Rutger Bregman (born April 26, 1988) is a Dutch historian and author. His books Humankind: A Hopeful History (2020) and Utopia for Realists: How We Can Build the Ideal World (2017) were both Sunday Times and New York Times Best Sellers and have been translated in 46 languages.
In 2024, he co-founded The School for Moral Ambition, a non-profit organization inspired by his latest book Moral Ambition (2025) that wants to help as many people as possible to take the step towards a job with a positive impact.
Ietwat eenzijdig maar zeer vlot geschreven en interessant betoog over (on)gelijkheid en al dan niet verdiende rijkdom. Duidelijke en goede voorbeelden, stilistisch sterk, idealistisch doch met sterke argumentatieve onderbouwing.
Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers door Bregman leest gemakkelijk en is vlot geschreven. Verder vond ik het een vrij warrig maar vooral een zeer eenzijdig idealistisch/activistisch boek. Ik heb meer economische boeken met nadruk op ongelijkheid gelezen met linkse invalshoek (bv Milanovic en Ha-Joon Chang) die minder warrig zijn en een stuk beter onderbouwt zijn ofwel met bredere invalshoek ofwel met statistieken/cijfers. Wat Bregman slim doet, is onrechtvaardige elementen uit het huidige economische systeem halen om vervolgens te pleiten voor systeemverandering (veel meer vermogensbelasting, basisinkomen) om ongelijkheid te bestrijden. Maar hij doet dit in extreem grove idealistische stappen zonder goed de onderliggende verbanden te beargumenteren/bewijzen zoals bv de hamvraag: Is er wel een causaal verband tussen die enkele onrechtvaardige voorbeelden en de volgens hem grote ongelijkheid? Bovendien, valt het bijvoorbeeld niet op dat hij extreem kieskeurig is met die onrechtvaardige elementen uit het economische systeem pikken? Waarom gaat het niet over de honderd duizenden ambtenaren die er de kantjes vanaf lopen en daarnaast met hun baan ook amper productiviteit toevoegen? Of over de subsidie en uitkeringstrekkers die onvoldoende prikkels krijgen om uit die slachtoffer positie / sociale vangnet te komen en zelf (meer) productiviteit toe te voegen? Dat past natuurlijk niet in zijn verhaal!
Daarnaast blijft een precieze definitie of metric ook uit over de 'bullshit jobs'. Wie krijgt de macht hierover? Volgens mij is het veel enger om een instantie zo veel macht te geven om te gaan bepalen voor de maatschappij wie er bepaalde waarde toevoegt en wie niet? Voetballers verdienen miljoenen met een balletje trappen maar voegen geen directe waarde toe. Blijkbaar kijken en betalen mensen daar toch vrijwillig voor. Is dan het idee om voetballers meer te belasten omdat ze geen of minder directe waarde toevoegen? Ik snap de redenatie maar ik vraag me sterk af hoe veel waarde voetballers daadwerkelijk toevoegen. Hiermee bedoel ik dus niet direct maar indirect, ze creëren honderdduizenden banen en laten miljoenen mensen ontspannen die daardoor wellicht meer waarde toevoegen. Die mensen betalen daar vrijwillig voor. Schaalt de toegevoegde waarde niet gewoon met wat mensen vrijwillig betalen? Dus om aan te sluiten over wat ik eerder benoemde; Bregman stelt dat er een systeemverandering plaats moet vinden en motiveert dit met specifieke onrechtvaardige voorbeelden. Maar liggen er niet gewoon verkeerde prikkels/randvoorwaarden die veel simpeler en effectiever oplossing kunnen bieden. Ingaan op die specifieke verkeerde prikkels waardoor bv de financiële markt groter is dan 'natuurlijk' zou zijn of flitshandelaren goed verdienen doet Bregman verder ook niet. Over de flitshandelaren: Ik zal eerlijk toegeven dat ik alleen zondag met Lubach heb gezien en daar komt het wat onrechtvaardig over maar een beetje googelen levert bijvoorbeeld ook dit artikel op dat uitlegt dat het allemaal iets gecompliceerder ligt: http://deeconometrist.nl/high-frequen... . Hoe langer ik erover nadenk hoe meer ik me stoor aan de eenzijdigheid en eigenlijk naar mijn idee populistische taal die een groot gevoel van onrechtvaardigheid op tracht te roepen zonder daar gedetailleerde bewijzen en argumentaties bij te geven.
