Een intiem en roerend boek over onvermogen om volledig lief te hebben en om volledig te leven. In een prachtige stijl geschreven.
Onvolledig leven
Enter doet het weer: in zijn feilloze compacte stijl neemt hij je mee in de innerlijke wereld van een middelbare man vol onzekerheid, eenzaamheid en hartstocht. Het is pijnlijk om je in te leven in dit personage dat zo graag als een warm vuur wil branden, en maar niet tot echte ontbranding kan komen. Zoveel opgesloten hartstocht, goedheid jegens zijn partner en tegelijkertijd twijfel over de oprechtheid van zijn gevoelens jegens haar. Waarom blijft hij in deze relatie, die onvolledig blijft? Omdat hij zich door haar meer en meer realiseert hoe eenzaam, onvervuld en op afstand zijn leven eigenlijk is.... Schrijnend. Dit boek gaat helemaal niet over internetdaten, ook al lees je dat wel eens. Het gaat over het dilemma om een onvolledig leven te moeten leven, terwijl je hartstochtelijk naar meer verlangt.
Observaties
Er zitten weer allerlei kleine pareltjes van observaties verstopt in de tekst. Bijvoorbeeld over kunst en kunststromingen; of dat laatste wel kan bestaan, omdat een kunstenaar altijd zijn eigen individuele werk schept en derhalve van stromingen geen sprake kan zijn. Over amateur-muzikanten met de ambitie om singer-songwriter te worden en over internetdaten inderdaad. In een sleutelscene gaat 'hij' in zee zwemmen. Het water is koud, er staan hoge golven. Hij realiseert zich dat hij niets is en dat het niet uitmaakt of hij met de golven mee zwemt of er zich tegen verzet. Op dezelfde manier drijft hij in het leven, doelloos en willoos terwijl de golven van het leven hem brengen waar ze willen; drijfhout. Vooral het besef van zijn onvermogen maakt dit beeld pijnlijk. Tot haar, slaapwandelde hij door het leven; zij opent - onbedoeld - zijn ogen waarna hij zijn leven niet anders meer kan zien dan zoals het echt is: eenzaam, op afstand en onvervuld. Zijn goede gevoel over zijn kabbelende leventje blijkt een illusie geweest te zijn.
Plekken
Opnieuw spelen plekken een bijzondere rol in dit boek van Stephan Enter: Utrecht, Amsterdam - nog specifieker Amsterdam Oost rondom het Javaplein, en Texel. De twee steden staan voor de verschillen en de afstand tussen de twee hoofdpersonen, en Texel juist voor de toenadering tussen de twee, als 'neutraal gemeenschappelijk terrein', de plek waar ze een vergeefs proberen volledig in elkaar op te gaan en waar hij zowel het grootste geluk proeft als ook volledig mislukt in een laatste poging om de afstand tussen hen te dichten. Uiteindelijk nadert hij haar zo, dat hij zelfs haar ultieme wanhoop kan invoelen. Maar dan is het te laat, en zijn ze elkaar al kwijt.
Fysiek van de hoofdpersoon
Verspreid door de tekst staan verwijzingen naar het fysiek van de mannelijke hoofdpersoon: slank, ironisch / sarcastische glimlach, baardje van een paar dagen, ijdel, kaaklijn. Onwillekeurig valt toch de gelijkenis op met de foto van de schrijver op de omslag. Je vraagt je af of hij die verwijzingen er expres in heeft gestopt.
Compassie
Dit roerende boek roept compassie op, zowel met het ene als met het andere personage. Enters stijl blijft altijd een beetje observerend en oordeelt nooit. Heel soms komt het wel heel geconstrueerd over. Zo laat hij de hoofdpersoon een lange rij veroveringen opsommen, eigenlijk alleen om in een heel kort zinnetje het gebrek in zijn huidige relatie te benoemen. Ik vergeef hem dat soort sporadische momenten, omdat ik het heel knap vind als een schrijver met taal zoveel gevoel bij je kan oproepen. Stephan Enter kan dat. De ingreep in het laatste hoofdstuk werkt juist weer heel goed, en is prachtig. Enter slaagt erin om een tragische liefdesgeschiedenis niet sentimenteel te maken, en je toch met een brok in je keel achter te laten. Je realiseert je: wat zijn we ook een stelletje klungels, wij mensen, wat een minne horken, dat we het Grote Geluk niet kunnen bereiken, zelfs als we het voor onze ogen zien verschijnen. Maar tjonge, wat een mooi en heftig boek.... Pfffff.