Schijnvroom, valschhartig, de mannen in dit boek beschimpen elkaar met de oneervolste woorden die ze maar kunnen bedenken. Ze voeren strijd over hét doel in hun werkzame ware kennis over mens en kosmos. En ze zijn het fundamenteel met elkaar oneens.
Deze mannen leven in de zeventiende en achttiende eeuw en zijn betrokken bij de moeizame geboorte van een nieuwe manier van denken die we nu ‘wetenschap’ noemen en die ons moderne leven iedere minuut beïnvloedt. Historicus en wetenschapsjournalist Geertje Dekkers verdiept zich in de baanbrekende ruzies rondom de kwadratuur van de cirkel, het Latijn als voertaal in de wetenschap, de ‘lichaamtjes’ waaruit alles om ons heen bestaat, en priegelige 'dierkens'. Ze leggen ziel en zaligheid in de strijd, op weg naar wetenschappelijke eer.
Waanwijze lasterbende geeft een unieke kijk in de geschiedenis van de wetenschap. Centraal staan ruzies tijdens de grote zoektocht naar nieuwe manieren van denken. Een fascinerend verhaal over opvliegende karakters en hun bijdragen aan de moderne wetenschap.
Dik 400 jaar later en we hebben nog veel dezelfde onenigheden gaande. Letteren vs idk mensen die tellen ofzo, praktijkervaring vs theoretisch geschoold, dat soort geneuzel, en hoe zorg je dat religie en wetenschap elkaar niet uitsluiten? Misschien moeten we een keer ergens anders over nadenken de komende eeuwen. Wat is jullie lievelingskleur bijvoorbeeld?
Het boek brengt een verzameling voorbeelden over hoe het er in 'de kinderjaren van de wetenschap' soms hevig aan toe ging, hoe men niet spaarzaam was op ad hominems, hoe men elkander vernederde en elkanders reputatie als kersvers wetenschapper probeerde naar de haaien te helpen. Kersvers, want van wetenschap was in die periode -vanaf begin 17de eeuw - nog maar weinig sprake. Sommigen hielden het op het vastleggen van theorieën die aan de hand van de Rede en de Logica tot stand kwamen, terwijl er anderen waren die zwoeren bij het veldwerk als het fundament voor de goede en correcte wetenschap. Dokters die niet bedreven waren in de Latijnse taal waren en konden nooit artsen zijn omdat om als arts door het leven te kunnen gaan een kennis van het Latijn gewoonweg noodzakelijk was; hoogstens konden ze fungeren als chirurgijnen; het snijden in mensen werd nog weggezet als 'mindere daad', een 'echte' dokter maakte zijn handen niet vuil.
Dit is een goed gedocumenteerd boek, de verwijzingen (eindnoten) zijn legio, hier werd degelijk werk in gestoken.
Vermakelijk en zeer leesbaar wetenschapsgeschiedenisboek dat de lezer meeneemt naar de geboorte van de moderne wetenschap, ca. eind 16e-begin 18e eeuw. Het leuke aan dit boek is dat we de ontwikkelingen door veelal Nederlandse ogen zien. Het is duidelijk dat de 17e eeuwers voor een groot deel in het duister tastten en dat modern wetenschapsgereedschap als hypothesevorming, empirie en wiskunde allemaal nog grotendeels uitgevonden moesten worden. Dekkers laat bovendien zien dat de vooruitgang zich alles behalve rechtlijnig ontwikkelde en dat goede inzichten maar al te vaak gepaard gingen met dwalingen. En met ruzies - vandaar de titel - die Dekkers met veel genoegen opdiept. Om dit te lezen is er uiteraard interesse in wetenschapsgeschiedenis nodig, maar geen wetenschappelijke of historische kennis, wat dit boek uitermate leesbaar maakt. Een knappe prestatie van Dekkers. Ik had dit boek dan ook zó uit.