J.M.H. Berckmans is een van de meest oorspronkelijke Nederlandstalige auteurs van de vorige decennia. Tijdens zijn woelige leven werd zijn unieke stem door vele schrijvende collega's bewonderd. Zijn vaak zelfdestructieve gedrag was zowel een hinderpaal als brandstof voor zijn taalmuziek. In 2008 stierf hij op 54-jarige leeftijd, alleen en in miserabele omstandigheden. Vandaag zijn Berckmans' boeken verzamelobjecten en werd hijzelf een legende die lezers blijft fascineren. Op basis van vele ongepubliceerde teksten, brieven en gesprekken met familie, vrienden en collega's reconstrueert biograaf Chris Ceustermans Berckmans' literaire en existentiële zoektocht. Of hoe een teruggetrokken jongen uit een arme arbeidersfamilie en Italiaans handelsagent in goedkope schoenen de virtuoze vuurspuwer met woorden werd.
'Het enige echte schrijven is het noteren van de grafie van Berckmans Jean-Marie', klonk het in 'Het onderzoek begint'. Uitgebreide recensie van de biografie van J.M.H. Berckmans en de bloemlezing verhalen naar aanleiding van zijn tienjarig overlijden: 'De biografie en de bloemlezing vormen — ondanks enkele onmiskenbare minpunten — de solide hoekstenen van een verdiend eerbetoon. De essentie is dat de twee publicaties hun doel niet voorbijschieten, namelijk Berckmans’ literaire nalatenschap levendig houden.' Hier: https://thedreamlifeofbalsosnell.org/... en in een ingekorte versie, hier: http://www.dereactor.org/home/detail/...
Naast het samenstellen van de bundel Verhalen uit de Grauwzone schreef ex-journalist en schrijver Chris Ceustermans ook deze biografie van de Vlaamse auteur J.M.H. Berckmans (1953-2008). Na lezing van dit boek besef je dat Berckmans zijn fans had, maar ook zijn tegenstanders. Wat lees je als Berckmans-beginneling het eerst: zijn eigen schrijverijen of de neerslag van zijn leven zoals het hierin is weergegeven? Zijn biografie geeft namelijk duidelijk weer dat zijn werk niet los te zien is van zijn persoon, en daarom is het aangeraden de biografie eerst ter hand te nemen, zodat de verhalenbundel nadien veel meer betekenis kan krijgen.
Ceustermans is erin geslaagd Berckmans als persoon maar tevens als auteur naar voor te brengen, door enerzijds zoveel mogelijk van zijn leven te onderzoeken via zijn nagelaten brieven en manuscripten, en gesprekken en interviews met zijn vroegere vrienden, familie, ex-vriendinnen, medestanders, en anderzijds citaten weer te geven uit zijn romans en vele kortverhalen. De biografie begint met een anekdote kort voor de dood van Berckmans: op een avond in 2008 zit hij bij Rudy Vanschoonbeek, die hij als nieuwe uitgever zou willen (vlak na de opstart van uitgeverij Vrijdag overigens) met een nieuw manuscript dat hij echter niet zomaar uit handen wil geven. Hij stuurt zijn kompaan en chauffeur erop uit om in Merksem een kopieerzaak te vinden die nog open is, en die laatstgenoemde niet kan vinden. De dag erop krijgt Vanschoonbeek dan eindelijk dit manuscript in handen, waarvan hij heel snel beslist om het uit te geven. Op maandag 1 september wou hij Berckmans hierover contacteren, maar die was de avond ervoor dood in zijn Antwerpse flat gevonden door zijn vrienden, wat ook nog eens leidde tot conflicten tussen de verschillende uitgeverijen onderling.
De auteur neemt ons verder chronologisch mee doorheen het leven van Berckmans, die geboren is in “Het Kamp”, zoals Leopoldsburg, een niet al te kleine gemeente met een militaire basis, door haar inwoners genoemd wordt, en later met zijn familie verhuist naar Antwerpen. Tijdens een aantal succesvolle jaren als schoenenhandelaar woont hij in Italië met de enige vrouw waarmee hij gehuwd is geweest, waarna hij in “Barakstad” en in de “Grauwzone” (Antwerpen) terecht komt.
