijk geleefd (1745 -1799), hij was een bekend violist en componist, zijn vioolconcerten worden nog gespeeld.
In dit boek zijn in grote lijnen de gebeurtenissen rond zijn leven, in choronologische vorm, aangehouden. Het frappante is dat het verhaal rond Joseph zelf bijna een schelmenroman is, Joseph is een gewiekst schermer, daagt uit, heeft een bijzonder liefdesleven, is een gevierd componist en violist, reist veel rond om voor de goede zaak (Abolitionisme) en heeft zijn hart op de juiste plek zitten.
Joseph is een soort Sandokan, de beroemde held uit de boeken van Emilio Salgari. Sandokan vocht ook tegen de kolonisten voor de vrijheid net als Jospeh strijdt voor de vrijheid van de slaven. Hier en daar wordt door Joseph ook soepeltjes iemand omgebracht die het verdiende, geen haan die er naar kraait, en de mooie vrouwen die alles voor hem over hebben zijn er ook. Er is eigenlijk niets fout aan de man als we dit boek mogen geloven.
Natuurlijk moet zijn moeder, die door een man flink lastig gevallen werd, ook gewroken worden en dat gedeelte is redelijk spannend maar wordt eveneens niet goed uitgewerkt waardoor ook dat in een vreemde wending en met een zachte sisser afloopt.
Kortom, het had een mooi verhaal kunnen zijn, maar het is teveel van het goede, het is flink ploeteren om je er doorheen te werken en dat is jammer van het ongetwijfeld vele voorwerk dat Jan Jacobs Mulder voor deze roman heeft moeten verrichten.