‘Volgens de Duitse denker Carl Schmitt is zonder vijandbeeld geen politiek mogelijk,’ schreven Coen Simon en Frank Meester aan Arnon Grunberg. Zij vroegen hem Het begrip politiek van Carl Schmitt (1888-1985) te lezen om na te gaan wat hij ons nu nog te zeggen heeft. Hoeveel natiestaat hebben wij nodig? Hoeveel vijanden? Waartoe dient politiek? En is een samenleving zonder oorlog en geweld mogelijk? Aan de hand van Schmitt en denkers als Walter Benjamin en Jacques Derrida probeert Grunberg antwoord te geven op die vragen. ‘Onze cultuur heeft de vegetarische slager voortgebracht en zal uiteindelijk ook de geweldloze oorlog produceren. Hoe die er precies uit zal zien is onduidelijk, maar Schmitts vermoeden dat die oorlog om de oorlog eens en voor altijd uit te roeien gruwelijk zal zijn lijkt me gerechtvaardigd,’ aldus Grunberg. Maar ook stelt hij dat er geen rechtvaardigheid kan bestaan als het geweld wordt afgezworen. In Vriend & vijand legt Grunberg de vinger op zowel de zere plekken van de parlementaire democratie als de kritiek erop. Vrienden en vijanden van deze democratie mogen dit essay niet aan zich voorbij laten gaan.
Arnon Yasha Yves (Arnon) Grunberg is a Dutch writer. Some of his books were written using the heteronym Marek van der Jagt.
In 1989 Grunberg made his acting debut in Maria's Cunt (de Kut van Maria); a short film by Dutch enfant terrible filmmaker Cyrus Frisch.
Grunberg made his literary debut in 1994 with the novel Blauwe maandagen (Blue Mondays), which won the Dutch prize for the best debut novel that year. In 2000, under the heteronym Marek van der Jagt, he won the best debut prize again for his novel De geschiedenis van mijn kaalheid (The History of My Baldness).
Grunberg publishes novels about once a year but also writes columns and essays in a wide variety of Dutch and international newspapers and magazines. He does not restrict himself only to the written media, but also reads a story for the radio every week and for some time he was host of a cultural television program. He also writes a blog for the literary Internet magazine Words Without Borders and his own site ArnonGrunberg.com.
His novel Tirza won the Dutch Golden Owl Prize for Literature and the Libris Prize.[1] His books have been translated into many languages, including English, German, Japanese and Georgian.
From 2006 Grunberg wrote various journalistic reports, for example about working undercover in a Bavarian hotel and his visit to Guantánamo Bay. Also he visited the Dutch troops in Afghanistan and the US Army in Iraq. In 2009 these reports were collected in the book Chambermaids and Soldiers.
Een ijzersterke analyse van Grunberg, aangezien de teksten van Benjamin, Derrida en Schmitt niet de meest eenvoudige zijn om te bewandelen en actualiseren. Het abstractieniveau is vaak hoog, alsof het een filosofiescriptie is die je leest, maar de literaire voorbeelden van Dostojevski, Paulus en Hans Keilson weten de tegenstelling van vriend en vijand, Schmitts definitie van 'het politieke', regelmatig te verduidelijken en - vanzelfsprekend het leukste aspect - te problematiseren.
Grunberg trekt het onderscheid door met de spanning tussen partij en staat, ernst en vermaak, extreemrechts en universeel liberaal, de theologische aannames die daarachter schuilgaan, en de manier waarop wij ons tegenover ons vijand verhouden, al dan niet door deze vijand te internaliseren:
"Het inzicht dat wij in de vijand willen vernietigen, en stiekem of minder stiekem ook liefhebben wat wij in onszelf niet konden vernietigen en kennelijk toch ook liefhebben, lijkt me onontbeerlijk voor een betere omgang met vijand en vriend, en uiteindelijk met onszelf."
Grunbergs eigen conclusie is hiermee even abstract als zijn analyse en daar heeft hij naar mijn idee iets laten liggen. Toch wijst zijn slotwoord naar een positie voorbij het overheersende hokjesdenken:
"Zeker is dit: soeverein is wie zich niet laat definiëren door zijn vijanden noch door zijn behoefte aan vijandschap, die in ons mensen brandt als een gruwelijk maar onontbeerlijk vuur."
Het is aan ons het dualistisch denken van bijvoorbeeld vriend en vijandschap steeds tijdelijk te overstijgen, willen wij vrij en daadkrachtig kunnen handelen. En zo het vuur van vernedering (racune) en de angst voor de ander te vervangen door een diepere, gemeenschappelijke hartstocht.
Het is wat ik momenteel ook teruglees in de essays van James Baldwin, die laat zien dat schrijven een 'tussenruimte' creëert waarbinnen tegenstellingen minder absoluut worden, zonder de pijn of verdriet weg te nemen - in het geval van Baldwin: racisme - die hieraan aan ten grondslag ligt.
