Muziek kan ontroeren, pijn verzachten of de dansbenen prikkelen. Maar wat ervaren we precies als we luisteren naar Chopin, Pink Floyd of Bob Dylan? Wat maakt onze beleving van muziek zo kenmerkend? Tomas Serrien tracht in dit boek te achterhalen hoe we muziek gewaarworden. Hoewel muziek er in de eerste plaats is om naar te luisteren, legt de auteur uit waarom ook het denken en schrijven over muziek bijzonder zinvol kan zijn. Terwijl hij een methode uitwerkt om in deze hachelijke opdracht te slagen, neemt hij de lezer mee in een muzikale zoektocht vol diepzinnige overpeinzingen. Luistert de mens aandachtig genoeg? Wat is het verschil tussen muziek en geluid? Hoe ervaren doven muziek? Wat is de rol van emoties bij het luisteren naar muziek? En kan muziek ook levens redden?Bij het zoeken naar de waarde van de muzikale wereld, botst de auteur op onbeantwoorde vragen, die de mens sterker aanbelangen dan ooit gedacht.
Tomas Serrien writes about music, society and philosophy. In 2015 he won the Geert Grote Pen, a prize awarded to the best Dutch master’s thesis in philosophy. His thesis was the inspiration for his debut book ‘Klank: een filosofie van de muzikale ervaring’, published in December 2017. 'Klank' received a lot of good reviews, was nominated for a reader's prize and already is in its fourth print run.
In the fall of 2019, he wrote the book 'Lost in Enlightenment' for Borgerhoff & Lamberigts in collaboration with imam Khalid Benhaddou and political philosopher Patrick Loobuyck.
With the establishment of the independent website Mirari he developed an online platform for free dialogue. Tomas Serrien regularly lectures on music and philosophy and he is a drummer in several bands.
Dit is geen technische inleiding op de musicologie. In de plaats focust Serrien op wat de muzikale ervaring precies is, een fenomenologische benadering dus. Ik was vooral gecharmeerd door zijn nadruk op het multi-sensoriële aspect: muziek ervaren is niet alleen een kwestie van horen, maar alle zintuigen komen erbij zien. Het bewijs daarvoor vind je bijvoorbeeld bij de door hem aangehaalde getuigenissen van doven: hun ervaring van muziek wijkt misschien wel af van de doorsnee-horende ervaring (maar ook die verschilt erg van persoon tot persoon), maar ook zij ervaren diepte en een vorm van ruimtelijkheid in muziek. Als vader van 2 dove kinderen kan ik dat alleen maar bevestigen. Serrien haalt er terecht de Franse existentialist Merleau-Ponty bij die benadrukte dat élke ervaring vertrekt van de eigen lichamelijkheid.
Het hoofdstuk dat mij het meest aansprak was dat over muziek en tijds-ervaring. “De muziek is een auditieve tijdkunst en in de ervaring ervan valt in de eerste plaats het temporeel levendige karakter op. Ze bezit een unieke en raadselachtige eigenschap van temporaliteit. Ze maakt de tijd hoorbaar.” Daarbij stipt Serrien ook aan dat binnen een muziekstuk verschillende temporaliteiten hoorbaar kunnen zijn, bijvoorbeeld bij elk instrument apart; ook dat was een eye-opener.
Tenslotte benadrukt de auteur ook het ruimtelijk aspect (het kwam al eerder aan bod): muziek heeft dus niet alleen een temporale, maar ook een ruimtelijke dimensie, waarmee hij perfect aansluit bij het ruimtetijd-concept dat we sinds Einstein kennen.
Dit boek bood voor mij een volledig nieuwe manier van kijken (jawel) naar muziek, die erg verfrissend was. Alleen het slothoofdstuk over de sociale aspecten van muziek stelde me teleur. Serrien verdedigt er de stelling dat muziek per definitie niet gewelddadig kan zijn, waarmee hij iets te gemakkelijk racistische, seksistische en andere extremistismen in de muziek probeert goed te praten, en de verantwoordelijkheid alleen bij de toehoorder legt. Niettemin warm aanbevolen, dit boek.
Uit! Geweldig interessant boek. Niet alleen omdat het geschreven is door mijn broer, maar ook omdat het de lezer meeneemt in een fijne, niet te ingewikkelde en diepgravende zoektocht naar hoe wij muziek ervaren. Heel wat nieuwe muziek ontdekt en op een andere manier leren luisteren. Ik hoop dat mijn broer even veel boeken gaat schrijven als ik, want zijn debuut heb ik alvast met veel plezier en interesse gelezen.
Onlangs las ik ook ‘How Music Works’ van David Byrne, en dat was goed, maar wat Tomas Serrien deed, is nog eens zoveel beter (en tegelijk veel bondiger).
Serrien gaat naar de kern: de muzikale ervaring. Dat is de essentie van muziek. Niet hoe iets gespeeld of opgenomen is, maar welke ervaring die muzikale klanken ons bieden en wat we daarbij voelen.
