Gedachtegang Verhaeghe
De ‘bevrijding’ van de jaren ‘60 is mislukt; we zijn nog steeds slaaf van onze sociaal-culturele context, alleen nu van een andere dan voorheen. Religie is ingeruild voor marktdenken en genotzucht, een vroom leven voor een leven van hebzucht, exhibitionisme, YOLO (you only live once) en FOMO (fear of missing out). De soc-culturele context noemt Verhaeghe: de Ander; het zijn alle anderen om ons heen die ons opzadelen met wat goed is, wat moet en wat niet mag, te beginnen - en vooral - onze ouders in onze kindertijd. Het gevaarlijke van genotzucht, hebzucht en exhibitionisme is dat het eindeloos is, er is geen grens. Als gevolg daarvan zijn de moderne stemmingsstoornissen angsten, depressie, stress, burn-out en narcisme. Verhaeghe leent van Aristoteles het inzicht over wat ook in de moderne tijd een goed leven is: zelfzorg gecombineerd met zorg voor anderen; en combineert dat met het inzicht dat mensen zich voor geluk verbonden moeten voelen met anderen en met een groter geheel: zingeving. En dat allemaal met matiging, zowel aan de onderkant (te weinig is niet goed) als aan de bovenkant (te veel is ook niet goed). Psychologisch betekent geluk twee dingen: goed in contact staan met je lichaam, opnieuw met matiging (niet teveel of te weinig eten, drinken, sport, werken, vakantie, feest vieren, sex/porno) en af en toe ‘jezelf vergeten’, vrij komen van je ego, zoals in flow. Verhaeghe pleit voor zelfliefde en zelfzorg, niet te verwarren met narcisme, om van daaruit de verbinding met anderen aan te gaan: liefdevolle autonomie in verbondenheid als tegengif tegen narcistische eenzaamheid in isolement.
Placebo en conversie
Twee omkeringen van oorzaak gevolg, lichaam geest:
1. Placebo = een patiënt krijgt een nepmedicijn, beeldt zich in dat het werkt, wat ook het geval blijkt te zijn. Heeft genezing tot doel. Variant: nocebo = negatieve verwachting; bijv dat je ergens last van zult krijgen, en dat ook krijgt.
2. Conversie = een psychologische problematiek - vaak een innerlijk conflict - wordt ‘opgelost’ door haar te converteren in het lichaam, en dit zonder dat de patiënt er zich bewust van is: een deel van het lichaam (bijv benen) of een functie (zintuig) functioneert niet meer, terwijl er medisch-biologisch niets aan de hand is. Ook wel: functional concersion disorder. Is een stoornis. Kortstondig wel acceptabel: knikkende knieën, ik moet ervan kotsen, beven van woede etc; landurig is een mysterie.
De Ander
Herkomst van placebo, nocebo en conversie is verwachtingen die door een ander worden voorgehouden of traumatische herinneringen; door beelden die worden voorgehouden of opgedrongen door anderen. Of nog liever: door mijn eigen beeld daarvan of herinnering daaraan. De wijze waarop ik naar mezelf kijk, hangt grotendeels af van hoe anderen naar mij kijken; ik wil beantwoorden aan het voorgehouden beeld. Voorbeelden: baby’s spiegelen hun ouders, die vervolgens onderdeel zijn van een cultuur...; schoonheidsideaal...
Duck face selfie = ik probeer te beantwoorden aan een verwachting die ik bij anderen leg. Dat beeld, wat anderen voorspiegelen, putten zij uit brede culturele context.
De abstracte Ander = dominante morele opvattingen van onze cultuur en traditie.
Gezondheid biopsychosociaal
Mens sana in corpore sano = een gezonde geest in een gezond lichaam.
Gezondheid vroeger doel op zich; tegenwoordig zijn levensdoelen lang leven en consumeren, en is gezondheid het middel.