‘Pafke, het meest complete mafke’, ‘De man van staal’, ‘de nachtburgemeester van Barakstad en de Grauwzone’, het zijn enkele bijnamen die hem werden toegedicht of die Berckmans zichzelf gaf in verschillende fasen van zijn leven. Als jonge knaap al vertelt hij verhalen aan zijn jongere broer Paul. Vanaf zijn 19de steken de psychische problemen bij hem de kop op die hem niet meer zullen verlaten voor de rest van zijn leven, maar die hem ook tot zijn eerste geschreven verhalen zullen leiden. Hij is nochtans een intelligente kerel, afkomstig van een arbeidersgezin die het een aantal jaren goed doet op de universiteit maar de dwang tot schrijven doet hem doorslaan. Zijn manisch-depressieve buien en zijn schizofrene gedachten doen hem de das om, en laten hem de geschiedenis ingaan als een vreemde vogel en mythische figuur, die hij misschien ook niet altijd was.
Café De Raaf, zijn stamcafé gedurende vele jaren, was gelegen in de Brederodestraat waar hij een lange tijd zelf vlak tegenover woonde. In zijn verhalen duiken veelal zijn vrienden en familie op die hij niet al te rooskleurig voorstelt, en die er dikwijls per verrassing achteraf pas achter komen. Ceustermans doorspekt zijn biografie met getuigenissen van deze mensen: collega’s, vrienden uit zijn kindertijd, zijn broer, zijn grote liefde en enige ex-vrouw Lut, die Jean-Marie Berckmans allemaal van hun kant belichten. Berckmans was ook een grote muziekliefhebber. Elk hoofdstuk dat een fase van zijn leven vertelt, wordt afgesloten met een aantal titels van zijn favoriete nummers uit die periode. Op het einde van zijn leven deed hij – weliswaar niet altijd in even frisse staat – mee aan een aantal festivals zoals Saint-Amour en Crossing Border. Dit leidt tot enkele klungelachtige anekdoten uit de coulissen van deze evenementen. Ook aardig om te weten én handig als achtergrond om de huidige recensies te doorgronden van Berckmans’ werk, zijn de namen van de toen reeds schrijvende professionele literatuurrecensenten die nu nog actief zijn, en hoe zij Berckmans bij leven als auteur zagen. De verwondering dan wel kritiek zullen fundamenteel na al die tijd niet gewijzigd zijn.
Naar het einde toe van de biografie valt een en ander samen waardoor er een beter beeld ontstaat van deze buitenstaander in de Nederlandstalige literatuur. Hoewel deze biografie al bij al een doorleefde en lijvige kennismaking met deze auteur is, kan je je echter onmogelijk een volledig doorzicht in het leven en psychische lijden van Berckmans vormen.
Jean-Marie Berckmans is tien jaar geleden op 54-jarige leeftijd van ontbering overleden, en nu publiceert Uitgeverij Vrijdag eindelijk deze dappere biografie. 'Schrijven In De Grauwzone' leest als een trein: Ceustermans schrijft erg vlot en trefzeker. Het boek is bovendien erg goed gedocumenteerd, Ceustermans’ research moet erg veel tijd hebben gekost – hij heeft met tientallen en tientallen mensen gesproken, en Berckmans heeft ook erg veel papieren sporen nagelaten van zijn chaotische bestaan. Daardoor had Ceustermans toegang tot een groot archief van ongepubliceerde teksten en brieven. Hieruit wordt vaak geciteerd, op een manier die erg organisch is, zonder dat het de flow van het lezen stoort. Daardoor overtijgt het boek de loutere biografie: pakweg een 5e van dit boek is immers door JMH zelf geschreven.
