Deel zeven uit de populaire 'Hoe overleef ik…' serie. Rosa is weer samen met haar vriendje Neuz. Haar moeder is depressief na het overlijden van haar vriend en Rosa moet daarom voor haar broertje Appie en het huishouden zorgen. Dan krijgt Rosa's moeder een baan in Amsterdam en moeten ze verhuizen. Rosa heeft daar veel moeite mee maar uiteindelijk komt het gelukkig allemaal goed.
De functie van humor in dit boek is hoofdzakelijk het verlichten van problemen. De situatie van Rosa is heel heftig maar de humor in dit boek relativeert de gebeurtenissen. Het leert jongeren wellicht om zelf ook op een luchtige manier met hun 'puberproblemen' om te gaan. (LB 116-117) Daarnaast is een functie van de humor in dit boek het ontladen van spanning. Rosa maakt dezelfde gênante situaties mee als alle meisjes van haar leeftijd. Door het met humor te benaderen worden die ongemakkelijke dingen in het leven ook weer wat minder erg. (LB 113-114)
Op mij had de humor niet het effect dat ik erom moest lachen. Ik denk ook niet dat dat de bedoeling is bij de doelgroep. De humor zorgt er meer voor dat het plezierig is om te lezen. Rosa is een meisje tegen wie de lezers opkijken, met name omdat ze grappig is: ze schrijft en zegt dingen met de nodige humor. Dit heeft ook met de functie van de humor in dit boek te maken; de problemen zijn nooit te groot om er een goeie grap over te kunnen maken. En als Rosa erom kan lachen, "moet ik dat ook kunnen!" denkt de lezer.
In dit boek is met name sprake van taalhumor. Rosa en haar vrienden zijn erg gevat, zo kunnen ze erg ongerijmd uit de hoek komen: "Geen Appie. 'In de badkamer is hij ook niet,' zegt Esther. (…) 'Kan hij zelf de deur openmaken?' (…) 'Nee, niet dat ik weet… O nee, Ez!' 'Nou, hij is in ieder geval niet naar beneden gevallen, anders hadden we hem wel zien liggen.'" (H 71)
Een ander voorbeeld van taalhumor, in de vorm van taboedoorbreking, is het 'poepgedicht' op bladzijde 13/14:
Appie schijt zijn luiers vol
Hoogstwaarschijnlijk voor de lol
Want op de plee gaan is niet cool
Poep in je broek is een fijn gevoel
Lekker klef en heerlijk warm
Leve Appies dikke darm!
Ook overdrijvende taalhumor in de vorm van hyperbolen komen meerdere keren voor in dit boek. Zoals wanneer Rosa haar nieuwe huis omschrijft aan haar vrienden: "Het is niet eens Amsterdam, het is de Bijlmermeer, een of andere stomme buitenwijk. Als je het gebouw binnenkomt, stinkt het naar pis en overal ligt rotzooi. (…) De lift stinkt zo dat je je adem in moet houden als je erin staat, anders val je flauw. (…) Ik heb helemaal blaren op mijn handen van het schrobben van deze stinkflat." (H 67-68)
Dit boek spreekt met name meisjes aan. Ondanks dat meisjes van twaalf nu geen idee hebben wat MSN is, blijft het een aantrekkelijk boek om te lezen. De problemen zijn tijdloos en herkenbaar, en doordat ze worden gerelativeerd met humor, maakt het hun eigen problemen ook wat minder erg. De 'survivaltips' bieden meisjes houvast in het omgaan met hun alledaagse puberproblemen. Veel meisjes zullen er, naast het plezier van lezen, ook echt wat aan hebben in hun eigen leven.