Gezondheid is biopsychosociaal; het effect van omgeving (schoon drinkwater, voeding, lucht en gezonde sociale omgeving), biologisch-genetische aspecten en psychologische aspecten en levensstijl. Het samenspel bepaalt wie gezond blijft. Één factor is nooit doorslaggevend, want er is altijd een groep mensen die daarbij wel gezond blijft. Huidige tijdgeest is benadrukken van levensstijl; risico op verliezen solidariteit; de beschuldigende Ander.
Slechte psychosociale omstandigheden leiden meestal tot mensen met psychosociale- en gezondheidsproblemen. Echter:
1. Er zijn ook mensen die aan hun omstandigheden ontsnappen. Onderzoek (Emmy Werner) vat de eigenschappen van die mensen samen als resilience, veerkracht:
- Individu: als baby positieve reacties ontvangen van verzorgers.
- Gezin: veilige hechting met minstens één iemand (bijv grootouder); jongens baat bij structuur met mannelijk rolmodel en emotionele expressie, meisjes bij accent op onafhankelijkheid en steun van een vrouwelijk familielid.
- Gemeenschap: jongeren kunnen bij crisis beroep doen op leeftijdgenoten en betrouwbare volwassenen met autoriteit (leerkrachten, leiders, geestelijken).
2. De relatie tussen trauma in jeugd en latere gezondheidsproblemen is niet eenduidig. Niet iedereen met trauma ontwikkelt een stoornis, en niet alleen stoornissen zijn dezelfde per trauma. Voorbeeld: obesitas als bescherming tegen seksualiteit na misbruik; niet alle mensen met seksueel misbruik worden obese.
De uitzondering
Welke individuele factor maakt nou dat sommigen ondanks slechte omstandigheden toch gezond blijven? Weten we niet goed; wordt wel aangeduid met termen als resilience (veerkracht) en grit (lef), stheniciteit (kracht, uit grieks), Konstitution (Freud), adaptive energy (Hans Seleye, grondlegger van stressonderzoek), weerstand.
Gevoelens, affecten, emoties
Affecten = fysieke emoties die niet bewust worden ervaren
Emoties = bewust ervaren gevoelens, bewuste en benoembare ervaring van onderliggende lichamelijke processen.
Emoties zijn onze bewuste ervaringen van lichamelijke reacties op wat de omgeving met ons doet, en/of onbewuste herinneringen die we herhalen. Bij herinnering-emotie is onze intuïtie onze lichamelijke herinnering buiten ons bewustzijn om.
Irrationele emoties: niet in overeenstemming met de situatie. Bijv angst in een veilige omgeving, rust in een bedreigende.
Uitlokking en zelfbevestiging: emoties roepen emoties bij anderen op, wat bevestigend werkt. Herinnerde emoties werken zo als self fulfilling prophecy.
Alle emoties gaan terug op onderliggende affecten, maar niet alle affecten worden bewuste emoties.
Emotioneel bewustzijn gerelateerd aan het menselijke bewustzijn, met taal die de mogelijkheid geeft tot afstandname en reflectie (in tegenstelling tot dieren).
De oorzaken van fysieke ervaringen zijn:
- natuur: idyllisch landschap, aardbeving
- ons eigen lichaam: pijn, genot
- anderen: welwillendheid, kwaadwillendheid
Hechting, verdringing, dissociatie en de Ander
Freud: verdringing, gericht op herinneringen.
John Bowlby: hechting, defensieve uitsluiting = kind laat bep informatie niet meer toe tot bewustzijn om leed te vermijden.
Verdringing is geen keuze, maar het gevolg van hechtingsprocessen. Vlgs Bowlby een ontbrekende inbeelding omdat het kind geen woorden en beelden heeft geleerd voor zijn affecten, als gevolg van een afwijzende ouder; de affecten hebben nooit de overgang naar het bewustzijn gemaakt. In extreme gevallen sluit de persoon toegang tot gevoelens helemaal af, bijv bij seksueel misbruik. Dat heet dissociatie. Dit komt dus door het omgekeerde van spiegeling, een gebrek aan spiegeling.
