Er wordt veel ‘afgespeeld’, kan mij moeilijk inbeelden dat 70% van het Aalsterse politiearchief van 1901 over zedenschennis en aanranding ging. Boontje toch! Dank voor de Kunst.
Het is paradoxaal dat hoewel Boon dit boek als een eigentijdse aanklacht bedoelde, ik initieel tijdens het lezen toch heel vaak heb gedacht dat in 1977 en in 2026 het leven toch een pak beter was en is dan in 1901. Het boek is namelijk een aaneenschakeling van korte stukken, meestal niet meer dan 2 bladzijden lang, gebaseerd op politieverslagen die Boon vond in de archieven van de stad Aalst. In die “juridische readymades” staat het inderdaad vol van vechtpartijen, diefstallen, zatlapperij en zedenfeiten.
Het resultaat is een lange stroom van veelal grimmige anekdotes, die zonder sentimentaliteit en zonder veel literaire verfraaiing op papier zijn gezet. Boons taal is soepel en robuust, vooral gericht op informatieoverdracht. Er zijn amper terugkerende personages, en er is, buiten het voortschrijden van de tijd, van januari tot eind december, geen overkoepelend verhaal.
Toch trek je als lezer snel conclusies: de gewone man in het Aalst van 1901 had het minder goed dan de gewone man in het Aalst van vandaag. Wat mij het meest opviel is dat de personages uit de verslagen schijnbaar over een minder gezonde emotieregulatie beschikten dan de mensen nu. Conflicten werden vaak opgelost door geweld, men vluchtte in de jenever, mannen en vrouwen praatten weinig over hun innerlijke leven maar riepen des te meer tegen elkaar, seksualiteit gebeurde vaak onder dwang. Samengenomen zijn de verhalen die Boon hier te boek stelde schrijnend en intriest.
Maar in hoeverre zijn deze verhalen representatief voor de mens toen? En in hoeverre verschilt de mens toen van de mens nu? Zelfs als we ons beperken tot uitspraken over mensen in de geïndustrialiseerde wereld, moeten we ons hoeden voor al te snelle antwoorden.
This is one of the best stories i've ever read; the social history of a small industrial town at the beginning of the 20th century. With a very kinky kind of humour, the author describes the very raw reality of the poor and wretched lives of the common people.
Aan de hand van politiearchieven van de stad Aalst schreef Boon een kroniek van straatgevechten, dievenbendes, openbaar dronkenschap, verkrachtingen,... In de sloppenwijken van de stad Aalst in 1901. Elk niet langer dan 2 pagina's is het goed geschreven, maar ook wat veel van hetzelfde.