Vader worden of geen vader worden? Met deze vraag worstelt Erik Bergmans, illustrator en al vier jaar gelukkig samen met zijn vriendin. Het moment is daar. Maar zal een kind bij hem in goede handen zijn? Was hijzelf als kind in goede handen?
Deze vragen komen op scherp te staan als hij op station Amstel tijdens het spitsuur een man ziet lopen die als twee druppels water op hem lijkt. Met zijn fiere tred, dure stropdas en aktetas is de man een andere, ‘betere’ versie van hemzelf. Is de gelijkenis maar optisch bedrog of is er meer? Om daar achter te komen, besluit hij zichzelf te volgen.
In goede handen is een ontroerend en beklemmend verhaal over familie, identiteit en herinnering.
Dutch author, born in 1981. Welagen volgde de kunstacademie in Den Bosch en studeerde kunstgeschiedenis in Utrecht. Zijn debuut Lipari (2006) werd bekroond met de Selexyz Debuutprijs en stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs. In 2008 verscheen zijn tweede boek Philippes middagen en in datzelfde jaar ontving hij het Charlotte Köhler Stipendium, een prijs voor veelbelovend schrijftalent. In 2009 verscheen Welagens derde roman Verre vrienden die voor de BNG Literatuurprijs werd genomineerd, gevolgd door Porta Romana in 2011. Zijn roman Het verdwijnen van Robbert uit 2013 werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs 2014. In goede handen, zijn zesde roman, verscheen in 2015. Welagen publiceerde verhalen in onder andere Hollands Maandblad en HP/De Tijd. Voor De Groene Amsterdammer schrijft hij over beeldende kunst en interviewde hij Françoise Hardy.
Wie had je kunnen zijn? Een thema dat wordt aangepakt met een vleugje magisch-realisme. Die verhaallijn staat ten dienste van de grote vraag of iemand er ooit klaar voor is om vader te worden. En welke ‘sprong van vertrouwen’ nodig is om die stap te durven zetten. In drie zeer verschillende delen wordt dit uitgewerkt, het ene deel is sterker dan het andere. Met plezier gelezen, mede door de magisch-realistische spanningsopbouw. Helaas bleef ik daarbij toch op mijn honger zitten.
Dit was zo’n mooi ingetogen boek zoals ik inmiddels van deze auteur gewend ben. Het geeft zo veel voer tot nadenken over het ouderschap, relatie tussen broers en zussen etc. 🧡 Doet op surrealistisch vlak denken aan Haruki Murakami.
Opnieuw een krachtige roman van Welagen, een van de auteurs die me dit jaar het meest wist te verrassen. In dit verhaal komt Erik, een 32 jarige illustrator zichzelf tegen, maar in de gedaante van een succesvolle advocaat met 2 kinderen. Deze bizarre gebeurtenis is het begin van een zoektocht naar antwoorden op vragen hoe gebeurtenissen en keuzes in je jeugd je leven bepalen. Na de bizarre ontmoeting in deel 1, maken we in deel 2 kennis met de jeugd van Erik, zoals gezien door de ogen van Erik, wat dan weer in deel 3 genuanceerd wordt door de visie van zijn oudere broer Floris. Of nog : gebeurtenissen zijn bepalend in je leven maar je karakter en je keuze om hoe ermee om te gaan zijn doorslaggevend,. Veel stof tot nadenken. Een mooie om het jaar mee af te sluiten.
Wat een sterk verhaal. Conceptueel heel tof! Mooie taal en heel erg tot de verbeelding sprekend. De hoofdpersoon heeft Veel hang naar nostalgie en angst voor de toekomst, terwijl hij juist meer in het hier en nu zou moeten leven. (Zoals wij allen) Zeer aan te raden (dunner) boek!
Leest heel prettig. Originele kijk op hoe dingen uit je jeugd kunnen doorwerken naar het nu, twijfels over het leven etc. Ik had wel meer willen lezen, helaas stopt het verhaal op pagina 159.
Vol kalmte en rust beschrijft Robbert Welagen de universele vraag van een dertiger of hij/zij een ouder wil worden en vooral: zal een kind bij mij in goede handen zijn? Met simpele en heldere zinnen, maar ook voorzien van mooie symboliek, beschrijft hij dit proces zoals dat zich afspeelt bij de hoofdpersoon Eric Bergmans. Cruciaal hierbij is het feit of de eventuele aanstaande vader zelf in goede handen is geweest bij zijn ouders. Een ontmoeting met een dubbelganger, of anders gezegd betere versie van zichzelf (deel 1), een duik in Eric zijn jeugd en gezinsleven (deel 2) en tot slot de verhelderende rol van de broer van Eric (deel 3) geven uiteindelijk een idee over hoe keuze/gebeurtenissen bepalen hoe je leven eruit gaat zien en of het mogelijke danwel wenselijk is je te bevrijden van je eigen geschiedenis. Mooie, diepere lagen verpakt in een zeer prettig leesbare schrijfstijl!
