In de loop van de jaren tachtig ging Etienne Vermeersch op zoek naar de essentie van het ecologisch probleem. Hoe is het ontstaan, hoe komen we tot een oplossing en welke milieu-ethiek is daarvoor nodig?
In 1988 publiceerde hij de bestseller De ogen van de panda - Een milieufilosofisch essay.
Nu, bijna een kwarteeuw later, brengt hij een herwerkte uitgave. De oorspronkelijke tekst wordt getoetst aan de gebeurtenissen en publicaties die elkaar sindsdien hebben opgevolgd. En wat blijkt? De kern van Vermeersch' betoog houdt nog altijd stand, sterker, de argumenten van toen hebben aan kracht gewonnen.
Een kort, bondig betoog over de oorsprong van het klimaatprobleem en de oplossing die wij moeten toepassen om de aarde leefbaar te houden.
Vermeersch stelt dat de oorsprong van het klimaatprobleem ligt in het WTK-bestel: een dynamiek tussen wetenschap, technologie en economie (kapitalisme) dat ons wereldbeeld sinds de 17e eeuw drastisch heeft veranderd.
Ten eerste is het een systeem dat zichzelf voortstuwt en zich voedt met expansie - en dit op een eindige planeet - en waarbij de diverse sub-systemen hun eigen irrationaliteit kennen (zoals het omkeren van middel-doel: groei wordt het doel).
Ten tweede heeft dit WTK-systeem ervoor gezorgd dat wij als mens een ander wereld- en mensbeeld hebben ontwikkeld. De Christelijke focus op het hiernamaals verdween voor de 'diesseits'-houding: het gaat om het maximale welzijn in het hier en nu. Dit leidde tevens tot een inzicht in de gelijkwaardigheid van ieder mens en de rechtvaardigheid die hier bij komt kijken: ieder mens heeft recht op een goed welzijn in het hier en nu.
Met name dit laatste punt leidt tot een dilemma: het huidige, globale WTK-bestel koerst af op een wereld waar steeds meer mensen het levensniveau van een Europeaan willen hebben. Dit leidt ofwel tot (1) een totale instorting van het systeem (10 miljard 'Europeanen' betekent instantane uitputting van de aarde) ofwel tot (2) een onrechtvaardige wereld: de totale instorting wordt voorkomen door een kleine groep mensen die als Europeaan leven en een immense massa mensen die in chronische armoede leven.
Hoe dit dilemma te ontwijken? Vermeersch stelt dat alles staat of valt met de bevolkingsgroei: de geboortecijfers in m.n. Afrika en Zuid-Amerika moeten zo snel mogelijk verminderen, willen wij niet afkoersen op een van de twee rampscenario's. Maar zelfs een totale geboorte-stop zou onvoldoende zijn: Vermeersch stelt dat het WTK-systeem inherent irrationeel is en leidt tot een van de twee rampscenario's. Er zal dus een vervangend systeem moeten komen dat bestaat uit een cyclisch productieproces. De output moet gebruikt worden als input; dit zorgt voor het behoud van grondstoffen, biodiversiteit en de algehele leefbaarheid van de planeet. Hoe Vermeersch dit voor zich ziet, is een tweede vraag - die niet beantwoord wordt.
Volgens Vermeersch past een Kantiaanse ethiek bij het streven naar een nieuw WTK-bestel. Ieder mens moet zich bij een handeling afvragen of dit een algemene wet zou kunnen worden, geldig voor alle mensen (nu, maar ook in de toekomst) en inclusief het belang van dieren - zowel voor de dieren zelf, als voor het esthetische waarde die de biodiversiteit heeft voor de mens. Zo niet? Dan is de handeling slecht.
Het is filosofisch een sterk betoog, maar het Vermeersch schrijft in een erg omslachtige stijl en is in staat om simpele stellingen met de grootst mogelijke complexiteit moeilijk te maken. Dit is een nadeel. Een tweede minpunt is het utopistische en algemene karakter van het betoog. Het is erg idealistisch en staat daarmee ver van de 'echte wereld'. Vermeersch geeft zelf in het naschrift toe (als commentaar op criticasters van zijn werk) dat hij geen vervangend systeem kent voor het huidige WTK-bestel of hoe die veranderingen naar een cyclisch productieproces er uit moeten zien. Dit is een zwaktebod, want hij geeft enkele zinnen daarvóór aan dat critici van het WTK-bestel nooit aangeven welk vervangend systeem zij voor zich zien.