Het 'verdomde mens' is in haar nopjes. Al haar frustratie heeft ze kunnen afreageren in het stemhokje. 'Het is allemaal de schuld van die buitenlanders', gromt ze. Haar man knikt. Eindelijk vinden ze elkaar. Een dag waarop hij het niet op haar afreageert, maar op 'die bruine mannen', die het tenslotte verdienen. Ze hadden maar niet met zijn allen moeten komen. 'Om ons pensioen af te pakken', beaamt haar man. Voor één dag voelt het verdomde mens zich even geliefd. Ze zal een volgende stemronde moeten afwachten om weer eens gelijk te krijgen in zijn ogen. Zelfingenomen en licht grijnzend zitten ze waar ze iedere week weer te vinden zijn. Gelukkiger dan vorige week. Ze vonden elkaar in de strijd tegen de vijand. Weg leegte en apathie. Weg hunkering naar 'betere tijden'. Ze zitten er middenin. Eenzaamheid die normaal een week aansleept duurde nu maar zes dagen. Zo stel ik me voor dat het verhaal van mijn vorige review verder gaat.
Het was een zwarte zondag in België, een zondag geler dan het geelste geel. Ik wist dat het erg was, maar zó erg? Misschien zegt dat iets over hoe groen ik nog achter mijn oren ben. Nochtans kan ik de kleur wel pruimen: oker, zonnebloem, mosterd, korenveld, submarine-geel. De vader van Arnon Grunberg zou me helpen deze diametrisch tegenover elkaar staande posities in het politieke en maatschappelijke landschap te begrijpen: "De mensheid is de enige diersoort die zichzelf zal uitroeien" (18)
Bladzijden lang maakt Grunberg deze visie duidelijk aan de hand van 'Het begrip politiek', een tekst van Politiek filosoof en rechtsgeleerde Schmitt uit 1932. Dit verduidelijkt de hele idee achter deze 'nieuw licht' reeks van Simon en Meester: oude wijsheden door nieuwe slimmerds laten uitwerken. En een slimmerd is hij zeker, Grunberg.
Zo concludeert hij:"Nee, de mensheid heeft geen werkelijke vrienden en bondgenoten. Mensen hebben vrienden, staten hebben bondgenoten, de mensheid heeft eigenlijk niemand" (26). Later zal hij ook Trump aanwijzen als "een radicale en uiterst reële vorm van Pulp Fictio"', want "om te overleven moet alles gefictionaliseerd worden" (65). Verder is het boek doorspekt van geweld en waarom geweld de enige denkbare doorgedreven vorm van werkelijke mogelijkheid tot rechtvaardigheid is. "Geen beschaving zonder barbaren" (37). Eigenlijk heeft Grunberg nooit anders gedaan dan ons dit duidelijk proberen maken. Fictie, geweld, Goddeloosheid: erkennen dat de mensheid soms rot is of - zoals nu weer blijkt - geel, misschien probeert het oeuvre van Grunberg me al jaren te helpen een naïviteit over de mens af te werpen. De wereld is bevolkt door verdomde mensen.
Grunberg zijn romans spreken me niet aan, lijken me weinig vernieuwend en zelfs vervelend; hij is daarentegen een vrij goede essayist, iets waar ik wel op had gehoopt gezien de kwaliteit van zijn 'tweets' die een tijd op de voorpagina van de Volkskrant verschenen. Zoals daar laat hij in dit boekje zien een scherpe maatshappijcriticus te zijn met een gevoel voor humor.
"[...] Leo Strauss [...] helpt ons verder het politieke beter te begrijpen: 'Politiek en de staat zijn de enige garantie tegen het verworden van de wereld tot een wereld van vermaak; daarom staat hetgeen de tegenstanders van het politieke willen uiteindelijk gelijk aan de schepping van een wereld van vermaak, een wereld van amusement, een wereld zonder /serieusheid/.'"
"Het fascisme esthetiseert het politieke, het communisme politiseert de kunst. Wij hebben kunnen zien dat het politieke geësthetiseerd is, dat is allang geen uniek kenmerk van het fascisme meer, en de kunst is nog altijd gepolitiseerd, maar niet meer in naam van de revolutie, slechts om zieltjes oftewel consumenten te winnen." (p.65)
Toch moet gezegd worden dat dit essay vervlakt naar het einde toe, omdat Grunberg niet tot een overtuigende conclusie lijkt te kunnen komen. Ook zijn de beste citaten niet van hemzelf.