Verdringing van emoties uit het bewustzijn komt dus door de Ander.
Mensen met veel defensieve uitsluiting hebben als volwassene vaak een verkeerde zelfkennis en laag zelfbeeld, zijn vaak gevoelsarm (stiff upper lip) of pleasers.
Holisme en spanning
Endocrinologie = leer van hormonen
Neurologie = leer van de zenuwen
Immunologie = leer van het afweersysteem.
Tot voor kort gescheiden wetenschappen. Nu weten we dat ze aan elkaar zijn verbonden door: stress. Door stress daalt de weerstand, neemt de productie van stresshormonen toe, en ontwikkelen zenuwbanen zich niet optimaal of krijgen we een beroerte.
Ont-spanning: fysieke activiteit die fysiek en psychologisch voelbaar is.
- Lichamelijke spanningsontlading werkt genezend.
- Associatief. Lichamelijke ontlading via spreken; benoemen van spanningen via associaties al dan niet onder hypnose.
- Kijken naar de gevoelsbeleving van anderen. Lachen of huilen tijdens een film. Kunst loutert.
Gezondheid = homeostase, handhaven van evenwicht in lichaam en geest. Voor lichaam: temperatuur, bloeddruk, suikerspiegel etc, voor geest: spanning.
Huidige cultuur van individualisme, (maatschappelijk) succes en genotzucht (consumentisme) leidt tot eenzaamheid. Vroeger: deugdzaamheid. Tevens druk om te presteren: geluk en succes zijn je eigen verantwoordelijkheid op een markt: werk, relaties, allemaal vraag en aanbod. Dit leidt tot de twee belangrijkste stemmingsstoornissen van deze tijd: angst (ik voldoe niet) en depressie (ik kan het niet).
Perversie = ‘het negatief van neurose’, het meest verbodene waar de mensen van dromen.
Narcisme = negatief van depressie, opgeblazen eigendunk van degene die denkt het gemaakt te hebben.
Genot
Drie soorten:
1. Genot door ontlading. Volgens Plato: effect dat de mens ervaart wanneer een (pijnlijk) gemis ingevuld wordt. Freud: effect van spanning die te hoog oploopt (oa orgasme). Herstel van evenwicht: van spanning naar rust.
2. Door verlangen. Lacan: verlangen van de hysterische mens is het hebben van een onbevredigd verlangen. Een aanhoudende spanning zonder ontlading. Begeerte wil ontlading, verlangen wil versmelting.
3. Door flow. Aristoteles: genieten is positief, gelegen in een activiteit, in het ongehinderd uitvoeren en aansluitend bij het wezen van degene die haar uitvoert. Gevoel van tijd en ‘ik’ verdwijnen.
Genot moet worden begrenst. Alleen maar opwinding leidt tot uitputting en uiteindelijk dood. Alleen maar rust en ontspanning betekent biologisch dat iemand geen voedsel zoekt en niet voortplant. Orgasme is een veiligheidsventiel. Oplossing: afleiding, je ‘ik’ vergeten, oosterse wijsheid.
Het goede leven
Vroeger was goed leven vroom leven. Met het verdwijnen van religie is dat nu succesvol leven, met hebzucht en exhibitionisme.
- Vroom leven: zorg voor anderen centraal
- Succesvol leven: zelfzorg centraal
- Goed leven vlgs Aristoteles: combinatie van zorg voor anderen en zelf
Genot en zingeving vragen alletwee om matigheid, zelfbeheersing:
- Doorgeschoten genot: hebzucht, egoïsme, agressie, verslaving;
- Doorgeschoten zingeving: dogmatiek, sektes, intolerantie, totalitair.