Tot slot wil ik nog even in gaan op de 4 vormen van onverdiend inkomen die Bregman noemt, vermoedelijk vooral om het onrechtvaardigheidsgevoel nog maar eens aan te wakkeren. Bredere visie, oplossingen of details over wat er precies onrechtvaardig zou zijn, ontbreken. • Geboorte; Klinkt leuk maar wat valt hier realistisch aan te doen? Een belangrijk doel in het leven voor veel mensen is het beste regelen voor hun kroost. • Grond; Meeste waardestijging zit volgens mij in vastgoed dat grotendeels door wanbeleid overheid is veroorzaakt. Zij laat immers te weinig bouwen om migratiesaldo & meer alleen wonen te compenseren. Hier zou hij dus juist als progressieve idealist voor een tijdelijke oplossing kunnen pleiten om grootgrond/vastgoed bezitters extra belasting te laten betalen om te voorkomen dat zij effectief onevenredig en onrechtvaardig van profiteren. Dus omdat ze meer rendement halen voor hetzelfde risico vanwege overheid falen in plaats van acteren in 'vrije markt'. • Patenten; Vooral in dit stukje druipt het populisme eraf. Er zouden alleen maar grote bedrijven zijn die misbruik maken van het patent mandaat om maximaal de zakken te vullen in deze monopolie positie. Waar is de weloverwogen analyse dat dit systeem meer schade veroorzaakt dan het waarde oplevert? De positieve invalshoek van patenten ontbreekt volledig! Stel dat bedrijf A 100 miljoen steekt in onderzoek voor bepaald product en dit product voor 100 euro op de markt brengt waardoor de onderzoekskosten in X aantal jaar terugverdiend zijn. Bedrijf B maakt product na en brengt het op de markt voor 50 euro want geen onderzoekskosten! Welke motivatie hebben bedrijven dan nog om ergens onderzoeksgeld in te steken? • Conjunctuur; De hoge bedragen, salarissen en enkele quotes moet het onrechtvaardigheidsgevoel aanwakkeren tegen de zakkenvullers van de financiële markt. In plaats van gedetailleerd uit te leggen waar het mis gaat en met specifieke oplossingen te komen is er wederom gekozen om een bepaald onderbuikgevoel op te roepen. Waarom niet ingaan op welke prikkels zorgen voor een ‘grotere’ financiële markt dan wenselijk? Of hoe groot is de financiële wereld überhaupt? Zijn het de overheden die deze markt in stand houden of brengen burgers vrijwillig veel geld naar deze markt?
Kortom een eenzijdig, idealistisch boek waarin een systeemverandering wordt betoogd. Door onrechtvaardige elementen uit het huidige systeem aan te halen probeert Bregman een afkeer van het hele huidige systeem op te roepen door in te spelen op de onderbuikgevoelens. Diepere details over wat er in het huidige systeem misgaat en waarom specifieke gerichte oplossingen niet werken ontbreken. Daarnaast roept een titel als ‘waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers’ in ieder geval de verwachting dat er ergens in het boek het daadwerkelijk bruto- en nettosalaris wordt vergeleken maar helaas, ook dit ontbreekt! Vermoedelijk zal dit boek voor bepaalde groep mensen wel de juiste snaar raken maar voor mij in ieder geval niet.
Interessant essay dat eigenlijk gewoon heel goed wordt samengevat door de titel. Het is hier en daar wat stellig (maargoed dat is ook wel het doel) en zou dan misschien iets meer argumentatie kunnen gebruiken. Verder echt van genoten, zeker ook van de beoordeling van de bronnen op het einde.
Ik neem even in gedachten dat dit boek 10 jaar oud is en er in die 10 jaar ook wel het één en ander is veranderd. En ook zeg ik eerlijk dat ik me niet heel erg anders voel als voor ik dit boek las. Maar goed, tijd zal het leren en ik zal hoe dan ook ieder feitje uit dit boek in ieder gesprek benoemen (zoals bij alle boeken van de correspondent). Deze review wil ik beëindigen met een bedankje aan de vorige onbekende eigenaar, want daardoor heb ik nu een boek met de handtekening van Rutger Bregman (mijn guru).
Naar mijn mening een leuke aanvulling bij het lezen van zijn andere boek Gratis geld voor iedereen. Wel ietwat kort door de bocht bij vlagen. In de bronnen staat een aantal werken vermeld dat als inspiratie heeft gediend. Ik denk dat dit boek een goede inleiding geeft om dat soort werken over ongelijkheid, de rol van de economie en dergelijke verdiepend te gaan bestuderen.