Het lijkt een gemakkelijk hapje, Vriend & vijand, maar het is toch een stevige boterham gebleken. Arnon Grunberg geeft zijn kijk op Der Begriff des Politischen van Carl Schmidt, de antisemitische politiekfilosoof en rechtsgeleerde die in 1933 – samen met Martin Heidegger – de kant van Hitler koos en lid werd van de NSDAP. Schmidt poneert daarin dat, volgens zijn opvattingen, de staat nood heeft aan een externe vijand die bestreden moet worden om zelfbevestiging voor die staat te verwerven. Wat daarvan het gevolg kan zijn hebben de nazi's doortastend bewezen. Grunberg voert een doorgedreven onderzoek naar het ontstaan en de omstandigheden van de zienswijze van Schmidt en geeft doorlopend commentaar daarop met behulp van de brieven van Paulus, de geschriften van Dostojevski (De gebroeders Karamazov) en anderen.
Schrijven om het schrijven en een heleboel aanhalen/door elkaar halen zonder systematisch toe te werken naar een beklijvend punt. AG's schrijfsel voegt weinig toe aan het begrijpen van Carl Schmitts begrip 'politiek'. Beter leest men Arnold Heumakers stuk over Schmitt in 'Langs de Afgrond'. Dat is helder. Het aanhalen van Benjamin in dit boekje is onvoldoende uitgewerkt en daarom alleen maar verwarrend, terwijl Benjamins ideeën op zichzelf juist zeer de moeite van het bestuderen waard zijn. AG blijft verwijzen naar een werk van Marc de Wilde. Is het wellicht zinvoller dat werk (over politieke theologie bij Schmitt en Benjamin) zelf te lezen? Het fragment van Schmitt zou ik overigens vooraan in het boekje hebben geplaatst. De discussie in de filosofiegroep was - ondanks dat iedereen het boek slecht in elkaar vond zitten - zeer de moeite waard, maar dat had het ook kunnen zijn n.a.v. Schmitts boek zelf. Voorts was er o.m. de terechte opmerking van enkelen dat onduidelijk is waar AG de filosofen aanhaalt of zelf aan het woord is. Hij is daarin niet precies genoeg.
Prima werk, maar helaas is een deel van de tekst wel een beetje achterhaalt door de tijd/omstandigheden waarin we nu leven. Zo pogen sommige politici in Nederland wel de geschiedenis te reconstrueren en bleef het niet bij aanvallen op de media door tr*mp. Die tweede zij hem vergeven vooral omdat Grunberg hem later een vleesgeworden Pulp Fiction noemt.
Dit boekje zal geen sluitend antwoord geven wat een vijand nu juist is en hoe de politiek gevoerd moet worden. Het is wel een moment om stil te staan bij de wereld, e maatschappij en het handelen en zijn van de mensheid zonder te vervallen in drama, paniek, gekibbel en frustratie dat op onze schoot geworpen wordt tijdens het nieuwsbericht of wat er te lezen is in de krant.
Niet de meest lezersvriendelijke auteur als je het mij vraagt. De materie is interessant en het werk van Carl Schmitt over het belang van vijandschap in de politiek en bij uitbreiding de hele samenleving, is een boeiend discussieveld maar Arnon Grunberg haalt in zijn uitleg verschillende werken erbij die voor de lezers nauwelijks worden toegelicht. Het werk lijkt haast een neergeschreven opgenomen audiobestand te zijn van een gesprek tussen specialisten. Het is niet uitgewerkt voor een lezerspubliek. Het werk bevat weinig structuur en doordat het boekje ook zo klein is beseft men al snel dat er ook helemaal geen punt is naar waar men werkt. Inhoudelijk zijn er enkele mooie zinnen zoals 'Men is zo overtuigd geraakt van de eigen onkwetsbaarheid dat men die als een recht is gaan zien' maar vaak vind ik de conclusie overroepen. Het is voor mij onbegrijpelijk - als historicus - hoe iemand geschiedenis zo kan verabsoluteren tot oorlog, geweld en vijandschap. We, de mens, hebben letterlijk duizenden jaar niets anders gedaan dan elkaar de kop ingeslagen en wie interesse heeft in geschiedenis is voorstander van oorlog, vredelievende toekomstgericht mensen hebben een afkeer van geschiedenis. Het verleden is per definitie donker en slecht. Op pagina 75 staat letterlijk dat geschiedenis een reeks van catastrofes is. Een zeer bizarre redenering die ik nooit kan volgen, die zelfs onrecht doet aan alle prestaties die wij als mens hebben neergezet. Daarnaast vind ik het belang van het beeld van een vijand overroepen. Stellen dat de islam niet compatibel is met de westerse waarden zodat deze cultuur/religie in een barbaarse vijandige hoek moet geduwd worden, ontneemt natuurlijk meteen de argumenten dat bepaalde zaken nu eenmaal niet compatibel zijn, zoals de scheiding tussen kerk en staat. Niet elk kort boek is ook kort door de bocht, maar dit naar mijn mening toch wel.