Wauw.
Muziekjournalisten die dit boek niet lezen, moeten worden ontslagen!
Bij de eerste lezing was ik wat kritisch ten opzichte van dit boek, maar ik denk dat ik het te snel en te 'vast' las. Een uitvoerig, interessant en bijzonder gezellig gesprek met de auteur heeft ook bijgedragen aan een zachtere blik, dat dit boek absoluut verdient.
Het boek heeft geen stiekeme intentie waar je waakzaam voor hoeft te zijn, het boek wil muziek niet definiëren, er wordt je niets voorgeschoteld dat "juist" is om te luisteren en de muziek wordt niet als object voor de filosofie beschouwd. Wel worden er aannames opgeschort, of als "niet noodzakelijk" getoond, zodat de lezer richting een betekenisvolle luisterervaring toe te werken. De bijgevoegde afspeellijst is hier een leuke, sympathieke vondst bij.
Geweldig boek over muziekfilosofie ondersteunt met een Spotify afspeellijst ter illustratie. Vanaf de eerste pagina’s gegrepen. Het laatste hoofdstuk over muziek en maatschappelijke thema’s verloor ik mijn aandacht, vandaar 4 sterren.
heel interessant boek, zeker als je wat thuis bent in muziek. Thomas Sereen benadert de muziek niet enkel vanuit theoretisch standpunt, maar geeft ook practische voorbeelden. Dat maakte het voor, mij dubbel boeiend.
Een milde teleurstelling. Ik kocht het boek omdat ik een lezing van Tomas Serrien echt geweldig vond. Filosofie over mijn grootste liefde, muziek, dat was prachtig. Want wat is muziek? Waarom is noise dat ook? Of een compilatie van doortrekkende-wc-geluiden? En wat is eigenlijk het onderscheid tussen geluid en muziek? Wanneer wordt het een het ander? En wat is het verschil tussen wat muziek met ons doet en wat slechts klanken? Hoe ga je om met ongewenst geluid?
Allemaal prachtige vragen die toen aan bod kwamen. Maar in boekvorm werkt het niet voor me. Om een aantal redenen.
1: Serrien laat veel eindes open en (eigen) vragen onbeantwoord. Dat is filosofie-eigen, ik weet het, beetje exploreren zonder alles af te dichten, maar het blijft irritant. 2: De interviews met mensen met hoorproblemen hebben een waanzinnig interessante premisse (kan muziek ook iets betekenen als je niet traditioneel kunt horen?), maar zijn opgeschreven in de beste traditie van de schoolkrant van De Blauwe Boog (inclusief Vice-achtige meta-observaties over wat hij er zelf van vond). Bovendien: N=3 is echt zeer pover om grote punten te maken. 3: Er zit veeeeeeeeeel herhaling in het boek. Sommige pagina's lijken één zin te bevatten, maar dan in dertien variaties. Misschien is het een bundeling eerder uitgebrachte essays, dan krijg je dat, maar irritant is het zeker. 4: Het is meer een verzameling ideeën dan een boek dat structureel rondom één thema en vraag draait. Dan dit, dan dat, stukje zo, beetje zus, pomtidom, klaar.
Ook iets niet te zeuren? Zeker. Serrien schrijft heel toegankelijk, en dat zouden meer filosofen mogen doen. Hij houdt ook écht van muziek, dat merk je ook aan alles, en dat is een fijn herkenningspunt. En hij adresseert zeker wel zeer veel relevante zaken. Maar nee, dit boek an sich is het niet voor mij.
Serrien heeft een deels geslaagde poging ondernomen om de muzikale ervaring die we als mensen ondergaan vanuit een filosofisch perspectief te onderbouwen. Hij formuleert deze ervaring of beleving als een gevoelsmatige betrokkenheid op klanken die zich in de tijd en ruimte ontvouwt en een vrijheid van denken en emoties creëert.
Niet enkel interessant, maar ook ontroerend en motiverend. Tomas ordent zijn razende gedachten in hapklare, heldere hoofdstukken. Waar hij uitnodigt tot discussie, of beter gezegd; conversatie, zonder met zijn mening naar uw kop te slaan. Waardoor het boek de ideëen in je hoofd nestelt en het bijna lijkt dat ze van je zelf komen. (zonder manipulatieve bijgedachten)
Het moet fijn zijn om van je passies je beroep te kunnen maken. ‘Nadenken en naar muziek luisteren,’ zo schrijft Tomas Serrien aan het begin van zijn dankwoord, ‘ik kan niet zonder.’ Voor mij is dat herkenbaar. Beide activiteiten maken samen met lezen, schrijven en piano spelen deel uit van mijn dagelijks leven. Meer zelfs: ik heb er - vermoed ik – dat dagelijks leven naar ingericht. En van al die kleine passies is muziek ongetwijfeld de oudste, de meest constante, de nog steeds verrassendste en de meest onmisbare. Maar laten we het over dit boek hebben. ‘Klank – Een filosofie van de muzikale ervaring.’
