Voor de Eerste Wereldoorlog was België de op vijf na grootste industriële macht ter wereld. Overal ter wereld legden Belgische firma's spoorwegen aan en reden Belgische treinen en trams, tot in. Belgische firma's bouwden de Parijse metro en legden de Oriënt Express aan. De beurs van Brussel was een van de tien belangrijkste beurzen ter wereld. Aan die periode van ongekende welvaart kwam een bruusk einde toen Duitse legers in augustus 1914 België binnenvielen en liet het land kaalgeplukt achter, België was zijn voormalige status als industriële grootmacht voor altijd kwijt.
Ruim honderd jaar geleden zwegen de wapens in Europa. Sinds 11 november vorig jaar is nog weinig aandacht voor de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog. Ziekte, materiële vernieling en het treuren om gesneuvelde familie en vrienden blijven onderbelicht. Mark De Geest belicht in dit boek de economische gevolgen van deze oorlog voor het oorspronkelijk neutrale België.
Vóór 1914 behoorde België tot het kransje van de vier rijkste landen ter wereld, uitgedrukt in BNP per capita. Vooral inzake staal, textiel en steenkool stond het aan de wereldtop en het exportcijfer was uitzonderlijk hoog vergeleken met de buurlanden. Herinner dat het ook als eerste land op het Europese continent met een spoorlijn kon uitpakken. Toch waren de lonen van de werknemers laag.
Ondanks het neutrale karakter, was België niet naïef-pacifistisch gebleven. Het had een systeem van dienstplicht en reservisten. Bovendien werden grootsteden als Antwerpen en Luik verdedigd via een fortengordel. Het zou voldoende zijn om de Duitse opmars trager en moeizamer te laten verlopen dan door haar militaire staf was berekend.
Eenmaal het merendeel van het land bezet, bleek het Duitse leger niet te beroerd om geld, goederen, dieren en werknemers (in België of in Duitsland zelf) te gebruiken voor de Duitse oorlogseconomie. Ook bedrijven in buitenlands-geallieerde handen werden onteigend. Uit het boek blijkt dat arbeidersstakingen en een onzorgvuldige Duitse bedrijfsleiding zorgden voor productiedalingen. Bovendien was de nieuwe overheid druk in de weer met het instellen van prijscontroles en andere economische interventies.
Toen in november eindelijk de wapenstilstand werd getekend, ging onder andere Duitsland nog een periode van hongersnood tegemoet. Europa likte zijn materiële en geestelijke wonden en kreeg bovendien met de Spaanse Griep een tweede klap te verwerken. In Versailles hoopte België met steun van de geallieerden op gebiedsuitbreiding (vooral ten koste van Nederland) en herstelbetalingen. Op de Duitse Oostkantons na en wat financiële kruimels die van de onderhandelingstafel vielen, bleef België op zijn honger zitten. Vooral in de Westhoek werden landbouwgebieden en huizen moeizaam maar zeker in hun oude toestand hersteld, maar economisch zou het de zware klap van de oorlog nooit meer helemaal te boven komen.
Persoonlijk vond ik de parallelle beschrijving van de militaire evolutie van WO I wat overbodig en hier en daar laat de auteur ook een historische of geografische steek vallen. Zo verwart de schrijver Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen (bladzijde 253). Desalniettemin vormt het boek wel een aanvulling op het beeld dat we na honderd jaar over deze Europese broederstrijd hebben gekregen.
Een excellente studie over wat Belgie geleden heeft onder de Duitse bezetting in de Eerste Wereldoorlog, and hoe weining het heeft gekregen als vergoeding onder de voorwaarden van de Vrede van Versailles.
De studie is heel goed gedocumenteerd en boeiend om lezen omdat het economische en politieke gegevens mengt met heel gedetailleerde voorbeelden van mensen en bedrijven. Ik moet er steeds aan denken dat wanneer ik nu voorbeelden zie van de verwoestingen en uitdagingen in Syrie of Yemen, dat Vlaanderen en tot op zekere hoogte Wallonie er bijna eender moeten hebben uitgezien.
Voor diegenen die geinteresseerd zijn in onze geschiedenis is dit een heel erg goed boek. Soms is de stijl wat houterig, maar dat nam ik er graag bij.
De economische positie van België voor WO I en de impact van de verwoesting worden uitgebreid en goed gedocumenteerd in beeld gebracht. Jammer dat de vergelijking niet wordt doorgetrokken tot na de wederopbouw en het herstel van de economie.