Om het toch maar ergens in m’n recensies te noemen: ik vind Rutger stilistisch zeker sterk vanuit praktisch oogpunt, maar absoluut verre van intrigerend. Soms roept het zelfs een gevoel van betutteling op.
Een kritische kijk op de verdeling van inkomsten in de westerse wereld, vanuit een economisch en filosofisch perspectief. Leest goed weg en wordt verduidelijkt aan de hand van vele voorbeelden. Tof.
Leuk boekje wat enerzijds diepgaand is, anderzijds oppervlakkig en soms strooit met quotes en voorbeelden. Het idee is duidelijk en dat onderschrijf ik. De ongelijkheid is enorm en daar moet iets aan worden gedaan. “De toekomst van de ongelijkheid blijft door en door politiek. Alles hangt af van de keuzes die we maken als samenleving. Wat we al wel weten is dit: te veel ongelijkheid ondermijnt de democratie. En hoe ongelijker een land wordt, hoe kleiner de kans dat er iets aan gedaan wordt.” Het gevaar zie je in de VS heel sterk. Denk aan Musk die simpelweg door zijn machtspositie - lees: honderden miljarden en een aantal bedrijven - invloed uitoefent op de Amerikaanse politiek.
Al met al denk ik dat - met meer diepgang en argumenten van voors én tegens - dit essay in uitgebreide boekvorm meer tot zijn recht was gekomen.
Aantal stukjes die ik heb bewaard:
18: ‘Ook voor Marx was het zo klaar als een klontje dat niet iedere vorm van inkomen gerechtvaardigd is. Dat wil zeggen: zowel Adam Smith, de aartsvader van het kapitalisme, als Karl Marx, de grondlegger van het communisme, vond het volstrekt normaal om morele oordelen te vellen over wat echt van waarde is. In het boek dat hij zelf zijn grootste werk noemde, The Theory of Moral Sentiments, noteerde Smith zelfs: 'De neiging om de rijken en machtigen te bewonderen of zelfs te vereren, en om mensen die arm zijn te verachten of op zijn minst te negeren, is de voornaamste en meest wijdverspreide oorzaak van het verval van onze morele gevoelens.'
45: ‘Voor alle duidelijkheid: geld verdienen zonder bij te dragen is niet makkelijk. Je moet er getalenteerd, ambitieus en intelligent voor zijn. De bankenwereld barst van de slimme mensen. 'Het genie van de grote speculatieve investeerders is dat ze zien wat anderen niet zien,' schrijft de econoom Roger Bootle. 'Dat is een vaardigheid. Maar het is ook een vaardigheid om op één teen te balanceren met een theepot op je hoofd, zonder te morsen.' Dat iets moeilijk is, kortom, wil niet zeggen dat het ook van waarde is.’
51: ‘Het is steeds winstgevender geworden om juist niet te innoveren. Stel je voor hoeveel vooruitgang we hebben gemist doordat duizenden genieën hun tijd hebben verdaan met het ontwikkelen van een hypercomplex financieel product dat uiteindelijk vooral schade aanricht, of met het uitvinden van een medicijn dat eigenlijk al bestaat, maar dat toch net een ietsepietsie verschilt van het origineel, waardoor er weer een nieuw patent kan worden aangevraagd door een slimme jurist en de overbodige pil door de briljante pr-afdeling in een nieuw jasje kan worden gestoken. 'De grootste geesten van mijn generatie denken na over de manier waarop ze mensen het beste op advertenties kunnen laten klikken,' verzuchtte een oud-rekenwonder van Facebook onlangs nog.’
88: ‘De toekomst van de ongelijkheid blijft door en door politiek. Alles hangt af van de keuzes die we maken als samenleving. Wat we al wel weten is dit: te veel ongelijkheid ondermijnt de democratie. En hoe ongelijker een land wordt, hoe kleiner de kans dat er iets aan gedaan wordt.’
Een pleidooi om de economie weer een meer (moraal)filosofische discussie te maken, wat het van oorsprong was, in plaats van de wiskundige wetenschap die op basis van simpele modellen redeneert dat in een vrije markt prijs en waarde (de twee betekenissen van verdienen) gelijk zijn.
Het was ietswat eenzijdig en soms wat kort door de bocht, maar verder wel interessant en nodigt uit om er meer over te lezen.
"Tegenwoordig lijkt een economisch leerboek niet op een introductie in de filosofie, maar op een introductie in de natuurkunde." Als economiestudent sluit ik me daar helemaal bij aan, en ik weet nog niet zo goed wat ik ervan moet vinden. Dit was een erg interessant boek, alleen soms een beetje warrig geschreven.
