Een reisverhaal doorheen België in 1828 geschreven door de moeder van de bekende filosoof Arthur Schopenhauer. Samen met haar dochter Adele reist ze met koetsen en barges via vele hotels en herbergen van de ene stad naar de volgende. Hetgeen mij bijzonder heeft getroffen in dit boek is de sociale geschiedenis van toen: de kledij, de winkels, de tuinen, de feesten, de overige reizigers,... De uitvoerige beschrijvingen van de grote aantallen kunstschatten in kerken en musea die ze bezochten vond ik een beetje storend. Afbeeldingen van die werken zouden niet misplaatst staan in dit boek met overigens zeer mooie prenten uit die tijd.