Desondanks is het een inhoudelijk sterk verhaal, bevat het een uitwerking van een levenshouding die een mens zou kunnen aannemen (iets dat veel schrijvers nogal eens nalaten; kritiek is makkelijk, maar wat daarvoor in de plaats?) en het is één van de weinige werken die ik ken waar ook aandacht voor de immense overbevolking is.
Vermeersch pleit voor een rationele benadering van milieuproblematiek, wat hem tot een genuanceerder beeld doet komen dan meer idealistische milieufilosofen. Af en toe een beetje van de hak op de tak, maar in de conclusie komt alles mooi samen.
De volgende paragraaf van het boek vat voor mij (samen met het limiteren van de bevolkingsaangroei) samen wat het boek wil verhalen:
"Het pleidooi van dit boek komt neer op het herformuleren van een ethische regel die Kant reeds naar voren bracht: 'Handel steeds zo dat de regel van uw handelen tot algemene gedragsregel kan worden verheven'. Bij elk van mijn daden moet ik kunnen zeggen: wanneer alle mensen zo handelen dat telkens opnieuw blijven doen, eeuw na eeuw, dan kan onze aarde onverstoord verder bestaan. Elke daad waarvan men kan aantonen dat die bij veralgemening ervan over brede lagen van de mensenbevolking of gedurende verschillende eeuwen, tot een onomkeerbare limiet zou leiden, is een daad die ingaat tegen de moraal van een verantwoordelijk globarliserend denken."
(Paragraaf aan het einde van het 2e hoofdstuk met de tittel: 'Het WTK-bestel'waarbij WTK staat voor wetenschap technologie kapitalisme)
Vermeersch neemt zijn tijd om zijn net te spannen en het vervolgens onontkoombaar te sluiten. Hij overtuigt me in elk geval dat de eenvoudigste oplossing voor het milieuvraagstuk het inperken van het aantal mensen op aarde is. Net zoals elke oplossing die binnen onze maaltwintigeconomie probeert te werken, onmogelijk kan slagen. Want: "Het is hard om het te zeggen, maar wij mensen zijn al lang geen harmonisch functionerende componenten meer van een evenwichtig ecosysteem; we lijken meer op kankercellen in een organisme: die zijn een hele tijd oppermachtig en planten zich succesvol voort... maar als ze eenmaal het organisme te gronde hebben gericht, is ook voor hen het einde gekomen."
Bij zijn verdediging van het antropcentrisme rijdt hij zich enigszins vast door twee definities van het woord te gebruiken. Ja, we zijn mensen en kunnen enkel vanuit ons menszijn denken en handelen, maar ik zou het woord 'antropocentrisme' enkel in de enge zin gebruiken voor redeneringen die, al of niet bewust, de mens als maat van het denken vooropstelt. Voor die bredere zin zou ik een ander woord gebruiken.
Interessant. Ik onthoud voornamelijk de schijnbaar onvindbare balans tussen gelijkheid en ecologie. Als voornaamste oplossing schuift de auteur het doen ophouden van de ongebreidelde bevolkingsexpansie naar voor. Naar mijn mening wordt er echter veel te weinig aandacht besteed aan de zaken waarvan op basis van onderzoek blijkt dat deze zeer impactvol kunnen zijn in het licht van het betoog van de auteur, namelijk de algemene drang tot aankopen van nieuwe spullen en het westerse eetpatroon.
Het feit dat er wordt verwezen naar het bestaansrecht van zogenaamde hogere diersoorten, lijkt te impliceren dat de auteur vindt dat er lagere diersoorten zouden zijn, aan wie op een of andere manier minder waarde wordt toegekend, waarbij ik mij absoluut niet kan aansluiten. Ons eetpatroon, gevoed door geïndustrialiseerde veeteelt, miskent op grote schaal dat dieren kunnen lijden en heeft een gigantische impact op het klimaat en het milieu. Ik vermoed dat Seattle (cf. Appendix) zich hierbij aansluit. Middels een weloverwogen (voornamelijk plantaardige) keuze kan een betekenisvolle impact worden gemaakt, zowel op klimaatvlak alsook op vlak van moraliteit.
"Wij mensen zijn al lang geen harmonisch functionerende componenten meer van een evenwichtig ecosysteem; we lijken meer op kankercellen in een organisme: die zijn een hele tijd oppermachtig en planten zich op succesvolle wijze voort... maar als ze eenmaal het organisme ten gronde hebben gericht, is ook voor hen het einde gekomen." -EV
30 jaar geleden riep Etienne Vermeersch de wereld op om direct actie te ondernemen. We stevenden volgens hem toen af op ofwel een morele catastrofe (doordat het onhoudbaar zou worden dat het unificerend karakter van het WTK-bestel blijft bestaan naast de ongelijkheid die het ook voortbrengt; onze levensstandaard en drang naar consumptie ten koste van anderen), ofwel een ecologische ineenstorting. Ik denk dat de pogingen die in de tussentijd ondernomen zijn om een eerste partiële catastrofe af te wenden nog niet raken aan wat voor Vermeersch een eerste stap zou zijn. Hoe verder in de tijd je het boek leest, hoe urgenter het 'nu' zal klinken waarvan Vermeersch oproept om actie in de ondernemen.
