Het essay, het meest vrije genre in de literatuur, is de laatste jaren aan enorme veranderingen onderhevig. Wat ooit een speelplaats was voor schrijvers om kunst en wereld, mens en maatschappij uit te leggen, is nu veel meer een plek waar herinneringen worden opgediept en identiteiten worden gecreëerd. Tien jaar na Joost Zwagermans monumentale bloemlezing van de Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 200 essays trekken Nina Polak en Joost de Vries het essay de 21ste eeuw in. In De wereld in jezelf hebben zij zestig hedendaagse essays van Nederlandse en Vlaamse auteurs bijeengebracht die laten zien hoe sprankelend en levend het essay vandaag de dag is _ en ook hoe persoonlijk en authentiek. Maar tegelijk vormt het boek een sprankelende geschiedenis van onze samenleving van de laatste twee decennia. Nina Polak (1986) is redacteur bij De Correspondent. Ze schreef de romans We zullen niet te pletter slaan en Gebrek is een groot woord. Ze ontving het Charlotte Köhler Stipendium 2018. Joost de Vries (1983) is redacteur bij De Groene Amsterdammer. Hij publiceerde de romans Clausewitz, De republiek (Charlotte Köhler Stipendium 2013, Gouden Boekenuil 2014), Oude meesters en de essaybundel Vechtmemoires.
Heel leuk om een overzicht te krijgen van onze hedendaagse Nederlandse en Vlaamse (essay)schrijvers. Ik heb heel veel nieuwe namen leren kennen en/of voor het eerst gelezen en als bloemlezing was het zeker geslaagd, maar ik ben wat teleurgesteld door een paar van de essayteksten zelf. Had ik meer van het genre verwacht? Mag er meer van worden verwacht? Wat een essay precies is, is moeilijk te definiëren, maar dat het een literair genre is, staat buiten kijf en het is precies op dat punt dat sommige teksten mijn (te) hoge verwachtingen niet inlosten. Misschien had ik qua stijl en inhoud een grotere verscheidenheid verwacht? (Ik neem me voor om me nog meer in het genre in te lezen.) Ook vermoed ik dat een bloemlezing onvermijdelijk een vervlakkend effect op mijn leeservaring kon hebben. Sommige teksten van schrijvers van wie ik al beschouwende teksten las, kon ik in deze context minder smaken. Misschien omdat je in een bloemlezing nooit helemaal weet wat je mag verwachten, terwijl je bij een tekst die je welbewust kiest, wel min of meer weet wat het onderwerp of de stijl zal zijn? Anderzijds vond ik een heel aantal teksten, vooral naar het einde toe, literaire pareltjes. En ook als ik er nu ik het boek helemaal uit heb, nog eens doorblader, kom ik heel wat tegen dat ik heb aangekruist en dat me heeft verrijkt. Als geheel zeker verfrissend, niet alleen om kennis te maken met zo’n groot aantal schrijvers, het hedendaagse essay in al zijn Nederlandse en Vlaamse vormen en met wat er bij hen (en in de maatschappij) leeft.