Het leven van Berckmans tart elke verbeelding, en deze biografie is zo een van die gevallen waar het cliché dat de realiteit fictie overstijgt ook effectief klopt. Hierdoor leest dit boek ook als een soort picareske roman, en moet het volgens mij ook boeiend zijn voor wie niet vertrouwd is met het werk van de bipolaire schrijver. Aangezien leven en schrijven voor JMH sterk met elkaar verweven zijn, werpt dit boek ook een verhelderend licht op zijn oeuvre. Kenners van zijn verhalen zullen daardoor zeker worden aangezet om Berckmans te herlezen.
'Schrijven in de Grauwzone' is alles wel beschouwd een intriest verhaal: de kroniek van een trage zelfmoord van een manisch-depressief miskend genie met een zware alcoholverslaving. Ik hoop dat dit boek een fatsoenlijke uitgave van Berckmans’ verzameld werk een stap dichterbij kan brengen. 'Verhalen uit de Grauwzone' – de nieuwe bloemlezing die gelijktijdig uitkwam met deze biografie – is al mooi, maar bijlange niet genoeg.
Als dit een fictiewerk was zou het waarschijnlijk tien keer zoveel verkopen en onthaald worden als postmodern meesterwerk. Het leest immers als een trein, en het leven van de beschrevene is zo bizar ellendig - maar dikwijls zo zelfgezocht - dat het soms onweerstaanbaar komisch wordt.
Jammer genoeg is dit een echte biografie. Over een echte persoon. Dat heeft een aantal consequenties.
1. We moeten onder ogen zien dat het onderwerp van het boek echt geleefd heeft, en dat dus alle ellende (en ook de vreugde, maar qua kwantiteit viel dat wat tegen) een bestaande persoon is overkomen. Ellende die je echt niemand toewenst. 2. Telkens ik onbedaarlijk moest lachen bij sequenties waar Jean Marie alles wat hij had opgebouwd (door het schrijven van alweer een briljant boek bijvoorbeeld) quasi moedwillig kapotmaakte, lachte ik natuurlijk met een echte mens, half ziek, half klootzak, maar geheel geniaal (toch zeker wat betreft (de taal in) zijn verhalen). Mensen uitlachen mag niet, maar de situaties - zelfs de meest uitzichtloze -) die hier beschreven worden zijn dikwijls van een zo hopeloos/gevorderd gehalte dat de tranen me over de wangen biggelden van het lachen. 3. Het gaat over een echte schrijver, dus veel exemplaren zullen er niet van verkocht worden.
Uiteindelijk doet dit boek wat enkel de beste biografieën doen: het geeft zin om alle boeken van Berckmans nog eens ter hand te nemen en opnieuw te lezen met de nieuw opgedane contextuele kennis. Dat J.M.H.Berckmans altijd sterk autobiografisch schreef is natuurlijk geen verassing, maar de extra context die in deze fantastische biografie aangereikt wordt, maakt dat zelfs de meest ontoegankelijke boeken van J.M.H. (de laatste 3 of 5, zo u wil) plots binnen bereik van ons begrip komen te liggen.
Lees deze biografie! En als U Berckmans niet kent, lees ze dan als fictie. U zult het zich niet beklagen.
