Voor Dore van Duivenbode is dat anders. Vanaf haar prille jeugd brengt ze met haar uit Auschwitz (O´swiec¸im) naar Rotterdam geëmigreerde moeder de vakanties door in hun Poolse familiehuis. Pas later wordt Dore zich bewust van de gruwelijke geschiedenis die aan de plaats kleeft. Wanneer haar moeder overlijdt, moet Dore het verkommerde familiehuis verkopen en zich losmaken van wat haar aan Polen bindt. Voordat ze definitief afscheid neemt, doet ze wat ze al heel lang van plan was: de bewoners van Auschwitz vragen hoe ze leven met het beladen verleden. Dore van Duivenbode tekent bijzondere, openhartige en verrassende verhalen op die niet eerder verteld zijn. Inclusief het verhaal van haar moeder, haar grootmoeder en dat van haarzelf.
Een zeer knap boek, waarin Dore (ik mag Dore zeggen, we kennen elkaar) een heel mooi portret geeft van Zuid-Polen. Ik ben daar een keer of vijf geweest (inclusief bezoek aan Auschwitz), en herken op een prettige manier veel van wat zij schrijft over de natuur, de mensen, het eten, en natuurlijk de vreemde clash of civilisations in Auschwitz-dorp en Auschwitz-kamp.
Wat ik het mooist vind, is het tweede deel van het boek (niet dat er echt twee delen zijn, maar er lijkt een soort kentering plaats te vinden in waar de focus op ligt), waarin Dore vooral inzoomt op geheugen, bewaren, niet los willen laten, verlies, rouw, familie en het leven. Ze lijkt dan op haar best en het meest in staat om echt mooie, rakende dingen te zeggen. Dat doet ze inclusief prachtige observaties, zoals deze:
"De tijd die ooit was, komt niet terug. Ik weet dat, maar definitief loslaten is een tweede. Als een postpakket zou ik de tijd willen inpakken en hem in een brievenbus doen zonder adres. Al blijft hij eeuwig onderweg, ik weet niet waarnaartoe, dan is hij in elk geval in beweging."
Minder sterk vind ik het eerste deel, waarin het vooral lijkt alsof ze een heel lang, essayistisch journalistiek artikel schrijft over de geest en het karakter van Auschwitz. Voor mij is dat niet zo boeiend, daar kijk ik liever docu's voor. Ook haar wel erg harde, fysieke omschrijvingen van de wereld (samenvatting: lichamelijk verval, alles is lelijk) zijn niet voor mij bedoeld. Bovendien word ik op een gegeven moment de metaforen moe, die soms een tikkie literair-gekunsteld erbij gehaald zijn.
(en, mompelt de eindredacteur in mij, soms kloppen zinnen niet 100%, of zijn ze in ieder geval onnodig ambigu)
Van mij mag Dore véél meer over het abstracte, mentale leven schrijven. Mij maakt het niet uit welke stad of oorlogstrauma ze daarvoor als vehikel neemt.
Ontzettend mooi geschreven. Het is in eerste instantie een wat impressionistische familiegeschiedenis, met een heel emotioneel einde, maar - zonder zicht op de context te verliezen - analyseert de schrijfster ook haar eigen identiteit en banden met het land van haar moeder. Het boek is tevens een boeiend relaas over relaties tussen drie generaties vrouwen.
Tijdens het Rotterdamse boekenbal leest Van Duivenbode voor uit haar boek en ik ben meteen geïnteresseerd. Ik koop het en laat het signeren. Door mijn vakantie begin ik er pas in mei aan. Lezend hoor ik Van Duivenbode haar boek voorlezen. Ik kan er niks aan doen, maar tijdens het lezen hoor ik niet alleen de stem van Dore, maar ook die van Marjolijn van Heemstra. Vorig jaar las ik haar boek dat ook haar familiegeschiedenis beschrijft. Beide schrijvers beschrijven een bijzonder verhaal uit het verleden van hun familie. Bij Marjolijn is een familielid oorlogsheld- of misdadiger. Bij Dore zijn haar familieleden vooral passief bezig de oorlog aan het vergeten. De twee schrijvers heb ik allebei live horen voorlezen. Ze zijn allebei slimme vrouwen met eenzelfde dictie. Marjolijn is theatermaakster, Dore is journalist. Marjolijn wordt in haar boek ‘En we noemen hem’ geplaagd door muggen; Dore komt maar niet af van een familie marters die zich in haar Poolse huis verschuilen. Waar Marjolijn vooral feiten doordrenkt met fictie en haar verzonnen details later in het boek als een verhaal in een verhaal uit de doeken doet, schrijft Dore heel clean. Ze somt de feiten op, maar blijft naar mijn idee soms niet lang genoeg bij een situatie hangen. Hierdoor komt het verhaal minder goed binnen. Dore lijkt zo veel te willen vertellen, dat ze soms ook te veel opschrijft. Ze is een journalist en schetst de beelden, maar laat mij als lezer zelf de kleuren bepalen. Hierdoor is het boek minder toegankelijk. Soms wilde ik dat ze wat meer zou schrijven over haar gevoelens. Het lijkt alsof ze haast heeft. Toch voel ik empathie voor de schrijfster; ze is een doorzetter en wil alles weten. De documentaire over Polen die onlangs te zien was bij de VPRO sluit goed aan bij haar manier van schrijven: puur, rauw en niet verdoezelend. Het is zoals het is. De lezer mag zelf bepalen wat hij ervan vindt. Ik vind het mooi en lief.