Zeer heldere beschrijving van de situatie waarin we zitten met het "WTK" bestel (Wetenschap, Technologie, Kapitalisme) en de gevolgen voor het milieu, zoals we van Vermeersch gewend zijn. Hij slaagt erin om dit thema op een neutrale manier te benaderen en zet duidelijk de enorme voordelen in de verf die het WTK bestel gebracht hebben, maar tegelijk geeft hij ook mooi de problemen aan die er het gevolg van zijn. Een aanrader voor alle politici, met inbegrip (misschien nog meest van allemaal) de groenen. Want die laatste hebben het ook niet goed begrepen.
Etienne Vermeersch (1934-2019) kennen veel studenten nog als hoogleraar en ere vicerector aan de Universiteit Gent maar hij was daarnaast ook filosoof, scepticus en opiniemaker. In 1988 verscheen zijn milieu-ethisch essay De ogen van de panda, waarin hij steunend op een antropocentrische fundering en een analyse van het WTK-complex (wetenschap-techniek-kapitalisme) pleit voor een stopzetting van de bevolkingsexplosie en voor een stationaire economie. Bijna 25 jaar later verschijnt het essay opnieuw, aangevuld met een appendix en een naschrift. Dat de kern van zijn betoog nog altijd stand houdt, spreekt voor zich en dat weet ook de auteur. Vermeersch spreekt over het ethisch-ecologisch dilemma dat alleen maar sterker wordt: Hoe groter het gedeelte van de wereldbevolking is dat in welstand leeft, hoe meer het ecosysteem in gevaar is; hoe meer we echter het ecosysteem in evenwicht houden, hoe meer dit gepaard gaat met mateloze ellende. (p. 69) Tegenover de 'heilsprofeet' staat de echte 'doemdenker', maar Vermeersch is slim genoeg om beide herauten de pas af te snijden, want beiden komen uiteindelijk tot dezelfde attitude: men hoeft niets te doen of er is niets aan te doen. (p. 51) Zelfs een doorwinterd scepticus met gebrek aan bescheidenheid strandt soms op een onverwachte anomalie. Zo trekt Vermeersch in twijfel dat de vergrijzing rampzalige gevolgen heeft (hij noemt zelfs het argument dat men de pensioenen niet zal kunnen betalen lachwekkend), onderschat hij de steeds groter wordende impact van kern-, wind- en zonne-energie en pleit hij voor de informatieproducten, die het minst belastend zouden zijn voor de omgeving. Maar wie dit geen bezwaar vindt, kan zich alleen maar aansluiten bij de hoopvolle gedachte dat de wereld een nieuwe Tuin van Eden kan worden.
Inhoud schitterend, schrijfstijl pittig: heel academisch dat ik meermaals een zin een paar keer moest lezen voor ie doordrong. Reden dat ik het vervolg toch nog even uitstel en eerst iets lichter tracht te lezen.
Ik onthoud verschillende interessante stellingen (zoals het betoog van opperhoofd Washington en de denkoefening over naastenliefde en het christendom doch het WTK-fenomeen als oorzaak van het klimaatprobleem) en vooral het skelet van de beschreven problemen. Deze zijn nog steeds zo brandend actueel (de gegeven voorbeelden eerder verouderd), daar het gebrek aan aanpak nog veel storend.
Foutje na eerst 1990- versie te lezen, blijkt dat deze een stuk makkelijker leest. Weinig extra toegevoegd in deze, vooral re-itereren van originele punten, graag wel te horen dat auteur openstaat voor lezerfeedback.
Ik heb dit gelezen toen het voor het eerst was verschenen. Ik was toen niet onder de indruk van de bewijsvoering wat betreft de sociaal wetenschappelijke beweringen. Vond dat er over de houdingen van het publiek teveel dingen in staan die niet onderzocht zijn. Zal het eens herlezen.
Een gecondenseerde uiteenzetting over de milieuproblematiek. Vermeersch benadrukt dat het de hoogste tijd is om te ageren. Niet de natuur is in gevaar, maar wel het voortbestaan van de mensheid.