Super verfrissende doch intuïtieve blik op economie en hoe we denken over geld verdelen en verdienen binnen de huidige maatschappij. Fijn dat moraliteit weer ruimte mag binnen economische theorie.
"Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers" is ook zo'n parel van Rutger Bregman. Het verscheen enkele jaren geleden al - in kortere versie- op de website van de Correspondent. Dit boek leert je het verschil tussen "verdienen" (als in geld verdienen) en "verdienen" (als in aanspraak maken op). Het is voor ons misschien logisch dat een vuilnisman meer verdient dan een bankier gezien zijn of haar beroep onmisbaar is. Dat wordt leuk gekaderd aan de hand van een anekdote over een staking van vuilnismannen in New York en bankiers in Ierland. Bregman herhaalt de geschiedenis voor jou nogmaals en vertelt het totstandkomen van het geesteszieke kapitalisme. Voor het kapitalisme telt alleen maar voor wie geld produceert, daar ook aanspraak mag op maken. Echter zijn er vandaag de dag enorm veel bullshit jobs die geen meerwaarde produceren en die eigenlijk geen geld opbrengen, maar gewoon verplaatsen (zijnde bankiers). Vuilnismannen bv. creëren wel meerwaarde en mogen daar navenant voor beloond worden.
Interessant pamflet dat meer potentieel zou hebben, mochten er enkele valkuilen vermeden worden. Als niet-Nederlander voelt dit eerste deel wel heel hard aan als een afrekening met Rutte, waar de auteurs hun eigen argument onderuit halen (economen die zich baseren op een 100 jaar oud werk kunnen onmogelijk relevant zijn, terwijl ze zelf consequent het wereldbeeld van Cort van der Linden verkiezen boven dat van Rutte). Het kritiekloos slikken van Piketty's wereldbeeld zonder melding te maken van de tekortkomingen van zijn werk, doet het basisidee achter dit boek geen eer, jammer genoeg. Ook het aspect risico met betrekking tot kapitaal buiten beschouwing laten, vind ik een gemiste kans om de andere kant van de medaille toe te lichten. Dit gezegd zijnde, terwijl ik mij op veel punten niet kan vinden in de tekst, bouwen de auteurs een mooi betoog op dat zeker enkele interessante en tot nadenken stemmende argumenten bevat. Boeken die me tot nadenken aanzetten, verdienen op zijn minst drie sterren. Dus bij deze!
Het is een interessant boek met een uiterst complex thema. Wat mij voornamelijk stoorde, naast de schrijfstijl, was zijn over de kam, ontzettend generaliserende en vaak onbeduidende redenatie. Ik ben het zeker met hem eens dat er grote problemen zijn en het is een gegeven dat de de inkomensongelijkheid is toegenomen - de problemen die Bregman schetst zijn zeker niet vreemd -, maar de redenatie schiet alle kanten uit, van een liberaal probleem/Rutte-probleem dat tegen hun eigen waarden ingaat zonder ontwikkelingen van het liberalisme te schetsen in de afgelopen honderd jaar, tot iets waar we nooit van af komen. Het komt erop neer dat Bregman een te groot probleem wil bespreken wat de mensheid al eeuwen groots beinvloed in slechts tachtig pagina's.
Dit essay liet mij vanzelfsprekendheden heroverwegen. Het is geschreven vanuit het gegeven dat niet alles wat verdiend wordt, daadwerkelijk verdiend is. Economie wordt, in tegenstelling tot wat mij op school is geleerd, terug gebracht tot een tak van de moraalfilosofie. Interessant & nuttig! (4)
Most of what's in this collection of essays I had already read on 'The Correspondent', but nonetheless it's nice to have it bundled in one book. Recommended reading!
Plottwist: Thomas Edison is een leugenaar en profiteur. Geen plottwist: Mark Rutte is een leugenaar en profiteur.
Het boek heeft het over ongelijkheid en de rol van het kapitalisme hierin (duh). Over het algemeen ga ik wel akkoord met de meeste punten die de auteurs hebben aangehaald. Ik heb wel een nieuw inzicht gekregen tegenover patenten en het concept ervan. Het leek me altijd iets dat “voor de hand ligt” dat als je iets nieuws innoveert je het idee patenteert, maar eigenlijk houdt dit innovatie juist tegen en is het gewoon een tool om de rijken rijker te maken. En eigenlijk is alle innovatie een resultaat van duizenden mensen, de persoon die het patenteert heeft eigenlijk gewoon dat ene laatste procentje van de honderd toegevoegd, maar krijgt anders wel alle credit (en de miljarden dollars). Zoals Edison bijvoorbeeld.
