It must be extremely difficult to translate the Dutch writer Remco Campert (° 1929), notorious for his inventive and slightly absurdist prose. In this booklet, for example, the neologisms and onomatopoeia tumble over each other in just about every sentence. The title could be translated as "life is wowowonderfool", and that is a rather conventional attempt. In both form and content, Campert mirrored himself in this 60-year-old book to the French writer Raymond Queneau, one of the kings of inventive and hilaric prose. Campert made his own Dutch version, with a story about some rowdy young friends in Amsterdam. It's a bit dated now (the story leads nowhere), but what a wonderful game he plays with the Dutch language, and what a lust for life this book breathes (typical for the sixties?). As far as I could tell, there is only an Italian translation (2012!). Dutch review below. (rating 2.5 stars)
“Het gewone dagelijkse leven is al fantastisch genoeg” Dit kleine boekje uit het gezegende jaar 1961 is in de eerste plaats een unieke taal-ervaring. Campert jongleert op creatieve wijze met woorden, giet ze in een eigen spelling (het titelwoord zegt wat dat betreft genoeg), verbastert betekenissen en bereikt daarmee dikwijls hilarische effecten. Niet toevallig wordt Campert dikwijls gelinkt aan de Franse schrijver Raymond Queneau, de grootmeester in dat soort taalgrappen. Ook inhoudelijk zie ik wel gelijkenissen: in de weergave van absurdistische gesprekken en bedrieglijk luchtige surrealistische situaties, allemaal met een ontluisterende, maatschappijkritische ondertoon. Maar de setting bij Campert is uiteraard door en door Hollands: een zwoele zomerdag in hartje Amsterdam (het Vondelpark!), midden vorige eeuw, met vooral jonge personages die baldadig hun weg zoeken door het leven. Ik kan me levendig inbeelden dat dit boekje zestig jaar geleden erg tot de verbeelding sprak. Het is nog altijd een bijzondere leeservaring, maar stilaan toch ook een beetje gedateerd, en vooral door het uitwaaierend karakter van het verhaal niet helemaal geslaagd. Alleen dat spetterend, creatief taalgebruik, en het frisse 'sixties' levensgevoel dat het uitademt, maakt dat het toch een genoegen blijft om te lezen. (2.5 sterren)
Ook ik zat wel eens in een park in Amsterdam in de zomer, en ik kan zeggen dat, zonder het te begrijpen, dit boek dat precies samenvat. Er is iets specifieks aan een park in Amsterdam in de zomer dat anders is dan een park in Leiden in de zomer, of een park in Amsterdam in de lente, of een plein in Amsterdam in de zomer. Wat dat iets precies is: het staat in dit boekje.
Campert verhaalt van een Nederland dat ik toch vooral ken uit Nescio of Van Eeden. Een Nederland van wereldverbeteraars en heertjes, van dromerige kunstenaarstypes die nooit tot iets gaan komen, maar toch op z'n minst af en toe een dag lang de parken van de hoofdstad innemen, om daar een web van hoop, van pretentie en van Weltschmerz uit te tekenen.
De eerste drie ofwat hoofdstukken zijn eigenlijk perfect. Het luchtige spel met de taal, de argeloos perfecte mix van melancholie en geluk - geplaatst dan nog in een milieu waarin die eigenlijk op hetzelfde neerkomen. Het is jammer dat Campert niet in dezelfde stijl doorschrijft. Het verwordt uiteindelijk net iets teveel tot een allegaartje, net iets te vrijblijvend om echt te beklijven.
Maar gezien de lengte en de bij vlagen prachtige taal en het specifieke gevoel dat dit boekje oproept, kan ik het eenieder aanbevelen. Lees het eens op een zomerdag in een park in Amsterdam.
Vrolijk stemmend boekje met die prachtige en uitstekend bij het boek passende titel. Dateert uit begin jaren 60 maar dat lees je er niet van af. Het is een continu spelen met taal en veel aandacht voor het fonetisch taalgebruik. Hardop uitspreken, dat helpt: vurrukkulluk. Het leven is niet zozeer verrukkelijk alswel dat deze wijze van taalgebruik een afstand schept tot de werkelijkheid. Het is een rol die moet worden gespeeld om te kunnen leven. Een ironische rol die met veel humor tot de lezer komt en bij mij in ieder geval schaterlachen veroorzaakte.
Dat is niet hoe je ‘verrukkelijk’ schrijft.. afgezien van dat slordigheidsfoutje (in de titel nog wel! Na zo veel heruitgaven zou je toch zeggen dat iemand dat is een keertje doorkrijgt) vond ik hem super leuk en krijg ik spontaan zin in een gezonde parkwandeling dus 5 sterren!