Toen we in Polen waren om onze reisgids over Krakau voor te bereiden, wilde ik behalve het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau ook het plaatsje Oświęcim bezoeken. (Af en toe roep ik wel eens dat werken op het toeristenbureau van het stadje de meest hopeloze baan is die kunt bedenken. We hebben ze nu ontmoet, en het zijn heel aardige,behulpzame en inderdaad gedreven mensen.) In het café bij de voormalige synagoge hoorde ik dat er een Nederlandse schrijfster geregeld kwam om een boek voor te bereiden. Dat was dus Dore van Duivenbode. Afgelopen jaar verscheen het boek, en na eerst wat te hooi en te gras erin gelezen te hebben besloot ik kort geleden het serieus te gaan lezen. Op de dag dat dat ik me voornam alvast een begin te maken, las ik het meteen in één keer uit. Er zijn al heel veel boeken over slachtoffers en daders van de Tweede Wereldoorlog en boeken die het leed proberen te verwerken, maar dit boek gaat eigenlijk over de 'fall-out' bij degenen die alleen maar indirect ermee te maken krijgen, en helemaal niets willen verwerken. In dit geval zijn dat de bewoners van Oświęcim en de familie van de schrijfster. Het is goed geschreven en, wat me ook beviel, het is op een boeiende manier persoonlijk; de schrijfster hangt niet als een helicopter des oordeels boven het verhaal, maar maakt er organisch deel van uit. Een interessante kennismaking met Polen ook, of je het land nu wel of niet kent.
'Een begraafplaats! Dat is wat ze van Oświęcim willen maken. Dat wij hier moeten leven, vergeet iedereen altijd.' 'Iedereen?' vroeg ik. 'De hele wereld wil van deze stad een openluchtmuseum maken,' probeerde mijn nichtje uit te leggen. (pg. 116)
Ik zag de priemende vinger van mijn moeder en stiefvader, wijzend naar gebouwen die eens barak waren. Zij zagen winkels waar ze tomaten kochten van lokale boeren. Ik zag het vroegere SS-hoofdkwartier, zij zagen een middelbare school. [...] Ik zag de barakken waar het Joods-Poolse meisje vreesde voor haar leven. De vriendinnen zagen mogelijkheden om oude troep neer te halen zodat er ruimte was voor nieuw. Ik zag de dwangarbeid van de krijgsgevangenen, zij zagen woningen die na de oorlog nodig waren. Ik zag concentratiekamppalen, tot aan ons huis aan toe. Zij zagen doodnormale hekken. (pg. 170)
Dore geeft goed weer over hoe er met het verledwn om wordt gegaan binnen Oswiecim en daarbuiten. En hoe dat op diverse manieren met elkaar botst. Buitenstaanders kunnen zich niet bedenken waarom men graag in Oswiecim blijft wonen. Versus de drang van bewoners zelf die hun leven proberen op te pakken ondanks het gruwelijke verleden. Wat soms bizarre taferelen oplevert als het verleden niet in acht wordt genomen. En dat gevoel speelt niet alleen Oswiecim maar ook in de rest van Polen.
In Mijn Poolse huis beschrijft Dore van Duivenbode hoe ze vroeger altijd met haar Poolse moeder op vakantie ging naar haar familie en het familiehuis in Oświęcim, Auschwitz. Het huis dat een kwarteeuw later de enige materiële herinnering aan haat verleden is. Het boek leest op zich snel en makkelijk, maar zet je enorm aan het denken en blijft daarom lang hangen.
Herkenbaar boek waarbij de auteur het huis van haar familie moet verkopen in Oświęcim. Gaat lange tijd niet echt de diepte in, blijft oppervlakkig. Maar tegen het einde aan laat het toch wel de tragiek van de plek zien, maar is meer een familieverhaal dan het verwachte verhaal over leven in Oświęcim.
Ik heb het uitgelezen, maar het was niet my kind of book. Ik dacht meer over de geschiedenis van Auschwitz te lezen te krijgen dan over de familiegeschiedenis van de schrijfster.
Mijn favoriete boek. Een ontroerende observatie van familiedynamieken en cultuurverschillen te midden van een plek wiens naam door de geschiedenis zo verpest is. Er zijn maar weinig boeken die mij zo ontzettend hebben geraakt als deze.