Maar hun idee over erfenis vond ik dan wat minder. Dat is ook een concept dat niet mag bestaan volgens dit boek. “Het is de oorspronkelijke erfenis van de hele soort”. Ik vindt wel dat als je je hele leven hebt gewerkt en je eigen geld of bezittingen aan je kinderen wilt doorgeven dat dat dan ook moet kunnen. Maar volgens dit boek is ook dat ongelijkheid, wat ik aan de ene kant wel begrijp omdat dit ook het geval is maar ongelijkheid moet (in heeeeel beperkte mate) om de drijfkracht van de mens gaande te houden en daarbij dus ook innovatie en evolutie.
“In zekere zin parasiteren wij allemaal op elkaar, op onze voorouders en op de rijkdommen van de aarde. Daar is ook een woord voor: beschaving” shiiiiiit guess i’m a parasite
Aanrader, het boek geeft geen directe conclusie op de vraag “waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers” maar biedt inzichten. Vooral voor mensen die geobsedeerd zijn door “rijk worden” is het een aanrader om te lezen. Want wat is rijkdom? Hoe wordt je rijk?
Daarnaast is de titel van het boek ook erg mooi en kan deze ook op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Geschreven in begrijpelijke taal en leest makkelijk weg, binnen een week ben je er doorheen.
Aanrader, aanrader, aanrader. (Eigenlijk 4,5 ster maar ik mag geen halve sterren geven).
Great book! I've read Rutger Bregmans "Utopia for realists" before and you really see this book lead up to the making of his other book. Great read on the history of inequality and the origin of "disturbed capitalism and liberalism". The book starts with a nice mix between economic frameworks and philosophical and moral thoughts where clearly explains the origin of the growing problem of inequality both in income as in equity and assets.
Hele interessante debatten over liberalisme. Ik ben mee eens dat wij moeten terugkeren naar "politieke economie" in plaats van blind de cijfers en grafieken volgen van zogenaamde "economie". De ethische, morale en filosofische kant van economie zouden wij nooit moeten vergeten. Ook vind ik interessante hoe de schrijvers de geschiedenis van een verzorgingsstaat hebben geschreven. Gewoon echt een goeie read voor mensen die geïnteresseerd zijn in politieke economie en ongelijkheid.
Sterk essay over (on)gelijkheid in de economie en de manier waarop we geld verdelen en verdienen, waarbij diverse disciplines worden aangehaald en veel argumenten vanuit een filosofisch perspectief wordt weerlegd. Het is heel boeiend hoe de schrijvers liberalisme zoals het ooit is ontstaan vergelijken met de Nederlandse politieke partijen die zich nu identificeren als liberaal. Het is een inleiding, maar de bronnen die aan het einde worden aangehaald bieden eventuele verdieping en dat is erg prettig.
Ja kijk ik vond oprecht dat er interessante ideeën werden aangedragen, maar ik denk niet dat ik hier het juiste publiek voor ben. Het voelde een beetje als mijn examentraining economie en dat was niet mijn beste tijd kan ik je zeggen. Nb: nog slechts 1 Correspondent boek op de Correspondent stapel te gaan :’)
Dit staat dus al een jaar of tien in de kast te wachten tot ik het eens zou lezen. Een decennium geleden zou ik dit wellicht meer sterren geven, ingegeven door een ontzettend eens-zijn met de inhoud. Nu beoordeel ik die toch anders - het essay komt wat eenzijdig op me over en soms moest ik echt mijn best doen de aandacht erbij te houden. Wat ik niet vergeet: dat de gemiddelde economiestudent meer lijkt te moeten begrijpen van hoe natuur- en/of wiskunde werkt, dan dat die hoeft te beschikken over filosofische, antropologische of historische kennis van zaken.
Interesting history lesson, some interesting research is mentioned as well, but overall it doesn't tell me anything groundbrakingly new or change my opinion. I already agree with the premise, and the insights weren't surprising. Nonetheless, nice read, a good one to lent out.
Ik vind het een goed essay, vooral als beginner, zoals ik, in de economie. Ik vond het laatste hoofdstuk 'ongelijkheid in de eenentwintigste eeuw' zeer goed en interessant om te lezen ook vanuit een sociologische oogpunt.