Citaat : Niemand van de mensen uit het verre verleden van de schrijver, had ook maar een seconde nodig om zich Berckmans voor de geest te halen. Iedereen kon over de man vertellen en details oprakelen alfsof het geen decennia, maar hoogstens enkele weken geleden was sinds de laatste keer dat ze hem zagen. Review : Op 31 augustus 2008 overleed de auteur JMH Berckmans (1953) alleen en in miserabele omstandigheden. Hij was een van de meest oorspronkelijke Nederlandstalige auteurs van de vorige decennia. Tijdens zijn woelige leven werd zijn unieke stem door vele schrijvende collega’s bewonderd. Zijn vaak zelfdestructieve gedrag was zowel een hinderpaal als een muze voor zijn apart werk. Chris Ceustermans werkte als journalist bij onder meer De Morgen. Na andere wegen te hebben verkend keerde hij terug naar zijn oude liefde: de literatuur. Maar op Doorbraak pleegt hij nog vaak een stuk, vooral over de multiculturele samenleving. De boekhandelaar was zijn debuutroman waarin hij een rol toe deelde aan J.M.H. Berckmans, die hij omdoopte tot Jean-Marie Hertmans. En nu verscheen zijn ultieme biografie, een portret vol adoratie voor de Vlaamse poète maudit, die volgens hem te weinig aandacht kreeg en krijgt. Uiteindelijk telt Berckmans' wisselvallige oeuvre vijftien titels, met Café De Raaf nog steeds gesloten en Het zomert in Barakstad als cultklassiekers. Jean-Marie Henri Berckmans -JMH Berckmans schreef al sinds de jaren zestig. Zijn pseudoniem verwees naar de Nederlandse schrijver Maarten Biesheuvel. Hij kampte zijn leven lang met een ernstige bipolaire stoornis en verslavingsproblematiek. In de jaren negentig maakte hij kort deel uit van de rocktheatergroep Circus Bulderdrang, samen met onder anderen Vitalski en Manu Bruynseraede. Berckmans korte proza behandelt een thematiek van harde persoonlijke en maatschappelijke strijd aan de onderkant van de samenleving waar hij zelf midden in zat. Zijn stijlmiddelen verwijzen vaak naar muziek, volkstaal en wetenschap. Zijn recentste boek uit 2006, Je kunt geen twintig zijn op suikerheuvel, werd uitgegeven door Manteau. Het stond begin 2007 op de longlist van De Gouden Uil Literatuurprijs. In de jaren negentig genoot Berckmans een reputatie als Vlaamse eenmansavantgarde zoals Frank Hellemans noteerde in zijn Ons Erfdeel-recensie van het boek Na het baden bij Baxter en de ontluizing bij Miss Grace(2000). “Als er in de Vlaamse literatuur een schrijver is geweest die zo ver is gegaan in het verwoorden van zijn eigen gekte, dan is het wel Berckmans”, schreef Hellemans. In 2003 maakte Bart Van der Straeten met ‘Chronisch Kromsky zijn’ in Ons Erfdeel een uitgebreid portret van Berckmans.
Hij was danig onder de indruk van “de beklemmende angst, de wrange razernij en het dolgedraaide defaitisme” van de schrijver, en roemt diens oeuvre. Chris Ceustermans schetst J.M.H. Berckmans als een legende die lezers blijft fascineren. Op basis van veel ongepubliceerde teksten, brieven en gesprekken met familie, vrienden en collega’s reconstrueert hij Berckmans’ literaire en existentiële zoektocht. Berckmans groeide op in een eenvoudig arbeidersgezin, maar kense al vlug een dwarse schrijfobsessie - beinvloed door punk, freejazz en beat poets. Ttussen zijn 19de en 23ste raakte hij in de greep van psychoses en depressies en verbleef in talloze inrichtingen. Na een mislukte zelfmoordpoging en een intermezzo als schoenenverkoper in Italië namen zijn manische demonen hem steeds weer op sleeptouw. Het schrijven, performen, speed én Cara-pils werden zijn toeverlaten. bleven zijn strohalmen. Hij leefde van het OCMW . Zijn ernstige bipolaire stoornis en verslavingsproblematiek zouden hem uiteindelijk fataal worden. Schrijven in de Grauwzone is een eerlijke en mooie biografie die Berckmans zelf had kunnen geschreven hebben.
In een milde bui, zou ik deze slordige biografie met twee sterren beoordelen. Voor zover ik kan nagaan, is er echter nog maar één andere beoordeling: een 'welverdiende drie'. Overdreven score, wat mij betreft. Om het gemiddelde niet op te krikken, houd ik het dus op een zuur verworven één. Zo staan we quitte. Vlot geschreven, dat wel, maar ik verwacht meer van een biografie, veel meer. Zeker als het gaat om een figuur als Berckmans. Dit boek liet me echt op mijn honger. Reeds na vijftig pagina's keek ik uit naar de dood van het lijdend voorwerp. Waarmee misschien alles, zoniet veel is gezegd over de relevantie van de auteur J.M.H. Berckmans, waarvan ik na mijn pubertijd en de daaropvolgende jachtiger jaren niets meer had vernomen, laat staan gelezen.