'Mijn gedachten zijn de eilanden waartussen ik zit, de eilanden waartussen ik zit zijn mijn gedachten. Bij het wakker worden, een moment tussen het onderbewustzijn en het bewustzijn, in die seconden waarin dromen geen dromen meer zijn, maar ook nog geen gedachten: zijn gezicht, niet lachend, niet huilend, niet lief of kwaad. Een gezicht waartegen onmogelijk op te boksen valt.' De tekst is een relaas van de tijd onder kameraden die aan deze gebeurtenis voorafging, maar vooral van hoe het leven verder gaat nadat het gestopt is. De verteller onderzoekt in De brulaap hoe doden verder leven en het sterven dat overleven vaak impliceert. De poëtische zinnen bezweren een lot dat enkel door de literatuur geplaatst kan worden. Een desolate reconstructie van een gouden 'destijds'; een wanhopig samenpuzzelen van herinneringen aan een tijdperk waarna alleen nog diepe existentiële eenzaamheid tastbaar is. Zelden liet een auteur een scherpere landkaart achter van de door de lezer te bewandelen weg. Zelden was die tegelijk raadselachtiger.
Dit is voor mij het moeilijkste boek dat ik dit jaar las. Het boek is een aaneenschakeling van flarden herinneringen. Brulaap en Luipaard zijn de totemnamen van 2 vrienden. Hoewel nergens expliciet gezegd is het duidelijk dat de ik-persoon iets traumatisch heeft meegemaakt. Hij plaatst herinneringen in cafés, in een park, in de stad. Zeer poëtische taal. De ik-figuur probeert zijn leven duidelijk weer op de rails te krijgen maar blijft hangen in het verleden, in herinneringen, in flarden, in druppels, in pijn. ‘Mijn gedachten zijn de eilanden waartussen ik zit, de eilanden waartussen ik zit zijn mijn gedachten. Bij het wakker worden, een moment tussen het onderbewustzijn en het bewustzijn, in die seconden waarin dromen geen dromen meer zijn, maar ook nog geen gedachten: zijn gezicht, niet lachend, niet huilend, niet lief of kwaad. Een gezicht waartegen onmogelijk op te boksen valt.’ Hoewel niet autobiografisch, de auteur was in zijn studententijd slachtoffer van een ongeval dat de pers gehaald heeft.
Dit is een uitdaging, wel een zeer poëtische. En toch ben ik blij dat ik het gelezen heb.
Een rouwproces. Het uitschrijven van gedachten en gevoelens tijdens die periode. Knap, echt. Ik mis alleen iéts om het boek vier sterren te kunnen geven. Maar ik weet niet wat. Iets meer samenhang misschien?
Het literair equivalent van een kluwen kerstlampjes die ontward moeten worden: je begint er vol goede moed aan, halverwege wil je er al vloekend de brui aan geven, maar als je volhoudt zie je op het einde wel het licht ...
This is a tale about loss. A tale about the raw emotion of all emotions. A tale about stripping down to the essence of life, the bear minimum of yourself only to consume whatever purity there is.
A tale about self-destruction. Revolting against what makes you. Choosing temporary madness. Becoming your own worst enemy. Poking and provoking just to get a reaction. Facing the only truth known. Looking death in the eyes, and overcoming it. Choosing life subconsciously by waking up every morning. Allowing sadness turn into anger. Allowing anger linger for as long as needed.
A tale of resurrection. Of retrieving the broken pieces and putting them all together. All the while having the fractured parts proudly adorn its cracked reflection, mirroring the stronger foundation formed during the destruction.
It is a tale of courage. Courage that few people discover to posses. Courage that could only be revealed in extreme moments of fright and panic.
A tale about vulnerability. I will show you my pain even if you don’t show me yours. In mere hope that this exposition to light would heal the old wounds, soothe the scars and not really restore what has passed but teach how to live despite of its imprinted presence.
A tale about hope. Hope of starting over when everything suggests ‘the end’.
A tale about dreaming again, in a time where dreams were thought to be a luxurious fragment of the past.
A tale about the possibility of tomorrow. A tale about the hope of happiness. Not a hollow chest, but a full breath of happy particles of air in and out.
Breathe in, breathe out, relax and believe in the chance given to be here, today.
'De Brulaap' is het veelbelovende, raadselachtige debuut van de jonge Antwerpse schrijver Christophe Bell. Mooi vormgegeven en sobere kaft (geen korte inhoud, geen auteursportret) en dat voegt meteen iets toe aan de mysterieuze waas die rond dit boek hangt. Christophe Bell verwerkt in 'De Brulaap' het verlies van een vriend. Maar ook meteen het einde van een (zeer onschuldig?) tijdperk. Bell werpt interessante beelden op. Soms is dat morbide, de gedachte aan hoe vrienden aan hun eind komen, maar evenwel is het zingevend, hoe blijven doden verder leven? Gedurende de hele roman voel je dat Bell aan het puzzelen is. Hij werpt herinneringen en angsten op, gesprekken die hij met een psychiater heeft, wisselt donkere gedachten met dromen af. Laat flarden uit zijn onderbewustzijn aan het oppervlak komen. Het zijn vaak de boeiendste passages. Vormelijk zoekt hij de grenzen op tussen poëzie en proza.'De Brulaap' is dan ook geen gemakkelijk boek. Maar het is rijk aan verbeelding, verdriet, zingeving en taalgebruik en beschrijft perfect de rauwheid en onvoorspelbaarheid van rouw. Zeer goed debuut.
Passages:
"Wie bevuilt hier het beeld van oude mannen, verheven boven de tijd, misbruikt hun nalatenschap - wat is dit waard? - en zij die nog leven, maar ook zij die al dood zijn, kijken mee en schudden dan van nee. Zij zeggen niet meer alles is goed jongen. Slag angst."
‘Mijn gedachten zijn de eilanden waartussen ik zit, de eilanden waartussen ik zit zijn mijn gedachten. Bij het wakker worden, een moment tussen het onderbewustzijn en het bewustzijn, in die seconden waarin dromen geen dromen meer zijn, maar ook nog geen gedachten: zijn gezicht, niet lachend, niet huilend, niet lief of kwaad. Een gezicht waartegen onmogelijk op te boksen valt.’