Vier korte verhalen van de helaas onbekende Ivan Katajev (1902-1937), een van de vele dodelijke slachtoffers van het Stalin-regime. De verhalen tekenen de vroege jaren van de Sovjet-unie op en religie speelt hierin nog een opvallende rol (dat is ook wat Katajev helaas de kop kostte). In 'Melk' (1930) is de verteller, een landbouwinspecteur, de waarnemer van een ongelukkig voorval op de Kolchoz. Op de achtergrond speelt hier de landbouwhervorming van de Sovjets. In 'De Leningradse straatweg' (1932) komt een familie bijeen na de dood van de pater familias. Hier maakt Katajev al gewag van ontluikend en dodelijk fanatisme onder de meer ideologische jongeren. Het verhaal eindigt prachtig met een beschrijving van de straatweg vanaf de uithoek waar het verhaal zich afspeelt tot het hartje van Moskou. 'Onder pure sterren' (1937) zou de Sovjet-autoriteiten het meest tevreden moeten stellen. Het is een verhaal onder jonge pioniers in Siberië. Dit verhaal wordt gered door de schitterende setting, die Katajev met veel verve overbrengt. 'Zijn vrouw' (1927), tenslotte, verhaalt van een huwelijk, waarbij de vrouw niet mee kan komen in alle ontwikkelingen die de Sovjet-unie doormaakt. In alle verhalen schittert Katajevs poëtische stijl. Dit is sovjet-literatuur op zijn best en de auteur had best wel bekender mogen zijn.
Het titelverhaal verdient eigenlijk vijf sterren, onder andere door een schitterend 'Hooglied op de melk' door een boer-filosoof. Maar de andere verhalen in het boekje weten dat niveau niet vast te houden.