Met enige onderbrekingen – een jeugd in Haarlem, en verblijven in Moskou, Berlijn, Den Haag en Washington – vertoeft Sylvia Witteman al haar leven lang te Amsterdam. Een belangrijk deel van de tijd banjert ze over straat en tekent ze op wat ze ziet: een poedersuikerdebat bij de oliebollenkraam, het horecaleed van twee argeloze chique oude Franse meisjes die denken dat je in Amsterdam zomaar iets kunt bestellen op een terras, en de doorlopende theatervoorstelling die het openbaar vervoer is, vol verdwaalde toeristen op zoek naar een plein (is het Leidseplein wel een plein?) en goedgebekte locals. Dit alles gelardeerd met de mooiste beschrijvingen van weersomstandigheden ("Het was een mooie, gouden nazomerdag, zo'n dag waarop je uit louter onverhoedse levensvreugd bloemen koopt terwijl je thuis nog bloemen hebt stáán') en hedendaagse architectuur ("Van buiten is het nieuwe Stedelijk Museum een monsterlijk stuk Gamma-sanitair, maar, zoals dat ook voor mensen schijnt te gelden: de ware schoonheid zit vanbinnen').
Sylvia Witteman schrijft vlotte columns, je leest ze binnen vijf minuten, maar ze blijven wel hangen en geven stof tot nadenken. De situaties zijn herkenbaar, soms grappig en soms peinzend. Ze beschrijft een levendig Amsterdams leven en je ziet alles voor je. Het is heerlijk om samen met haar rond te dwalen door de bekende straten van de stad.
Ik had al een vermoeden dat dit niet nieuw werk zou zijn, maar gewoon al haar columns over Amsterdam bij elkaar gebundeld. Ik heb toch, ondanks dat ik toch het merendeel van haar werk heb gelezen, wat nieuwere/niet zo bekende gelezen. Al deze stukjes gaan over Amsterdam. Van het Leidsteplein (wat niet echt een plein te noemen is) tot herinneringen aan waar ze heeft gewoond tot het Anne Frank Huis (waar ik, net als zij, nooit in ben geweest door de rijen en rijen toeristen). Een heerlijk boek om te lezen en om te hebben. Hopelijk komt er snel ook weer een nieuwe column bundel uit. :)
Ze observeert best raak en al is het hier en daar enigszins overdreven of op de spitst gevoerd, ze kan schrijven. Al met al een heerlijk avondje 'amsterdamse stukkies'gelezen.
In het begin ergerde ik me een beetje aan het licht zelfgenoegzame toontje van dit (luister)boek, maar dat trok gelukkig bij. Dat kan aan mij liggen, of aan Witteman, die dan wat minder de wat-ben-ik-een-malle-en-toch-gewone-vrouw-en-moeder speelt. Ze kleurt de gebeurtenissen soms wat mooier in dan nodig en ze spelen bijna allemaal in de binnenstad van Amsterdam. Carmiggelt is haar grote voorbeeld. Witteman komt alleen wat minder vaak in de kroeg. In plaats daarvan gaat ze naar de FEBO, de Albert Cuyp of de supermarkt.
"Er passeren twee vrouwen, opgedirkte slagschepen van een jaar of dertig, met harde oostblokkoppen."
"Dan kon ik meteen de dief in elkaar slaan, ik bedoel, de dief uitleggen dat je zoiet niet doét, kinderfietsjes stelen, omdat die kinderen in kwestie daar alleen maar rechtse ideeën over mijn en dijn van krijgen."
"Die halferotische jongemeisjesverering van paarden is aan mij voorbij gegaan, maar lief vind ik ze wel."
In één ruk uitgelezen. Sylvia Witteman heeft een hele prettige schrijfstijl. Ik leef echt voor dit soort dikke, gelaagde beschrijvingen. - 1 ster voor het feit dat er soms wat neerdumkend wordt gedaan over niet-Amsterdammers. Sure, de sprinter tussen Haarlem en Amsterdam stopt op kleine stationnetjes maar er stappen wel degelijk mensen in en uit - hoe kom je anders in het centrum van Amsterdam, toch? Het zegt misschien meer over mijn eigen gevoeligheden dan wat anders maar het was toch het vermelden waard.