Factoren van invloed op matiging:
1. Hechting. Iemand die is opgegroeid met betrouwbare volwassenen durf zijn behoeften uit te stellen; iemand met onbetrouwbare volwassenen gaat voor korte termijn winst, pakken wat je pakken kan;
2. Stemming. Een optimistisch persoon kan behoeften uitstellen; iemand die depressief is, heeft een lage zelfcontrole;
3. Stress.
Intimiteit en vervreemding
Individu is een koppel van lichaam en geest.
Liefde: een dans tussen twee koppels.
Onbewust gehoorzaam = we vinden onszelf niet gehoorzaam, maar realistisch, normaal, rationeel. We leven alsof we weten hoe het leven echt is. (Adam Phillipps)
Elke ander is een potentiële rechter. Mensen zijn bang voor afwijzing. Dat leidt tot schaamte: voor lichaam, afkomst, kinderen, beroep etc. Mensen werken steeds harder om het negatieve oordeel van anderen te ontlopen. Óf: mensen schieten door in eigendunk, arrogantie, schaamteloosheid; veelal om hetzelfde gevoel van mislukking of ‘er niet mogen zijn’ te overschreeuwen.
Mezelf blootgeven wordt steeds moeilijker; de therapeut moet een onbekende blijven. Intimiteit wordt zeer moeilijk als iedereen een potentiële rechter is.
Vervreemding= ik ben vervreemd wanneer ik mij identificeer met ideeën die mij van buitenaf opgedrongen worden.
Identificatie = het proces waarmee kinderen leren van hun ouders.
Separatie = het proces waarin kinderen zich losmaken van hun ouders om zelf autonomie te verwerven in denken en doen.
Identificatie zonder separatie leidt tot vervreemding, tot volledig samenvallen met beelden die me worden aangeboden door anderen, door de Ander.
We hebben geen oorspronkelijke identiteit, wel de oorspronkelijke verdeeldheid tussen lichaam en geest; later ook tussen eigen ideeën en beelden die we hebben overgenomen van anderen. We zijn allemaal een meerstemmig koor. In tijden van crisis klinkt het vals, in het beste geval harmonieus. Juist omdat ik verdeeld ben, kan ik op mezelf reflecteren en harmonie herstellen, te beginnen tussen lichaam en geest, op basis van signalen van het lichaam van disharmonie.
Identiteit = je verhouden tot diverse anderen:
- Anderen van het andere geslacht
- Ouderen
- Gelijken: leeftijdgenoten, anderen van hetzelfde geslacht, buren, collega’s
- Tot mijzelf, mijn eigen lichaam.
Zelfbedrog
Drie vormen van zelfbedrog:
1. Rationalisatie: een vergoelijkende uitleg geven aan je gedrag
2. Ontkenning: je eigen gedrag en emoties ontkennen
3. Projectie: je eigen verlangens en angsten bij de ander leggen, en die gaan bestrijden
Basis van zelfbedrog is gebrek aan zelfkennis: we kennen onze angsten en verlangens niet. Dat berust weer op twee mechanismen: defensieve uitsluiting en dissociatie.
Het drama van mensen met hoge mate van zelfbedrog, zoals bij een trauma, is dat ze met hun gedrag juist bevestiging zoeken en krijgen van hun verdraaide wereldbeeld.
Kritisch
Ik ben kritisch over Verhaeghes oordeel over ons Oordeel. Volgens Verhaeghe veroordelen wij mensen die niet goed letten op hun gezondheid, op het behouden van hun lichamelijke en geestelijke balans. Ongezondheid zou ‘eigen schuld’ zijn, en tegen die redenatie loopt Verhaeghe nogal te hoop. Hij legt overtuigend uit dat gezondheid biopsychosociaal is; daarmee is gezondheid nooit zomaar enkel en alleen ‘eigen schuld’. Maar is het niet juist wijs om mensen te helpen er zelf het beste van te maken, bijvoorbeeld door ongezond gedrag in de eigen invloedsfeer collectief af te keuren? Is teveel eten en drinken, verkeerd eten en drinken, te passief gedrag (bankhangen) of juist te actief maar eenzijdig (workaholic), niet ongezond? Is een levensstijl vol verdovende middelen en slechte slaappatronen dan niet af te keuren? Dat is het wel, en ik ben er niet mee akkoord om ongezonde levensstijlen te belonen uit angst om te stigmatiseren. Daarnaast hoeven mensen niet mee te doen met ongezond gedrag van anderen, mensen kunnen zelf denken, voelen en kiezen. Ik ben er blij mee dat steeds minder mensen roken, simpel omdat we weten hoe ongezond het is en we het collectief afkeuren. Om nog maar niet te spreken over het verminderen van de druk op de medische zorg... Kortom: ik vind zijn mensbeeld te passief, somber en cynisch.