Hoe zou je leven eruit hebben gezien als je ooit een andere keus zou hebben gemaakt? Of als een situatie zich buiten jou heeft voorgedaan waardoor je leven een andere wending heeft gekregen? Kloppen jóuw herinneringen aan je jeugd, of kloppen die van je broer, die het heel anders heeft ervaren? Hebben de gebeurtenissen in jouw verleden invloed op de beslissingen van je toekomst?
Zomaar wat vragen, die bij elk mens weleens door het hoofd schieten en waar Welagen een mooi boekje over heeft geschreven.
Erik Bergmans, illustrator en kunstacademiedocent, zit onbewust op een soort kruispunt in zijn leven. Zijn vriendin Carolien, leraar Engels in het vo, vindt het na vier jaar samenwonen tijd voor een kind, waar hij zich niet voldoende voor toegerust voelt. Die controverse hangt onuitgesproken boven hun relatie als hij vanuit de trein zijn dubbelganger op het perron ziet. Het blijkt een jurist te zijn, met een huis en een auto en drie kinderen, die Eriks naam draagt en dezelfde soort jeugdjaren heeft gehad. Deze ontmoeting brengt hem terug naar de tijd rond zijn 12e jaar, toen zijn ouders na een pijnlijk proces gingen scheiden en zodoende de veiligheid onder Eriks bestaan ondermijnden. Een intensief gesprek met zijn oudere broer, die gedurende de scheiding nogal afwezig was, brengt soelaas, althans, dat is wat ik na het open einde denk. Vooral de scheidingsperiode, als Erik in groep 8 zit en nergens heen kan met zijn emoties, is beklemmend beschreven. De 'dubbelganger', die alles is wat Erik na zijn 12e niet is geworden maar misschien wel had kunnen worden, fungeert als een soort spiegel waarin hij helderheid probeert te zien en die daar gaandeweg ook uitzicht op geeft. Of die dubbelganger, zijn 'andere ik' noemt Erik hem, echt bestaat, is niet relevant maar wel intrigerend.
Na een bijzondere premisse (Erik komt 'zichzelf tegen', hoe hij had kunnen zijn als zijn 12e levensjaar anders was verlopen) en een prangende vraag van zijn vriendin ('wanneer gaan we aan kinderen beginnen?'), wordt het echte verhaal in het langste deel 2 van dit boek verteld: de maanden waarin Eriks gezin na 12 gelukkige jaren uit elkaar valt als zijn ouders gaan scheiden. Wat heeft dit voor Eriks leven betekend? Kan hij na die ervaring zelf wel voor een gelukkig gezin zorgen?
Zijn broer komt met de nuancerende antwoorden, waarmee Welagen lijkt te willen zeggen: het gaat om je karakter, niet om je voorgeschiedenis. Een mooi antwoord voor Erik, maar verder misschien een wat simpel/oppervlakkig antwoord.
Alweer een klein maar fijn boek van Robbert Welagen over wat een scheiding doet met een kind. Ik hou van zijn zuivere taal, zijn rake observaties en zin voor detail.
Wat een diep-doffe treurnis is dat, zeg, als de hoofdpersoon het over de gezinssituatie heeft twintig jaar terug, toen hij twaalf jaar was. Een soort berusteloosheid, een terugblikkende ongerustheid, een bijna gelaten soort ongedurigheid, maar vrolijk is het nergens, en dat gewoon zó monotoon, dat wil je niet weten. Alsof de auteur een afgevlakt bewustzijn had tijdens het schrijven. Knap als je dat kunt, vrolijk stemmend is het totaal niet. Is het dan (toch) geslaagd? Ja zeker, bezien vanuit de veronderstelde bedoeling van de auteur om een beklemmende sfeer weer te geven. In deel 3 is de hoofdpersoon in gesprek met zijn broer, komt tot een zeker besef en dat vormt een belangrijke schakel tussen zijn aarzeling over het ‘aangaan’ van het vaderschap en het terugdenken aan de gezinssituatie in zijn tienertijd. De verdere afwikkeling van het verhaal voelt al als een warme douche, voordat daarvan daadwerkelijk sprake is. JM
Het begint zeer veelbelovend, vintage Welagen, over een ontmoeting met 'zijn betere ik'. Verderop begint de structuur echter wat te wankelen, met een terugblik naar de jeugd van de ik-persoon, terwijl die betere ik nu juist zo interessant was. Dat is jammer, maar over het geheel toch de moeite waard.