Er zijn boeken die je het liefst al in handen gehad zou hebben tijdens je lerarenopleiding. 'Handboek leren: leren voor het voortgezet onderwijs' is er zo een. Theorie wordt afgewisseld met concrete handvatten en bruikbare bijlagen.
Wat is leren eigenlijk? Verstraete en Nijman beschrijven het niet als het vergaren van veel kennis, maar als een reeks ervaringen die prikkelen en uitnodigen tot begrijpen en verder onderzoeken. Die ervaringen vormen kennishaakjes, die steeds steviger worden. Maar denken is de basis, daarom is het belangrijk dit te stimuleren. Het boek stelt vijf leerprincipes centraal: zelfregulatie, metacognitie, leerstrategieën, leermeesters en een rijke leeromgeving. Deze vormen de basis voor een leergerichte houding bij leerlingen en hangen nauw met elkaar samen.
Zelfregulatie krijgt veel aandacht. De auteurs geven concrete tips om leerlingen zelfstandig en doeltreffend hun eigen handelen te laten sturen in een steeds veranderende omgeving. Belangrijk hierbij zijn bijvoorbeeld omgaan met emoties of een efficiënte planning maken. De bijlagen bevatten een inspiratieblad om dit soort executieve functies te versterken. Een leerling die bijvoorbeeld moeite heeft om zich te concentreren wordt geadviseerd om te werken met begin- en eindtijden voor een taak. Verstraete en Nijman delen meer praktische tips en inzichten: laat leerlingen bijvoorbeeld allemaal hun vingers opsteken als je een vraag stelt, want zo stimuleer je iedereen tot nadenken in plaats van alleen de leerling die de vraag krijgt.
Metacognitie houdt in dat leerlingen leren hun eigen denkproces te begrijpen en bij te sturen. Door in de les zelf hardop na te denken, en dat ook van leerlingen te vragen, maak je het denkproces tastbaar. Met een reflectiekaart kun je ze helpen om na te denken over hoe zij een taak aangepakt hebben, wat er goed en minder goed ging.
De auteurs bespreken ook effectieve leerstrategieën, waarmee leerlingen hun prestaties kunnen verbeteren: jezelf overhoren, gespreid oefenen, uitgebreid doorvragen, uitleggen aan jezelf en switchen tussen diverse manieren van leren noemen zij de vijf beste. Deze grijpen terug op de eerdere leerprincipes: zelfregulatie en metacognitie zijn immers belangrijke voorwaarden om leerstrategieën succesvol in te zetten.
Tijdens het leren komt de leerling in contact met leermeesters: mensen in de omgeving met wie en van wie de leerling leert, zoals docenten, ouders en professionals, en andere leerlingen. Zij beïnvloeden de ontwikkeling van de leerling door hem te inspireren, prikkelen en motiveren. Leerlingen leren het best in een rijke leeromgeving, zowel op school als thuis, met veiligheid, verbinding, tijd en ruimte. Dit hoofdstuk wordt een stuk minder uitgebreid uitgewerkt dan de andere, maar zet je wel aan het denken. Hoe ga je als school bijvoorbeeld om met huiswerkbelasting?
'Handboek leren' maakt een mooie combinatie van wat we weten uit onderzoek en hoe je dit kunt toepassen in de klas. Een aanrader voor startende docenten, en voor iedereen die kritisch nadenkt over zijn eigen onderwijspraktijk.
Dit boek geeft een zeer breed perspectief op zelfregulatie, metacognitie, en leerstrategieën. Praktisch alle elementen worden wel ergens besproken in het boek en het moet ook echt als een naslagwerk worden gezien. Echter, er zitten in de bijlagen ook veel lijstjes die je met leerlingen kunt doornemen. Wil je echt met leerlingen aan de slag, dan heb je het "Werkboek Leren Leren - Mentorlessen" nodig dat naast dit handboek is uitgegeven. Het Handboek is een sterk beginpunt voor iedereen die aan de slag wil met zelfregulatie.
Er zitten echter wel een aantal problemen in dit boek. Zo wordt flipping the classroom nog geadviseerd, terwijl dat zijn beste tijd wel heeft gehad (en versterkt ook de huiswerkdruk waar elders in het boek voor wordt gewaarschuwd). De auteurs beweren dat jongeren 'digital natives' zijn, terwijl het nu wel duidelijk is dat dit niet het geval is. Leerstijlen worden subtiel erbij gehaald, terwijl die achterhaald zijn. De 21e eeuwse vaardigheden worden geprezen: kennis is onderhevig aan constante verandering, terwijl elders in het boek het belang van kennis wordt onderstreept. Er moet meer gedifferentieerd worden om leerlingen optimale kansen te bieden en de reden dat het nog niet echt van de grond is gekomen komt waarschijnlijk omdat docenten er nog niet bekwaam genoeg in zijn. Leerpleinen worden gezien als een mooi middel en het Zweedse kunskapsskolan schooltype wordt gezien als een waardevol onderwijsconcept, terwijl nu wel duidelijk is dat dat type onderwijs echt niet levert wat het belooft.
En dat is misschien wel het nadeel van het geven van een breed perspectief: er wordt van alles bijgehaald maar er mist een goede samenhang. De auteurs lijken een groot voorstander van constructivisme maar bespreken vooral traditioneel onderwijs. Het lijkt wel alsof er vinkjes gezet zijn zonder een duidelijke visie over onderwijs te geven. Het gaat allerlei kanten op. Als het doel een het geven van een overzicht was, hadden ze wel iets terughoudender kunnen zijn over bepaalde onderwijsconcepten en zich meer moeten richten op de leerling en de ondersteuning vanuit het onderwijs. Zeker met een herduk in 2022 had er meer voortschrijdend inzicht gemogen.
Toch denk ik dat het boek als geheel een zeer waardevol naslagwerk is op ieders onderwijsboekenplank.