Ook hier is het woord passie op zijn plaats. De begeestering die Tomas Serrien aan de dag legt voor zijn onderwerp is de drive van dit boek. Ze overstijgt de sterkere en minder sterke passages. De gulzigheid waarmee deze jonge muziekfilosoof alles beluisterd en gelezen, of zeg maar verslonden heeft, om zijn naar een vlotgeschreven boek getransponeerde masterproef af te leveren, is bewonderenswaardig. Het bleef trouwens niet bij lezen. Hij ging ook praten met doven over hun muzikale ervaring.
De structuur van dit pleidooi voor een diepere, meer gerichte muzikale luisterhouding en –ervaring zit goed. Elke hoofdstuktitel is een tekstflard uit een song en wordt gevolgd door een luisterlijst. Ook daar komt Serriens enthousiasmerende kracht naar boven, want je hoeft al die nummers niet te gaan opsnorren op Spotify of in je cd-kast. Hij heeft ze gewoon keurig op zijn website geplaatst. Zijn uitgangspunt is dat onderzoek naar wat muziek precies betekent en welke impact het op de mens heeft, nog steeds te eenzijdig gebeurt. In onze tijd is er sowieso de dominantie van het beeld. Van de musicologie met haar partituren tot de neurologie met haar hersenscans, allemaal gebruiken ze een doorgedreven visuele analyse, terwijl muziek nu eenmaal auditief is. ‘Laten we opnieuw leren luisteren en ervaren,’ zo nodigt Serrien de lezer uit.
Vanuit de fenomenologie, de filosofische stroming die haar methode baseert op onze ervaring, onderzoekt de auteur vervolgens wat klanken met ons doen, hoe we naar muziek luisteren, waarom ze kan ontroeren, opvrolijken, martelen, therapeutisch werken of tot dansen aanzetten en in hoeverre dit alles subjectief blijft of toch te objectiveren valt. Dat laatste zal altijd een heikele evenwichtsoefening blijven, zo heb ik begrepen. Aan de hand van zijn eigen luisterervaring en kennis, betrekt hij er andere filosofen en wetenschappers bij en bekritiseert hij bepaalde methodes en stromingen, meestal wegens gebrek aan ‘ervaringsgerichtheid’.
De eerste hoofdstukken, over het verschil tussen geluid en muziek (met John Cage uiteraard), over de muziekbeleving van de doven en over de muzikale tijd en ruimte, vond ik de uitdagendste en veelbelovendste. Hier bleef ik geboeid lezen (en beluisteren) en werd me een ruimere kijk op mijn eigen muziekbeleving geboden (probeer Merzbow maar eens uit te zitten). Daarna – als het vooral over de impact van muziek ging – leerde ik weinig nieuws bij en verviel Serrien teveel in extreme voorbeelden, die er mijns inziens niet altijd toe deden. Het sterkst vind ik hem als hij in dialoog treedt met andere (muziek)filosofen en –onderzoekers, hen bij zijn betoog betrekt of hen dapper tegenspreekt. Op dat vlak viel er wel wat ‘to read’ te rapen.
Een ander minpuntje, dat eigenlijk pas in het laatste hoofdstuk - over de sociologische aspecten van de muziek – naar boven kwam, is dat de auteur gaandeweg iets teveel zijn persoonlijke muzikale smaak en kennis inzet. Een eclectische muziekliefhebber als ik, had graag wat meer voorbeelden uit jazz en klassiek gekregen. Dat zou evenwichtiger hebben geklonken. Zeker als het gaat over muzikale vrijheid, schenkt hij teveel pagina’s aan de extreme uitspattingen van obscure bands die aan zelfmutilatie op het podium doen en tot moord en haat aanzetten. Dat had nog weinig met zijn uitgangspunt te maken (een diepere luisterervaring), zeker omdat hij daarmee alleen wilde aantonen dat we het verschil in acht moeten nemen tussen de persoonlijkheid van de muzikant/componist en zijn werk. Wat voor veel lezers toch een open deur moet zijn die ingetrapt wordt.
Maar dat vergeef je Tomas Serrien. Zijn jeugdige bevlogenheid was meer dan groot genoeg om deze lange recensie te schrijven, mijn honger naar meer muziekfilosofische werken aan te wakkeren en nog intenser naar muziek te blijven luisteren. Eigenlijk zou het interessant zijn om hem over pakweg 10 jaar een nieuwe luisterlijst te laten samenstellen (bij een dan ook lichtjes herschreven versie van ‘Klank’). Ik ben er immers van overtuigd dat Tomas Serrien, jong en gedreven als hij is, tegen die tijd nog betere luistervoorbeelden en invalshoeken ontdekt zal hebben in de eindeloos boeiende wereld van de muziek. 3,5*
nog nooit zoveel dezelfde zinnen gelezen die telkens anders verwoord werden. i guess that’s philosophy? had hoge verwachtingen van dit boek, maar heb spijtig genoeg weinig tot niets bijgeleerd.