Henk ’t Jong neemt ons in ‘De dageraad van Holland’ mee naar de hoogtijdagen van het ridderschap. In de twaalfde en dertiende eeuw bestond het huidige Nederland uit onder andere vier grote vorstendommen: Brabant, Holland (met Zeeland), Gelre en het bisdom Utrecht. Holland won al snel aan invloed, wat ook in het aangrenzende Vlaanderen en Brabant niet onopgemerkt bleef. Henk ’t Jong beschrijft in ‘De dageraad van Holland’ de hoogte- en dieptepunten van de graven van Holland (hun levens, de familiebanden en de oorlogen binnen en tussen de vorstendommen). Daarnaast komen ook de politiek van het graafschap en de ontwikkelingen op zowel landelijk als stedelijk gebied aan bod, die ervoor zorgden dat Holland uit kon groeien tot een invloedrijk en sterk gewest.
Het boek is opgevat als een opsomming van de levensverhalen van de verschillende Hollandse graven. Een chronologische opsomming van (schaarse) feiten waarbij de auteur soms te ver in detail treedt, zodat de lezer het overzicht, de samenhang, verliest.
Het boek verhaalt wel het moeizame ontstaan van Holland, de toenemende macht van de Graaf dat de basis vormde voor het huidige Nederland. Er wordt ook veel aandacht besteedt aan het ontstaan van belangrijke Hollandse steden, de fundering van deze welvarende regio.