Sinds de Fortuyn-revolte van 2002 staart de babbelende kaste zich blind op identiteitspolitiek. Talkshows, praatprogramma's, nieuwsrubrieken, kranten, tijdschriften: het gaat al vijftien jaar lang over de islamisering van Nederland, hoofddoekjes, dubbele nationaliteiten, genderneutrale rompertjes, de onverenigbaarheid van de islam met "onze" waarden, en de vraag wie wij zijn. In dit boek betoogt Ewald Engelen dat daardoor de echte oorzaken van het electorale ongenoegen onbenoemd blijven: torenhoge woonlasten, slecht onderwijs, stagnerende inkomens, toenemende ongelijkheden, afnemende biodiversiteit, zorgen om de levenskansen van kinderen en kleinkinderen, en een elite die weliswaar doet alsof ze er voor de gewone Nederlander is, maar er tegelijkertijd diep op neerkijkt. Engelen pleit voor eerherstel van de aloude klassenstrijd om de groeiende kloof tussen burger en elite te overbruggen en Nederland een links-populistische toekomst in te voeren. Ewald Engelen is hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam. De 'hard hitting, fast running' (aldus zijn Twitter-account) professor schrijft columns voor De Groene Amsterdammer en Het Parool en is vaste gast en commentator bij Buitenhof, Pauw & Witteman en BNR nieuwsradio. Voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2017 was Engelen lijstduwer voor de Partij voor de Dieren. Engelen schreef verschillende boeken, onder andere: De schaduwelite voor en na de crisis en De kanarie in de kolenmijn (met Marianne Thieme). Bij leesmagazijn verscheen eerder Europese Mythes.
Een samenstelling van artikelen van Ewald Engelen waarin hij in een nogal bozige toon vertelt dat de politieke, maartschappelijke en economische problemen van deze tijd worden veroorzaakt door burgers en beleidsmakers die linksig praten maar ondertussen rechtsig doen. Al doende zorgen zij ervoor dat vooral zijzelf toegang krijgen (en hun naasten) tot alle voorzieningen en laten zich in toenemende mate neerbuigend uit over degenen die die voorzieningen (en bijhorende 'meningen') niet meester weten te maken. Ziedaar de academische klasse met hun genuanceerde meningen, verantwoorde en ecologisch bewuste levensstijl, 'geemancipeerde' werkhouding, gericht op diversiteit (maar zonder eigen verantwoordelijkheid), die zichzelf distantieert van de, in hun ogen, domme klasse die xenofoob is (werkelijke integratie, leven en wonen in gemengde groepen is hun lot), ongezond leeft (omdat ze in die economische wurggreep gehouden worden), en onverantwoord leeft (niet volgens de normen van de academische klasse). Een fijne catharsis met heerlijke leestips (Dougnut Economics, What's the matter with Kansas). Wat me wat tegenvalt is het overmatig academische taalgebruik. Het is duidelijk dat Engelen zijn pijlen heeft gericht op de academische klasse en die wil aanvallen, maar het zou mooi zijn als hij dat ook minder onomwonden zou kunnen doen zodat het wat breder gedragen en gedeeld zou kunnen worden. Het lijkt alsof hij nu voor mensen schrijft die zich verheven voelen onder de academische klasse; elite onder de eliten. Ook is het jammer dat de toon zo bozig is en daarmee hij de nuchtere argumenten niet haar werk alleen denkt te kunnen laten doen.
Ik sluit me aan bij wat er in andermans recensies over dit boekje wordt opgemerkt. Ik was het afwisselend heel erg eens en heel erg oneens met wat Engelen beweert maar prikkelend was het altijd (behalve in de stukken die letterlijk het artikel ervoor nog een keer herkauwden en dus niets toevoegden aan deze bundel; daar had geschrapt mogen worden).