Wat een heerlijke taal gebruikt Remco Campert toch in dit boek. Hij zet de spelling zo naar zijn hand dat de woorden soms met nog meer betekenissen beladen worden. Dit verhaal schetst een zondag eind jaren vijftig, begin jaren zestig. De schaduw van de jaren veertig hangt nog boven de levens van de personages, al is het leven al duidelijk veel beter. Op het eerste zicht lijkt dan ook alles rozengeur en maneschijn doch algauw merken we dat ieders verhaal ook doorspekt is met triestige, soms ronduit zielige passages, behalve misschien dat van de zestienjarige Panda. Een schitterend boek dus van een auteur waarvan ik wel meer wil lezen...
Ik heb hier wel van genoten, maar mijn feministische blik moest af en toe even uitgeschakeld om het plezier toe te laten. Vreemd om te bedenken dat wie jong was in de jaren '60 nu klaagt over taalverloedering, terwijl het taalgebruik van Het leven is vurrukkulluk op mij redelijk waarheidsgetrouw overkomt en bomvol staat met leenwoorden uit het Engels... Hoe dan ook: andere tijden maar een feest blijft toch altijd een feest (en dat blijft leuk om over te lezen)
Het leven is zinloos dus laten we doen waar we zin in hebben lijkt Remco te zeggen, maar om dan maar willekeurige bejaarden te beroven gaat wel wat ver. Aan de andere kant, wat moet zo iemand nog met knaken? Sparen is saai opaatje!!
Na meer dan vijftig jaar herlezen. In het gunstigste geval herinner je je dan alleen nog de sfeer, want zo ijzerhoudend is een geheugen niet. Destijds vond ik het als middelbare scholier geweldig. Zo leefde en dacht de moderne grote-stadsjeugd. Feesten, drank, vriendschap, liefde, seks, het leven doorzien, niet burgerlijk zijn, en zo nu en dan wat melancholie, dat hoorde erbij. Het is dat ik een dorpsjongen was, anders wist ik het wel. Nu, bij de herlezing, vind ik het vooral kinderlijk en ook wat kneuterig opgeschreven. Er is materieel en mentaal veel veranderd sinds 1961, maar ik stel me zo voor dat de jeugd nog net zo zelfverzekerd en tegelijkertijd zoekende is als destijds. Dat maakt het boek gedateerd, maar ook wel weer goed.
Zeker geen slecht boek, er zitten een aantal hele mooie passages in, maar ik heb ook niet het gevoel dat het echt een boek is dat mij lang gaat bij blijven.
"Als ze nu terugkeek op de achter haar liggende jaren, zag ze een grauwe massa van dagen voor zich, die zich in niets van elkaar onderscheidden, zoals je bij het woord zondag alleen aan regen denkt, terwijl op die wonderlijke onbestemde dag de zon toch ook wel eens schijnt."
Campert wordt niet snel geassocieerd met het grootste schrijverschap, zijn boeken zijn bekend maar zijn oeuvre valt in het niet vergelijken bij meesters als Mulisch en Hermans. Dat Het Leven Is Vurrukkulluk tot boekenweek geschenk is gemaakt, vind ik daarom een goede zaak, omdat ik anders ook de kans had gemist om met deze schrijver kennis te maken.
Het boek draagt geen brede thema's, het heeft geen diepgewortelde filosofie, het is een 'slice-of-life' waarmee Campert de spot drijft met het alledaagse leven. Zowel met het leven van de alledaagse burger als met de spottende intellectueel. Campert laat in mooie metaforen en vreemde gebeurtenissen zien hoe klein de mens is, zonder ooit te duidelijk zijn eigen mening door te laten schemeren waardoor het fragiele evenwicht van het boek verbroken zou worden.
Het is een boek van puberale verveling in een broeierige zomer, en Campert legt het egoïsme en de beperktheid van zijn karakters op vakkundige wijze bloot.
Al met het al lijkt het misschien alsof ik niet heel enthousiast ben, maar dit is onjuist. Ik heb gelachen om het boek, ik heb genoten van de prachtige metaforen. Het verhaal leidt nergens naar toe, maar blijft toch boeien. De baldadigheid die achter de schrijfstijl verscholen gaat is fascinerend en uiterst humoristisch. Wat mij betreft heeft Campert met die werk zijn plek in de Nederlandse Literatuur toch verdiend.
'Het leven is vurrukkulluk' beschrijft een aantal mensen op één zwoele zomerdag.
De roman begint branievol als een Nederlands antwoord op Raymond Queneau, compleet met spreektaal en opzettelijke misspellingen. Campert haalt het echter niet bij de Franse meester, wellicht omdat hij zijn voorbeeld te krampachtig na probeert te doen. Na zes hoofdstukken verlaat Campert ineens deze stijl en ruilt die in voor lange innerlijke monologen en gedachtenstromen, veel bekender terrein in de Nederlandse literatuur. Campert weet hierin een flinke dosis melancholie te leggen. Het lijkt wel of geen van de hoofdpersonen weet wat die met zichzelf aan moet. Niettemin eindigt de roman met de apotheose van een groot feest.