Tevens ben ik kritisch over Verhaeghes cynisme ten aanzien van de huidige cultuur. Hij beschrijft een schijnbaar rechte lijn naar beneden van Adam Smiths wealth of nations naar De Sade, Houellebecq en Donald Trump. Verhaeghe keert zich best wel terecht tegen de lichaamscultuur van deze tijd (sporten voor buitenkant ipv gezondheid, plastische chirurgie), het ‘liken’ op social media, ‘shinen’ met materieel succes (bling) en porno; tegen hebzucht en exhibitionisme. Angst en depressie zijn de stemmingsstoornissen van nu. Hij wijst er maar kort op dat dat vroeger neurose was, vanwege de onderdrukkende moraal. Ik vind dat hij voorbij gaat aan de verdiensten van de moderne tijd, aan de toegenomen vrijheid van de mens om zich te ontplooien, vrijheid van kerk en politiek, van uiting van seksualiteit, de verrijking van multi-culturele samenlevingen, betere gezondheidszorg, toegenomen hygiene, beter voedsel, betere leefomstandigheden etc etc. Daarbij komt dat zijn kritiek rijke geïndustrialiseerde westerse samenlevingen betreft. En de rest van de wereld dan - de BRIC-landen, ontwikkelingslanden? Kortom: ik vind zijn maatschappijkritiek uit balans, eenzijdig en cynisch.
Een derde punt van kritiek is dat Verhaeghe ‘de schuld’ van alle moderne leed (lees: angst en depressie) wijdt aan de Ander - een abstractie van ons allemaal, maar niet degene met de sombere gevoelens. Verrassend gaat hij voorbij aan het feit dat het individu ook onderdeel is van de Ander, maar dan voor anderen... Daarnaast struikel ik over de abstractie, waardoor niemand meer iets kan ondernemen en initiatief zinloos wordt. Het reduceert mensen tot passieve angsten en depressies waar ze zelf niets aan kunnen doen, enkel ondergaan en naar de psychiater gaan om het leed wat dan al is geschied, een beetje te verzachten.
Tenslotte vind ik dat Verhaeghe erg veel herhaalt in zijn boek.
Cynisch
”Traditioneel halen wij de kennis over onszelf uit hogere sferen, vroeger religie en filosofie, tegenwoordig wetenschap.” Verhaeghe bouwt zijn cynische mens- en maatschappijkritiek op zeer oude referenties zoals Plato en Aristoteles, en wijst de huidige tijdgeest af - alsof het bij de Oude Grieken (of in de jaren ‘50...) allemaal zoveel beter was... Maar waar zijn de moderne denkers, de actuele wetenschappers? Waar is bijvoorbeeld de positieve psychologie met haar groeiende inzichten in wat een mens gelukkig maakt? In dat terugvallen op oud denken doet Verhaeghe me denken aan die andere populaire schrijvende Belgische psychiater, die het ook al niet op deze tijd heeft, Dirk de Wachter... Verhaeghe beschrijft in zijn boek zelf cynisme als volgt: ‘Cynisme is (...) waarbij iemand aan de zijlijn gaat staan en vanuit die positie gif spuit. (...) Statler en Waldorf (Muppet Show, red.), de twee heertjes boven in het balkon, zijn cynici; ze doen zelf niks, maar hebben commentaar op iedereen.’