Wat me wel opviel is dat Engelen vaker voorbeelden noemt als bevestiging van zijn gelijk, die feitelijk niet kloppen. In ieder geval niet volgens de boeken en kranten die ik lees. Hij beweert bijvoorbeeld dat het Amerikaanse immigratiebeleid erop gericht is om zoveel mogelijk verschillende soorten mensen binnen te halen. Ik weet niet aan welk tijdperk hij refereert want dat zegt hij er niet bij (en die bronvermelding mis ik dus op heel wat plekken) maar de Amerikaanse immigratiegeschiedenis was er naar mijn weten toch echt op gericht om juist iedereen die geen WASP was te weren. Het was een expliciet racistisch gebeuren. De Emergency Immigration Restriction Act van 1921 en de Immigration Act van 1924 waren erop gericht om Italianen en Oost-Europeanen te weren. En er werd vastgehouden aan de met die wetten ingestelde quota toen Europese joden probeerden te vluchten voor de Nazi's. Otto Frank en zijn familie kregen bijvoorbeeld geen toegang tot de V.S. dankzij die wetten. Om de impact en nasleep van die immigratiewetten maar even te benoemen. (Zie Imbeciles van Adam Cohen.)
Daarnaast haalt hij het Labour van Jeremy Corbyn aan als voorbeeld van een arbeiderspartij die de binding met de achterban niet heeft verloren. Daar verschillen de meningen dan op zijn minst over; Britse kranten schrijven juist hoe -precies volgens de stelling van Engelen- de Labour partij onder Corbyn ook is overgenomen door hoogopgeleide types die zich niet buiten hun eigen bubbel begeven (waaronder Corbyns zoon). En Engelen noemt de Amerikaanse Tea Party een plotseling c.q. spontaan opgekomen beweging. Daar valt wel wat op af te dingen. Zie bijvoorbeeld Dark Money van Jane Mayer.
Zoals het een goede polemiek betaamt speelt Ewald Engelen een duidelijk standpunt uit: het gaat in linkse politiek-maatschappelijke kringen te veel over identiteit en te weinig over klasse. Oftewel teveel over homorechten en racisme ten koste van loonstagnatie en arbeidsmarktonzekerheid. Met deze stelling wakkert Ewald een terecht debat aan. De aanval op de geloofwaardigheid en de hoogmoed van de sociaal-democratie als het op deze thema's neerkomt, is juist. Ja, progressieven doen er goed aan te investeren in een diepgaander begrip van kapitalisme en zijn uitwassen. Ja, progressieven doen er goed aan uit hun hoogopgeleide, middenklassebubbel te stappen. Of het ten koste moet gaan van de debatten die gevoerd worden over gendergelijkheid, over discriminatie... de schrijver heeft me niet weten overtuigen.
Helaas valt Ewald snel in herhaling. De bundel mag dan wel goed ineen zitten, de columns die hierin verzameld zijn lijken te veel op elkaar en hameren steeds weer op hetzelfde uitgangspunt zonder hierbij blijvend innovatief te argumenteren. Dit is jammer, aangezien het thema zeker die aandacht verdient. Het interessantste deel van het boekje zijn de drie interviews aan het einde, met o.a. Kate Raworth en Joan Williams. Deze personen tonen naadloos met nieuwe argumenten aan waarom Ewalds uitgangspunt zin heeft. De thema's klasse en identiteit gaan hand in hand, en elke vorm van disbalans of uiteen halen van die twee, is misschien interessant vanuit deconstructivisme, maar niet vanuit het zoeken naar oplossingen voor de maatschappelijke problemen.Het socio-culturele en het socio-economische gaan hand in hand.
Het idee is goed, de stelling lijkt me correct (klasse en niet identiteit) maar de teksten missen argumentatiekracht. Dat komt ervan als je stukken bundelt die eerder in een weekblad (dus journalistiek) verschenen. Nuttig boekje voor wie een discussie alvast wil voorbereiden. Debatvoer, en dat mag. Engelen matigt zich niet aan meer te zijn dan een goed geïnformeerde witte westerse hetero man met middenklasse problemen. Waarvan het grootste is: hoe kan ik als middenklasse man geldig spreken over lagere klasse-vrouwen en mannen. Verduveld moeilijk om dat aan je kastegenoten diets te maken. Mag een halve ster meer hebben: 7 op 10.