'Het leven is vurrukkulluk' is een opvallend uitwaaierend boek voor zo'n korte roman, met aandacht voor veel verschillende personages. De eenheid van tijd houdt het nog bijeen, maar uiteindelijk blijft het een schetsmatig boek, dat maar al te abrupt afloopt.
Een verhaal dat nergens naar toe leidt, af en toe gewoon plat, maar wel doorspekt met leuke passages wat het dan toch weer de moeite waard maakt:
"Dodelijk de tuin waar onkruid niet gedijen mag. Voor zijn oog zag hij ze rondgaan, de bewakers van dit lapje grond, gewapend met vergrootglas en pincet op jacht naar niet thuishorend groen, wrede mensen met kleine zielen die wraak op de wereld namen in hun achtertuin."
Dit is mijn jaarlijkse ik-zit-ergens-aan-het-water-boekje. Lees hem eigenlijk alleen voor hoofdstuk zeven. Als je door de tijdsgeest heen leest is dit boekje vurrukkulluk.
Heerlijk boek waar zo veel en daardoor precies niks gebeurd, uitermate goede beschrijving van een dag uit het leven. Ik zou ook wel een poppenhuis willen hebben.
Regels overboord gooien pakt zelden goed uit. Soms is dit boek een feest om te lezen door de originele stijl en de levensvreugd die van de zinnen druipt. Desondanks is het ook erg rommelig en zijn de vele veranderingen van perspectief vermoeiend.
Zet deze maar op de lijst van fantastische Nederlandse boeken met heel trieste ventjes in de hoofdrol.
Wat ben ik blij dat ik dit boek tegen ben gekomen in het ruilbibliotheekje van Utrecht Centraal, toen ik met een lege telefoon en verder niets op zak de treinreis naar Deventer moest maken en behoefte had aan afleiding. Ik was chagrijnig en dit beloofde een verhaal te zijn over het wegfeesten van twijfel en ongemak, aldus Philip Freriks, ambassadeur van Nederland Leest. Precies wat ik nodig had.
Ik heb me kapot gelachen en me verzucht om de verschrikkelijke acties en interne monologen van de twee antihelden van het verhaal. Ik ben bang dat sommige jonge jongens in Mees en Boelie rolmodellen zullen zien; het zijn immers semi-succesvolle kunstenaars met een groot huis in Amsterdam, die het zich kunnen veroorloven om doorgeslagen feesten te geven en de rondte in neuken onder het mom van 'goede smaak'. Maar uit alles blijkt dat ze diep ongelukkig zijn. En ze laten een spoor van vernieling achter. Campert beschrijft het echter allemaal met zoveel humor en venijn dat het eenvoudig wordt om ze uit te lachen om de droevige types die het eigenlijk zijn.
Dit was voor mij het eerste boek van deze auteur en wellicht zal het me bewegen om weer wat Nederlandse klassiekers op te pakken.
Dit boek vond ik niet zo leuk. Kan misschien ook komen doordat ik het als luisterboek "las", iets wat ik nog nooit eerder gedaan heb en me niet heel erg is bevallen. Er gebeurde niet echt iets in dit boek, wat ik normaal gesproken niet zo'n probleem vind omdat ik kan genieten van de leuke zinnen die de auteur maakt. Nu lukte het me niet genoeg om dat te waarderen, omdat de voorleesstem direct verder ging. Ik ergerde me eigenlijk alleen maar aan dat iedereen de hele tijd alleen maar seks wilde en dat die ander dat dan ook altijd wilde, tot ze het niet meer wilden. Wat ik wel leuk vond: als iets mooi is, is het gewoon mooi, dus waarom zou je dat anders uitdrukken dan met het woord 'mooi'?
Ik vraag me vooral af wat ik zojuist gelezen heb. Het leest echt heel makkelijk weg, maar inhoudelijk is het erg vreemd. Het beschrijft een zomerdag in Amsterdam voor een aantal mensen. Het is heel erg luchtig en er wordt veel gespeeld met taalgebruik wat ik dan weer wel leuk vond (ook al vond ik het half storend half vermakelijk dat woorden vaak gespeld worden zoals je ze zou uitspreken). Ik had ook niet echt het gevoel dat het verhaal ergens heenging, het is vooral een omschrijving van de sfeer van een zomerdag.
Zo blij verrast door dit boekje. Lichtvoetig, schattig, grappig, rauw, cynisch, melancholisch.. Het schetst een geweldig beeld van Amsterdam in de jaren 60, en laat me tegelijkertijd herinneren hoe ik de stad zelf ervoer toen ik jonger was en er net kwam wonen. Jammer dat ik dit niet op eenzelfde broeierige zomerdag heb gelezen als waarop het verhaal zich afspeelt, maar eigenlijk is dit ook een goede start van het nieuwe jaar. Niet te zwaar, niet te hysterisch uitbundig maar gewoon vol gezonde levenslust :)