In de Ilias van Homeros (tweede boek) komt één keer een gewone soldaat voor: Thersites. Hij is de lelijkste Griek voor Troje, want hij vertegenwoordigt het volk, klaagt het wanbeleid van de leiders aan en eist verantwoording voor het zinloze bloedvergieten. Hij lijkt een democraat en een antimilitarist avant la lettre. Jaren later leidt Thersits Trojanen en Grieken rond in de vewoste gewesten. Vrij vlug geeft hij de dubieuze bedoeling van zijn 'rondleiding' prijs. Hoewel hij de Griekse en Trojaanse helden (Agamemnoon, Achilleus, Odysseus, Kalchas, Hektoor) aanvankelijk lijkt te idealiseren, ontmaskert hij hun karakter, hun gedragingen en vooral hun machtshonger. Tevens schept hij een genuanceerd beeld van het bedrog van deze en alle oorlogen. Thersites lijkt aanvankelijk een antipathieke leugenaar. Een vuilspuiter die niemand spaart. Maar beetje bij beetje geeft hij zich prijs aks ee innerlijk gekwetste, die hunkert naar sympathie en waardering. Hij liegt de waarheid en groeit uit tot een symbool van de kleine man, het eeuwige slachtoffer. In de balsturige reconstructie van de Ilias van Homeros door Thersites, wordt de oorlog van Troje het symbool van iedere oorlog. Een herinnering aan de toekomst.
Een vreemde tekst: een theatermonoloog, maar eigenlijk toch ook een leestekst. Sommige zinnen werken alleen als je ze hardop uitspreekt. Aan het begin is de tekst enkellaags, platvloers en zo nu en dan grof. De diepgang komt later en dan blijkt er een heel origineel perspectief op de mythe van Troje onder te liggen. Een weinig mythisch perspectief vol kritiek op de oorlog. En dan blijkt het personage van Thersites ineens veel gelaagder en menselijker. Het einde is ronduit heftig.