In Zo dom als Albert Einstein laat Herman Brusselmans z'n licht schijnen over de wereld van het amateurtoneel. Een vereniging uit Gent speelt een stuk van een Nederlander, heeft daarbij voor een van de rollen een acteur nodig die kan drummen, maar vindt die niet in eigen rangen. Onverwacht stuiten ze op een bekend persoon die hen, op z'n eigen manier, uit de brand kan helpen. Zo dom als Albert Einstein is een komische roman, zij het met flarden van tragiek, ettelijke onvermoede zijpaden, en een kijk in de diepten van de doorsnee menselijke ziel. Herman Brusselmans heeft met Zo dom als Albert Einstein alweer een parel afgeleverd die mede voor glans en schittering zorgt in z'n gigantische, unieke oeuvre.
Herman Brusselmans is een Vlaamse schrijver, dichter en columnist. Hij debuteerde in de jaren tachtig en groeide uit tot een van de meest productieve en herkenbare stemmen in de Nederlandstalige literatuur. Brusselmans schrijft romans, verhalen, poëzie en columns, waarin autobiografische elementen, satire en maatschappijkritiek regelmatig samenkomen. Hij schuwt controverse niet en was meermaals onderwerp van publieke discussies en rechtszaken, wat zijn imago als polemisch auteur versterkte. Tegelijkertijd wordt hij geprezen om zijn taalgevoel, timing en vermogen om banaliteit en existentiële vervreemding te combineren. Hij geldt als een eigenzinnige, invloedrijke figuur binnen de Vlaamse literatuur, die bewust buiten het literaire establishment opereert.
Er zijn veel mensen die Herman Brusselmans niet kunnen verdragen, en z'n boeken al helemaal niet. Toch vraag ik me af of ze niet ook af en toe zouden moeten lachen wanneer ze zo'n paar tientallen bladzijden uit een lukraak werkje met een dwaze titel zouden lezen.
Want dat is voor mij de enige reden om een Brusselmans te lezen, als een soort van humoristische literaire 'palet cleanser' tussen serieuzere boeken door. En als het erop aankomt om werkelijk hardop te lachen met woorden op papier, dan is er wat mij betreft slechts één die het kan (of toch tot nu toe reeds meerdere keren heeft bewerkstelligd), en dat is deze langharige Gentenaar.
Het heeft dan ook geen enkele zin om de inhoud van dit boek te beschrijven, want het is de gebruikelijke platvloerse ongein, zoals steeds geniaal in zijn absurde debiliteit, en nog steeds gruwelijk politiek incorrect, maar tegelijk nog steeds onweerstaanbaar grappig.
Tegelijk zitten er ook in dit boek bizarre flarden van radeloosheid, angst en werkelijke waanzin, die net zoals de grappen niet veel met de plot vandoen hebben. Op dezelfde manier weeft hij er wellicht redelijk autobiografische stukjes tussen, en eigenlijk is het best vertederend hoe deze overjaarse macho schrijft over de relatie met zijn absurd veel jongere vriendin.
Dit is dus een Brusselmans pur sang, waarin de plot niet ter zake doet, de gebruikelijke mensengroepen ongenadig worden beledigd en het spervuur van idiote verzinsels telkens weer tot luidop lachen aanleiding geeft.
Van de recentere Brusselmansen die ik heb gelezen... zoals De tafel, Feest bij de familie van De Velde, achter een struik, Vertrouw mij ik kom uit de veehandel vond ik dit eigenlijk wel de beste. Laatste echt steengoede was.. Hij schreef te weinig boeken. Eigenlijk zit ik als fan te wachten op zijn ultieme autobiografische roman. Theet 77... Komt in dit boek ook even ter sprake. Maar ik kon deze ook zeker smaken.. Geregeld gelachen en het hoofdstuk vanuit het perspectief van de vrouw is gewoon hilarisch... Zou hij meer moeten doen...
“Nu en dan eens een Brusselmans lezen”, dacht ik. Maar is uiteindelijk toch tijdverspilling gebleken. Wel een paar keer geslachten maar me te vaak geërgerd aan de platvloerse stijl en vulgaire woordenschat. Het wordt eigenlijk van literair oogpunt pas beetje leuk in de laatste 40 bladzijden. Jammer dat ik daarvoor al 180 bladzijden had moeten ondergaan.