Dit is, na ‘Dagboek van een man’ en ‘ Virginia’, de 3e Grøndahl dis ik gelezen heb. En alle drie gingen ze over terug blikkende mannen van middelbare leeftijd, met meerdere relaties die geen stand hielden, zeer welbespraakt en toch ook enigszins tobberig.
‘Indian summer’ speelt in een kunstmilieu en gaat over een man, (ex-?) schrijver, die terugkijkt op zijn relatie met Alma die hem tot twee keer toe verlaat voor de schilder Gustav.
Aan alle drie Grøndahls hou ik vergelijkbare gevoelens over: van tijd tot tijd briljant taalgebruik, prachtige zinnen en beschrijvingen, tegelijkertijd ook regelmatig over-the-top barokke zinsconstructies. Van tijd tot tijd prachtige overpeinzingen, maar soms wordt het te veel, tot uitdrukking komend in het te pas en te onpas gebruik van het woord ‘misschien’. Maar de balans blijft zéker positief, niet in het minst verwoord door Tom van Deel op de achterflap: “Grøndahl verstaat de kunst om de eenzaamheid van zijn personages voelbaar te maken en om de volkomen ontoereikendheid van de menselijke omgang te tonen.”