What do you think?
Rate this book


146 pages, Paperback
First published January 1, 1783
Ach, ik voel het maar al te goed, mijn Julia is niet geschikt voor de achttiende eeuw. Een eenvoudig verhaal over twee tedere zielen, die elkaar oprecht beminnen zoals onze voorouders de afgelopen honderden jaren elkaar bemind hebben. En ook al krijgen we steeds meer afkeer van hun brave manier van leven, toch wordt zo mijn hele Julia! Geen spannende gebeurtenissen, geen onverwachte ontwikkelingen, zelfs geen lieflijke onbenulligheden; doordat dit alles ontbreekt, kan ik de waardering van het grootste deel van de lezers wel vergeten. Voeg hieraan toe dat het over een liefde gaat die zonder deugd niet bestaat, ach, dat laatste zal alles bederven! Men zal me uitlachen en het zal met mij gedaan zijn.
Verheug je, mijn Julia! Maar verheug je met tranen. Werther is van al zijn ellende verlost. Hij is niet meer. Zijn dood berooft mij van een overgevoelige lotgenoot, die alles voor mij was tijdens jouw afwezigheid, omdat ik met hem altijd over jou kon praten.
De Natuur scheen haare uiterste poging gedaan te hebben om van JULIA een bevallig Meisje te maken, en nooit was zij in eenig voortbrengsel gelukkiger geweest. – Zo ooit het gevoel uit twee aanminnige oogen blonk, het zegepraalde in de kwijnende oogen van JULIA – zo ooit de onschuld haaren zetel op maagdelijke koontjes vestigde, het was op de blozende en met kuiltjes prijkende wangen van JULIA. Alle de aanlokkelijkheden der prilste jeugd, de volle aantrekkelijkheid van het poesele vrijsterschap, scheenen aan haar gelaat voor altijd gekluisterd te zijn. Tederheid, mededogen, menschlievendheid, en de overige deugden van het gezellig leven, hadden aan haare gestalte dien lossen en innemenden zwier gegeven, die dikwerf over zielen zegeviert, die aan de toverkracht van een schoon gelaat ontkomen zijn. De Godvrucht had op haar aangezicht die verheven majesteit gedrukt, die zich gevoelen, maar niet beschrijven laat. Al wat men er van zeggen kan, is, dat de verleiding er voor verstomde. Meer dan eens had zij haaren mond geopend – maar nooit was het haar gelukt een enkel beledigend woord uit te brengen. JULIA sloeg haare oogen op en de ondeugd verbleekte.
De natuur scheen haar uiterste best gedaan te hebben om van Julia een charmant meisje te maken en nooit was de natuur met een ander levend wezen zo succesvol geweest. Als gevoel ooit in twee innemende ogen blonk, dan blonk het onoverwinnelijk in de zacht glanzende ogen van Julia; als je ooit de volle onschuld van iemands gelaat af zou kunnen lezen, dan was het van de blozende en met kuiltjes versierde wangen van Julia. Alle verleidelijkheid en aantrekkelijkheid die horen bij iemand in de bloei van haar jeugd, leken voor altijd van haar gezicht te stralen. Ze was vriendelijk, meelevend en menslievend en had nog al die andere deugdzame eigenschappen die horen bij het sociale leven. Hierdoor had ze die makkelijke en innemende souplesse die vaak bij mensen hoort die zich niet hebben laten inpalmen door een knap gezichtje. De eerbied voor God had haar gezicht een voorname en nobele uitstraling gegeven die wel te voelen, maar niet te beschrijven is. Alles wat men ervan kan zeggen, is dat ze niet vatbaar was voor het kwaad. Meer dan eens had ze haar mond geopend, maar nooit was het gelukt iemand te beledigen. Als Julia haar ogen opsloeg, verbleekte alle ondeugd.