De Vlaamse romancier, theaterauteur, dichter, scenarist en performer Tom Lanoye dicht het Poëziegeschenk voor de 7e Poëzieweek. Het thema is Vrijheid.
Lanoye schreef alvast het gedicht Zonder handen, zonder tanden, tevens het motto van de Poëzieweek. Het eerste deel luidt:
Geen woord zo vrij als vrij Het weert wat men verbiedt Smetvrij, vetvrij. Kogelvrij Maar wat is dan ‘gastvrij’? (Ontdaan van vreemdelingenwaan?) En vogelvrij: een doel, een straf? Of een verzuchting op een graf? Hier ligt hij: Eindelijk vrij.’
Thema Vrijheid Vrijheid is kwetsbaar en niet vanzelfsprekend en daarom moet zij gevierd worden. Nederland doet dat op 5 mei, België op 11 november. De Poëzieweek viert de vrijheid 31 januari t/m 6 februari 2019. Vrijheid gaat over vrij zijn van bezetters maar ook over je vrij voelen als individu. En hier vrij over kunnen denken. Binnen de filosofie bevraagt men niet voor niets of de vrije wil wel bestaat. In hoeverre kan iemand werkelijke vrijheid aan? In de liefde willen we vrij kunnen kiezen en vervolgens willen de meesten juist weer niet (te) vrij zijn, eerder gebonden en trouw aan die ene, beklonken met een rite en een ring, verbonden met elkaar tot de dood. Onze levensovertuiging kunnen we vrij belijden maar waar gaat deze vrijheid over in onvrijheid voor anderen? Dat geldt ook voor de vrijheid van meningsuiting.
Poëzie is bij uitstek het genre om al deze vormen van vrijheid te bezingen. In een gedicht is alles mogelijk. Een dichter kan in zijn gedachten en gedichten zijn wie hij wil zijn en zijn verbeelding laten spreken. Hij kan voor altijd op vakantie gaan of de minnaar zijn van zijn/haar muze. De woorden van de dichter krijgen een andere betekenis, vervormen zich tot beelden, komen tezamen met elkaar en vervliegen weer of nestelen zich als een compositie in de lezer, tot jaren later. In een gedicht zijn alle gedachten vrij. Oorlogen worden beëindigd, dictaturen omvergeworpen. Niemand meer honger, iedereen een thuis. De liefde heeft haar lied, de dichter staat op de barricaden of verwoordt een serenade, de pen als wapen voor de vrijheid, het papier maagdelijk wit.
Tom Lanoye (his name is pronounced the French way: /lanwa/) was born August 27, 1958 in the Belgian city Sint Niklaas. He is a novelist, poet, columnist, screenwriter and playwright. His literary work has been published and/or performed in over fifteen languages. Lanoye lives and works in Antwerp (Belgium) and Cape Town (South Africa).
Lanoye is not only a writer, but also an entrepreneur. As the youngest son of a butcher, he self-published his first work. In his own words, 'Just like all the punk bands did in those days: out of dissatisfaction with the existing structures, and to learn the trade from the inside out'.
Lanoye started out as an enfant terrible, but has become one of the most widely read and critically acclaimed authors in his language area. A writer that devotes himself to all forms of text and writing (for books, newspapers, periodicals and printed matter as well as for plays, cabaret and vocal performances) and makes regular appearances at all the major European theatre festivals.
Poëzie beoordeel ik 100% subjectief, zit het dus op mijn golflengte of niet. Mijn golflengte is denk ik aardig behoudend (of klassiek, zo kun je het ook noemen), rijmen hoeft het niet, maar ik houd wel van een bepaalde cadans, zie graag mooie woorden of een bepaalde eenvoud in thema of stijl. Uiteindelijk gaat het mij erom, doet het gedicht mij wat vandaag of denk ik dat het mij morgen wat zal doen.
Deze bundel scoorde op geen enkel vlak punten. De kaft, lay-out, de woordkeuze en zinnen, ik vind ze geen van allen mooi of rakend. Het geheel is me ook te rommelig en de balans zoek.
Hoeveel ik zijn romans en toneel aanbid, zozeer heb ik steeds zijn poëzie minder kunnen appreciëren. De cadans (of zoals hij het wellicht zelf liever hoort: de dans) is onnavolgbaar, gemaakt om voor te dragen. de taal zwierend doch soms ouderwets. Dit zijn de woorden is to the point in zijn eenvoud, het tooglied grappig, de engelenbak diep persoonlijk. Het typische zwaaiende vingertje vind je in ieder gedicht. Lanoye is Lanoye. Niemand die hem het nadoet. Toch kijk ik het meeste uit naar zijn volgende roman.
"Voor wegwee was ik, dacht ik, genetisch verloren want geboren in een stad met een raap in haar schild. (Lekkernij voor veganisten en verdwenen ezels. Verder? Koppig en rond. Onwrikbaar verankerd in rulle grond.)"
Ga ik ooit iets van Lanoye niet goed vinden? Wie weet, maar vooralsnog vond ik dit weeral een hit. Lanoye is meeslepend en wisselt hoogdravende woorden af met lage kletspraat. Zelfs al zijn zijn woorden hol, toch vind ik het meesterlijk knap.
"maar voor enkel drek en mest onder de zoden ben ik niet in de weg gelegd noch voor het zweverige gezemel dat elk mens al verder leeft in linden hinden mezen mos en mist"
Ik ben niet zo'n liefhebber van het vele gebruik van eindrijm en van de grote, maar lege woorden. (Wel ben ik ontzettend fan van de opmerkingen tussen haakjes.)