De filosofen hebben de kunst vele malen ‘vermoord’. Ze hebben verklaard dat de kunst was overvleugeld door het rationele denken (Hegel). Of ze hebben het einde van de kunst afgekondigd (Danto).
Maar nooit is er zo veel nagedacht over de kunst als na de doodverklaring van de kunst.
Dit boek schetst het landschap van de kunsttheorieën uit de twintigste en eenentwintigste eeuw. Binnen de filosofie, maar ook erbuiten.
Want niet eerder hadden wetenschappers uit zo veel verschillende disciplines belangstelling voor de kunst. Vanaf 1900 was de filosofie haar monopolie op de esthetica kwijt. In dit boek komen – behalve filosofen – ook antropologen, literatuurwetenschappers, taalkundigen, politieke denkers en psychoanalytici aan het woord.
Interessante inleiding tot de cultuurfilosofie en een kennismaking met de belangrijkste denkers, die het discours over kunst en cultuur van de laatste 100 jaar hebben beïnvloed. Ik vond, evenwel, weinig concrete verbanden of voorbeelden in de kunst zelf. Maar, misschien is dat iets voor een volgende boek ? Ook vraag ik mij af wat de relevantie is van sommige vermelde details uit het persoonlijke leven van de besproken denkers. Wat is het belang voor het thema om te weten dat iemand regelmatig het nachtleven en bordelen frequenteerde ?
Degelijk overzicht van de kunstgeschiedenis vanuit filosofisch perspectief. Beetje droog en - maar dat is een keuze bij zo’n weidse opzet - weinig diepgang.